Eddy en Christa Planckaert waren trotse ouders van de tieners Francesco, Stephanie en Junior toen ik hen dertien jaar geleden voor het eerst interviewde. Ze vertelden honderduit over de echtheid en hechtheid van hun gezin en over de open sfeer waarin ze hun kroost opvoedden. De rode draad van onze babbel en van hun leven toen: liefde, humor en family first. Elkaar helpen was er een vanzelfsprekendheid. “Onze grote droom? Dat we allemaal samen blijven wonen. Schoonkinderen, kleinkinderen, allemaal samen.”

Benieuwd hoe het nu met hen gaat, trek ik opnieuw naar hun prachtige plek in de buurt van Rochefort. Opnieuw stap ik met plezier in de wereld van de Planckaerts. Een gezellige wereld. En een warme. Hun filosofie is zo eenvoudig dat ze uniek is.

Pépé en moeke

Eddy: “Het gaat heel goed met ons, merci! We hebben er intussen zes geweldige kleinkinderen bij. Ik was vierenveertig toen ik voor het eerst grootvader werd, piepjong dus. Hoe ze mij noemen? Pépé. Gewoon pépé. Al die namen die ze daar tegenwoordig voor verzinnen: opa en bompa en moppie en mappie en moeppie en sappie en frikadelletje. Pfff.”
“Mij noemen ze moeke”, glimlacht Christa. “Ik vind dat toch wat jonger klinken dan mémé.”

Wat voelde je toen je dat eerste kleinkindje in je armen hield?
Christa: “In het begin overheerste vooral de bezorgdheid, want Ilona was zes weken te vroeg geboren. Toen ze eindelijk sterk genoeg was om mee naar huis te komen… ja, dat was geweldig hé. Niet te beschrijven.”

Wat is het verschil tussen ouderschap en grootouderschap?
Christa: “Je bent niet honderd procent verantwoordelijk, het is in de eerste plaats aan de ouders om voor dat kindje te zorgen. In het begin moest ik daar toch een evenwicht in zoeken: ik wilde wel helpen, maar me zeker niet te veel moeien. Niet eenvoudig, vooral omdat Stephanie nog maar zestien was toen ze mama werd. Ze heeft met haar gezin ook lang bij ons ingewoond.”

“Bij alles wat we doen,
 moet er verbetering in zitten voor de familie”

Iets genetisch

De Planckaert-bende samenhouden, daar droomden jullie van. En kijk: ze wonen allemaal nog heel dicht in de buurt. Opdracht geslaagd?
Eddy: “Gedeeltelijk toch. Maar het mag nog dichter. Niet meteen onder één dak, dat is niet evident met zoveel verschillende karakters. Maar op één domein, met een eigen huis voor elk gezin: dat lijkt me het ultieme.”
Christa: “Als de kinderen dan ergens naartoe moeten, is er altijd opvang voor de thuisblijvers. Het zou voor iedereen een zegen zijn, zo kunnen we nóg beter elkaar helpen.”
Eddy: “Ik hoop, nee, ik dénk dat het er ooit nog wel van zal komen. Niemand van de familie gaat daar nee tegen zeggen, daar ben ik bijna zeker van.”

Jullie bouwden samen en eigenhandig al die gastenverblijven op en ontvangen hier soms meer dan zestig mensen tegelijk. Zonder hulp van buitenaf. Mag ik dat heel straf vinden? Het is niet aan elke familie gegeven om zo close samen te leven én samen te werken.
Eddy: “Klopt, dat hoor ik ook regelmatig van mensen die hier logeren: Amai, ongelooflijk hoe goed jullie overeenkomen!
Christa: “Het is uniek, zeggen ze.”

Planckaerts helpen zit in de genenEddy: “Het zit in onze genen om voor elkaar te zorgen en elkaar te helpen. Niet van: ‘Ah nee, ik kan niet, ik moet juist naar de coiffeur.’ Nee. De coiffeur zal wel wachten. Er zijn geen excuses, dat is ons sterkste punt. Is dat uniek? Misschien wel. Maar zo’n instelling zou er godverdikke meer moeten zijn in de wereld. Ik zie zoveel families die geen tijd hebben voor elkaar. Mensen die in het rusthuis belanden terwijl hun kinderen nog gezond zijn en eigenlijk voldoende plaats hebben om hen op te vangen. Ik heb het daar enorm moeilijk mee. Jongens toch, draag eens zorg voor je ouders. Zoals wij het hier aanpakken met onze kinderen… ik kan me echt niet voorstellen dat ze ons zoiets zouden aandoen.”

