bool(false)

Elk jaar brengt de Gezinsbond een onderzoek bij de grootouders uit. Een groep met een belangrijke rol in de samenleving en tegelijkertijd een groep die vergeten wordt, en vooral: waarvan de behoeften vergeten worden. Vandaag: een klein voorsmaakje op de nieuwe, grote grootoudersenquête met de nadruk op ‘voor de eerste keer grootouder worden’.

Wat blijkt? Een kleinkind is een bron van vreugde… en van stress, zo bleek uit een bevraging van 430 ‘kersverse’ grootouders.  85 procent voelt zich ‘overbevraagd’ in de zorg voor de kleinkinderen. Ook uit de vorige grootouderenquête kwam al naar voren dat een klein deel van de grootouders eigenlijk liever de kleinkinderen minder vaak zou opvangen.

Lees ook: Te druk of niet: de opvang van de kleinkinderen

Waar komt dit gigantische cijfer vandaan? Dat grootouders zich zo massaal ‘overbevraagd’ voelen, is gelinkt aan het feit dat grootouders van nu veel verschillende rollen tegelijk opnemen.

Combinatie werk en kleinkinderen

Twee derde van de ondervraagde jonge grootouders werkt namelijk nog. Daarnaast zorgen ze ook nog voor eigen kinderen, (schoon-)ouders of een ander ziek familielid, doen ze aan vrijwilligerswerk of hebben ze een hobby die belangrijk voor hen is.

Die combinatie zorgt voor stress en de schuld wordt vooral afgeschoven op de maatschappij. De grootouders betreuren dat ze geen verlof konden opnemen als ouder en nu ook geen mogelijkheden zien als grootouder.

We zitten gekneld: de zorg voor onze ouders, kinderen, kleinkinderen én daarbovenop langer werken. Nadelig voor alle partijen en onze overheid heeft niet goed nagedacht hoe ze die leemtes kunnen opvullen.”

De kinderen wordt dat niet of weinig kwalijk genomen.

De meeste grootouders bedekken de ‘overbevraging’ dan ook vaak met de mantel der liefde. Ze willen de kinderen namelijk helpen en bijstaan, maar soms is het lastig.

“Je moet durven toegeven dat de zorg voor de kleinkinderen soms zwaar wordt, omdat we niet meer van de jongste zijn.”

Een vraag die je niet kan weigeren

Ook geeft een deel van de grootouders toe dat ze niet altijd het gevoel hebben een vraag te kunnen weigeren.

Dat komt met name voor bij families waar meer vage afspraken zijn gemaakt, die kunnen leiden tot verschillende interpretaties. Als een kind dan ziek is, kan de vraag om opvang ‘dwingend’ ervaren worden.

“Soms vlucht ik met mijn man. Als ze dan bellen om te vragen of we thuis zijn, is het nee. Oef, zeggen we dan soms tegen elkaar.”

Verwachtingen

Een kwart van de grootouders denkt dat de ouders niet tevreden zijn met hoe zij de rol als grootouder invullen. Ook dat zorgt voor stress. Het wijst op verwachtingen van ouders en grootouders die niet op elkaar afgestemd geraken.

Opvallend genoeg zijn het niet de grootouders waarop veel beroep wordt gedaan, die denken dat de ouders ‘niet tevreden’ zijn. Integendeel: het zijn net de grootouders die niet zoveel opvang kunnen opnemen als zij zouden willen, die aanstippen ontevredenheid te voelen.

34 procent wil namelijk een grotere rol spelen in het leven van de kleinkinderen, maar kan dat niet: door het werk, de afstand, de zorg voor anderen of de eigen gezondheid.

LEES OOK: Grootouders getuigen over oma en opa worden: ‘alles wordt anders’.

De volledige resultaten van onze tweede grootouderbevraging worden in maart gepubliceerd. Hou deze site, de site van de Gezinsbond en onze Facebookpagina zeker in het oog!

Tags: , , , ,