‘Van een medisch gerichte zorg evolueren we in onze woonzorgvoorzieningen naar een zorgklimaat met meer ruimte voor wonen en leven’, vertelt directeur Nils Vandenweghe van de Vlaamse Ouderenraad. Die grotere aandacht voor levenskwaliteit ziet hij ook in het nieuwe woonzorgdecreet. Maar wat gaan we daarvan straks merken in de lokale dienstencentra, de assistentiewoningen en de woonzorgcentra?

 

Meer dan activiteiten

 

Bij de lokale dienstencentra valt het op dat ze zich meer dan ooit op de buurt moeten gaan richten. Wat houdt dat precies in?

‘De meeste mensen kennen het lokaal dienstencentrum door de ontspannende of informatieve activiteiten die er georganiseerd worden. Alleen legde het vorige decreet zo’n sterk accent op het aantal activiteiten dat dit soms een doel op zich leek. Daardoor bleven andere noden in een buurt onbeantwoord. Activiteiten zijn nog belangrijk, maar nu komt de aandacht voor kwetsbare inwoners – naast ouderen en mantelzorgers – én het versterken van de buurt op de eerste plaats.’

‘Heb je vragen over zorg, gezondheid, woningaanpassingen… dan word je van hieruit doorverwezen. De lokale dienstencentra moeten ook burenhulp en de participatie van mensen in een kwetsbare situatie aanmoedigen. Dat kan alleen als ze een goed zicht krijgen op de specifieke noden van de buurt waarin ze zich bevinden. Daarvoor gaan ze niet alleen samenwerken met de gemeente en buurtbewoners, maar ook met verenigingen en welzijns- en zorgorganisaties. In sommige buurten komen er antennes als een laagdrempelige, mobiele dienstverlening voor mensen die je anders moeilijk bereikt.’

 

Assistentiewoning verplicht erkend

 

Er zijn nu ook striktere regels waaraan een assistentiewoning moet voldoen. Een goede zaak?

‘We juichen deze veranderingen erg toe, want daardoor krijgen bewoners van een assistentiewoning meer zekerheid over de dienstverlening waarop ze kunnen rekenen. Tot nu toe kon een groep van assistentiewoningen zich gewoon ‘aanmelden’ bij de overheid zonder dat ze zich aan de regels voor erkende assistentiewoningen moesten houden. Voortaan is dat niet meer mogelijk. Binnenkort mag je de naam ‘assistentiewoning’ pas gebruiken als die woning aan specifieke erkenningsvoorwaarden op het vlak van zorg, veiligheid en infrastructuur voldoet.’

‘We denken dan concreet aan de rol van de woonassistent, een noodoproepsysteem, een garantie op crisis- en overbruggingszorg, een gemeenschappelijke ruimte en een rolstoeltoegankelijke omgeving. Maar het gaat er evengoed over dat je zeker bent dat noodoproepen beantwoord worden en dat er niets extra’s aangerekend wordt om bij een oproep gewoon even te komen kijken. De assistentiewoningen zijn ook onderworpen aan prijscontrole en toezicht door de Zorginspectie. De huidige aangemelde voorzieningen krijgen de nodige tijd om zich aan de nieuwe normen aan te passen. Zoniet kan er een schorsing opgelegd worden of volgt er zelfs een gedwongen sluiting.’

 

Woonzorgleefplan

 

Op welke manier spoort de overheid woonzorgcentra aan om meer in te zetten op de levenskwaliteit van de bewoners?

‘Hét instrument daarvoor is het woonzorgleefplan. Dat plan gaat veel verder dan alleen maar de medische zorg. Ook de verwachtingen rond zelfredzaamheid, sociale relaties, het dagritme of een betekenisvolle dagbesteding komen erin aan bod. Bewoners krijgen de kans om in dat document persoonlijke zaken te (laten) noteren die er voor hen echt toe doen. Tegelijk wordt ook de rol van de bewonersraad in het woonzorgcentrum versterkt.’

‘De verruimde aandacht voor de levenskwaliteit van bewoners in een woonzorgcentrum blijkt verder uit de manier waarop activiteiten ingevuld worden. Meer dan vroeger zetten voorzieningen in op contacten met de buurt. Ook de nieuwe rol van een ‘begeleider wonen en leven’ – in plaats van de ‘animator’ – kadert daarin. Die evoluties moeten er allemaal mee toe bijdragen dat een woonzorgcentrum gaandeweg een plek wordt waar iedereen op een warme en kwaliteitsvolle manier kan wonen en leven, los van de zorgnood.’

Over het nieuwe woonzorgdecreet

Het geactualiseerde Vlaamse woonzorgdecreet ging in op 1 januari 2020. Dat decreet bepaalt de regels voor een ruim palet aan woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers. Ook voor de lokale dienstencentra, de assistentiewoningen en de woonzorgcentra brengt de nieuwe regelgeving een aantal opvallende veranderingen met zich mee. Het decreet is een belangrijke stap naar kwaliteitsvolle zorg in Vlaanderen, maar van een echte hertekening van het zorglandschap is voorlopig nog geen sprake. Veel hangt ook af van de mensen en middelen die hiervoor voorzien worden. De Vlaamse regering kondigt groeitrajecten en investeringen aan in de ouderenzorg, maar daar staan grote noden tegenover. Tegelijk krijgen de zorgvoorzieningen ook te maken met besparingen in hun werkingsmiddelen.

Meer lezen

Foto: Tanja Rodemers

Dit artikel verscheen in februari 2020 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via Facebook, Twitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 07/02/2020, laatste update op: 17/02/2020

Tags: ,