Christa: “Mensen hebben vaak de mond vol over familie en over hoe belangrijk ze die vinden. Tot het er echt op aankomt. Niemand kan in de toekomst kijken, maar wij zitten zo niet in elkaar. Bij ons staat de familie echt centraal. Wij hebben dat zo ook doorgegeven in de opvoeding.”

Ligt dat puur aan de opvoeding, denk je? Komt er ook niet wat geluk bij kijken?
Eddy: “Het is zeker niet vanzelf gegaan, we hebben daaraan gewerkt. Francesco, Stephanie en Junior hebben onze visie en filosofie met de paplepel meegekregen. Het basisidee is: bij alles wat we doen, moet er verbetering inzitten voor de familie. We gaan nooit een beslissing nemen die slecht is voor de familie. En daar bovenop zijn we altijd sympathiek en liefdevol tegen elkaar.”

Klinkt simpel als je het zo vertelt.
Eddy: “Dat is het ook. Als je zo opgroeit, krijg je dat gewoon niet meer kapot. Wanneer ik nu naar onze kinderen kijk, kan ik alleen maar besluiten dat het fantastische mensen zijn. Maar het is absoluut geen toeval of puur geluk, we hebben deze mini-maatschappij heel bewust zo gecreëerd.”

Gelukkig en gezellig

Gingen de schoonkinderen daar makkelijk in mee?
Eddy: “Eigenlijk wel. Chapeau voor Christopher en Magali dat zij zich zo goed hebben aangepast. Maar uiteindelijk: hoe kun je nee zeggen tegen zoiets? We doen het allemaal voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, opdat onze familie het beter zou hebben. Dat is het doel. In dat doel zitten financiële en materiële dingen, maar ook liefde en geluk. Dat geluk is ons meer waard dan honderdduizend euro. Alles wat we hier nu hebben, is opgebouwd met onze eigen handen en vanuit die ene visie.”

“Wanneer ik naar onze kinderen kijk, kan ik alleen maar besluiten dat het fantastische mensen zijn. Dat is niet zomaar toeval of geluk”

Christa: “We hebben er samen ontzettend hard aan gewerkt. In een vriendelijke sfeer. Dat kan alleen als iedereen doordrongen is van dezelfde filosofie.”
Eddy: “Alleen al die vriendelijkheid is een serieuze verbetering in vergelijking met hoe het er in de maatschappij aan toegaat. Ik prijs me echt gelukkig dat we hier onze eigen kleine gemeenschap hebben opgebouwd. Want de samenleving van vandaag… ik zou er het liefst volledig afstand van nemen. Zoals in mijn oorspronkelijke plan: ergens in de bergen in Frankrijk, met heel de familie samen op een grote boerderij. Dat is nog altijd een droom. Maar goed, wat we nu bereikt hebben, gaat toch al in die richting.”

Wat vind je dan zo rot aan onze huidige maatschappij?
Eddy: “Heel simpel gezegd: ik kan maar niet begrijpen dat er kinderen sterven van honger en dat anderen niet weten wat ze met al hun geld moeten doen. Er wordt gevochten om geloof, om geld en politiek, en intussen sterven er mensen van miserie. Sorry, ik kan daar niet mee om. Kijk, ik begin me alweer op te jagen en kwaad te maken, alleen door erover na te denken. Ik hoop dat mijn kinderen en kleinkinderen daar nooit zullen in meestappen, maar dat ze hun eigen leven blijven creëren zoals wij het hier doen. Tot nu toe pikken ze het allemaal heel goed op en zijn ze enthousiast.”

Christa: “Ze stralen dat ook uit hé, ze zijn content.”

Eddy: “Ze geven het ook door aan de gasten die hier komen logeren: je ziet dat ze met een goed gevoel terug naar huis gaan. Dat vind ik echt fantastisch. Mensen content maken, iets schoner bestaat er toch niet?”

Klopt. Ik ben alleszins heel content dat ik nog eens langs mocht komen. Bedankt!

Foto’s: Kristof Ghyselink

Lees ook > Trotse grootouders: “Het is zo gemakkelijk je kleinkind graag te zien”

Dit interview verscheen eerst in het septembernummer van het Magazine voor GROOTouders. Word lid van de Gezinsbond en meld je aan om dit magazine over de relatie tussen grootouders en kleinkinderen vier keer per jaar gratis in je brievenbus te krijgen. Je kunt je meteen ook abonneren op de maandelijkse digitale nieuwsbrief voor grootouders.

Gepubliceerd op: 19/12/2019

Tags: , ,