Jonge kleinkinderen hebben opvang en zorg nodig, en komen daardoor vaak bij de grootouders terecht. Bij tienerkleinkinderen daalt die nood aan zorg en meteen een reden om elkaar te zien. Wil dat zeggen dat grootouders hun kleinkinderen te weinig zien? Komen de kleinkinderen niet meer langs? Of valt het wel mee?

Uit de grootouderbevraging van de Gezinsbond blijkt dat het meevalt met de band tussen grootouders en tienerkleinkind. Driekwart van de grootouders vindt dat ze de kleinkinderen voldoende zien, al is het minder dan vroeger.

“Toen ze klein waren hadden ze ons méér als opvang grootouders nodig, nu ze groter zijn laten we hen stukje bij beetje los… net als met je eigen kinderen. We staan er wel als ze ons nodig hebben , of als ze beroep op ons doen voor één of ander.”

– Oma (69), 8 of meer kleinkinderen

Dat wil niet zeggen dat de relatie tussen oma, opa en kleinkind op een laag pitje staat. Er is sociale media om in contact te blijven: 78 procent gebruikt het dan ook regelmatig. Whatsapp is hierbij het populairst.

Tevreden, maar…

De meerderheid van de grootouders is tevreden over het aantal contacten met hun tienerkleinkind, al wil 26 procent hen wel vaker zien.

Dit cijfer stijgt naarmate de grootouders de kleinkinderen minder zien: 71 procent bij wie geen enkel kleinkind heeft gezien versus 6 procent bij wie alle kleinkinderen verschillende keren heeft gezien.

Minstens één keer gezien

Algemeen heeft 40 procent van de ondervraagde grootouders alle kleinkinderen minstens één keer gezien in de 14 dagen voor de bevraging. Dat cijfer ligt logisch iets lager bij de grootouders die 4 of meer kleinkinderen hebben (32 procent).

Miet Timmers, die de sandwichgeneratie onderzoekt: “Tja, we wonen natuurlijk in een klein land qua oppervlakte. Stel je dezelfde vraag in de VS, dan kom je tot een heel ander verhaal. Bovendien geeft deze bevraging ons geen beeld van álle grootouders in Vlaanderen.

“Neem gewoon mensen met een migratieachtergrond en de rol die grootouders binnen hun leefwereld spelen. Vaak wonen de grootouders nog in het land van herkomst waardoor het contact met de kleinkinderen totaal anders is. Zo herinner ik mij nog hoe mijn schoonzus, die Servische roots heeft, Skype opzette met haar eigen moeder toen ze haar tweede kindje een badje gaf. Op die manier kon oma in Servië de oudste dochter in dat gezin, die toen een jaar of vier was, vanop afstand bezig zien.”

Komen eten

Grootouders hebben veel begrip voor het feit dat ze de kleinkinderen minder zien, bij de helft minder dan vroeger. Dit komt meestal door afstand of drukke levens van de kleinkinderen.

“De school, hun hobby’s en vooral de vrienden zijn belangrijk tussen 12 en 18 jaar. Pushen is wegduwen, als grootouders zijn we tevreden als de kleinkinderen ongedwongen, volgens eigen spontane beslissing binnenspringen of vaste tijdstippen hebben om samen te eten. Wij willen als grootouders nog altijd hechte familiebanden. Maar dat is geen verplichting, de leeftijd van voor 12 komt niet meer terug.”

-Oma (67), 5 kleinkinderen

Ze proberen wel zelf situaties te creëren om hun tienerkleinkinderen te zien. Zo plannen ze soms bewust etentjes, uitstappen of vakanties om de kleinkinderen vaker te zien.

“We zien onze kleinzoon die schoolgaat in het middelbaar 1x/week over de middag. Is zo bewust georganiseerd.“

-Oma (69), 3 kleinkinderen

Praten met de kleinkinderen

De grootouders hebben ook zeker niet het gevoel dat de kleinkinderen geen interesse hebben om bij hen te zijn. Omgekeerd zegt 17 procent van de oma’s en opa’s dat ze moeilijk aansluiting vinden bij de leefwereld van de kleinkinderen.

“Als grootouders proberen wij te begrijpen waarmee onze jongeren bezig zijn. Wij trachten zo positief mogelijk te staan met de leefwereld van de jeugd niettegenstaande deze zeer snel evolueert. We proberen de kinderen met een positieve boodschap door het leven te leiden.”

-Opa (72), 6 kleinkinderen

Twee derde praat zowel met de ouders als met de kinderen over school, vrienden, hobby’s en de toekomst. Ook de smartphone komt bij één op drie regelmatig aan bod. Grootouders maken zich vooral zorgen om de hoeveelheid tijd die het ding opslokt (70 procent), minder over de impact ervan (58 procent).

Miet Timmers: “Grootouders zien zich vooral als vertrouwenspersoon en voelen zich mee verantwoordelijk voor het welzijn van hun kleinkinderen, zonder zich echt te gaan moeien. Ze zijn een klankbord voor de tieners en staan ver genoeg af van de conflicten die pubers soms met hun ouders voeren. En die rol nemen ze echt ter harte.”

“Een grootouder moet er zijn om een luisterend oor te bieden aan ouders en kleinkinderen. Het opvoeden mag je niet zelf doen, ondersteunen wel als ze je vragen.”

– Oma (66), 8 of meer kleinkinderen

Gevoelige onderwerpen worden niet zo vaak aangesneden: dat vinden de meeste grootouders iets voor de ouders om aan te pakken. Bijna 60 procent vindt dat ze milder zijn voor de kleinkinderen dan de ouders, net omdat ze al veel hebben meegemaakt. En opvallend genoeg vindt maar 41 procent dat ze levenswijsheid door te geven hebben.

Bezorgd om de toekomst

In het interview met trotse grootouders Patrick en Véronique bleek het ook al: de helft van de oma’s en opa’s is bezorgd om de toekomst van hun kleinkinderen. De meeste grootouders snappen ook waarom tieners bezorgd zijn om het klimaat (68 procent).

“De tijd die je vrijmaakt voor je kleinkinderen is puur genieten en wordt terugbetaald in de vorm van spontane warmte en liefde. Bij de tieners voel je ook de bezorgdheid die ze tonen voor jou.“

-Oma (62), 4 kleinkinderen

 

Eerdere grootouderbevragingen:

* Eerste keer grootouder worden: een evenwichtsoefening

* Grootouders ‘overbevraagd’ in zorg voor jonge kleinkinderen

* Oma en opa vertellen: wat mijn kleinkind voor mij betekent

 

Speciaal voor grootouders: het grootoudermagazine. Gratis voor leden! Schrijf je in voor magazine én de nieuwsbrief via dit formulier. Nog geen lid? Dat kan via de site van de Gezinsbond.

Tags: , , ,