Je vangt de kleinkinderen te vaak op of bent het niet eens met een opvoedingskeuze van je kinderen… Als grootouder wil je het gesprek aangaan, maar dat is niet evident! Hoe pak je dat aan? Grootoudercoach Bieke Geenen geeft je zeven handvaten die je helpen communiceren over je kleinkinderen.

1. Wat wil je zeggen?

Bieke Geenen coach grootouders
Bieke Geenen.

Bieke Geenen: “Wat lukt niet meer? Wat is er te veel aan? Wat vind je niet oké? Denk eerst goed na over waar het schoentje wringt en probeer dat in feiten voor te stellen. Soms lukt het bijvoorbeeld om je kleinkind die ene vaste dag in de week op te vangen, maar wil je niet langer dat je kind je op andere dagen onverwacht opbelt om opnieuw te babysitten.”

“Stel jezelf ook de vraag: wat wil ik wel of hoe kan het anders? Dat helpt je om de moeilijke boodschap te brengen, omdat je de focus verlegt van het negatieve naar het positieve. Je zegt wat je niet meer kunt doen, maar ook wat je wel nog wil doen.”

LEES OOK: Hoe kan je grenzen stellen aan de opvang van kleinkinderen?

2. Doe het samen met je partner

“Als je met twee bent, is het belangrijk om samen als grootouder-koppel na te denken over wat je wil. Vaak verschil je van mening over wat wel of niet oké is. Leg elk je eigen gedachten op tafel en probeer samen tot een consensus te komen. Wat zijn jullie behoeftes? Waar ligt de middenweg? Na zo’n gesprek ga je als een echt team naar je kinderen, stelt Bieke Geenen.

3. Kies zelf het juiste moment

“Beslis zelf wanneer je het gesprek voert en doe dat zeker niet op een druk moment, bijvoorbeeld als je kinderen de kleinkinderen komen ophalen na een dagje babysitten. Ideaal is wanneer iedereen op een fijne manier samen is, bijvoorbeeld een gezellige brunch op zondag. Voer zo’n gesprek zeker niet aan de telefoon of via SMS, maar altijd face to face.”

4. Zeg niet: “We moeten eens praten”

“Als je enkel zegt: “We moeten eens praten”, dan gaan je kinderen zelf interpreteren en misschien heel bezorgd of net defensief worden. Probeer zo transparant mogelijk te communiceren, bijvoorbeeld: “Komen jullie deze zondag eens langs voor een broodje? We willen dan ook eens bekijken hoe we de opvang in de toekomst zullen regelen, want we merken dat het voor ons niet meer zo goed werkt en we zouden dat graag eens samen bespreken.”

5. Spreek vanuit de ik-persoon en je gevoel

“Praat vanuit de ik-persoon en je gevoel. Als je zegt: “Jij belt altijd op het laatste nippertje en jij overvalt ons daar altijd mee”, dan komt dat verwijtend over en zal je kind sneller defensief reageren. Als je zegt: “Ik voel me er niet langer comfortabel bij dat ik op het nippertje gebeld wordt, ik plan graag op voorhand”, dan komt dat helemaal anders over. Breng de boodschap niet in een eisende vorm, maar leg vanuit jouw perspectief uit hoe jij het ervaart.”

6. Oordeel niet, maar vraag waarom

“Als je een bepaalde keuze van je kinderen (bijvoorbeeld in de opvoeding) niet begrijpt, probeer dan niet zelf te oordelen. Vraag je kinderen gewoon waarom ze dat zo doen. Deze generatie ouders is vaak erg bezig met bewust ouderschap en ze doen dat dus niet altijd zomaar. Als je weet waarom ze iets op een bepaalde manier aanpakken, kun je het beter plaatsen en er meer begrip voor opbrengen. Je hoeft het ook niet met hen eens te zijn!”

LEES OOK: Vraag & antwoord: Mogen grootouders kinderen belonen voor een goed rapport?

7. Wat als je kinderen slecht reageren?

“Als je kinderen slecht reageren, probeer dan vooral echt te luisteren naar hen. Dat betekent: zelf niet praten, enkel luisteren! Erken daarna wat je gehoord hebt door het voor hen samen te vatten. Toon begrip, dan kun je heel veel bereiken. Als je kinderen echt niet goed reageren, geef hen dan ook de tijd om het nieuws te verwerken en later zelf bij je terug te komen.”

Om af te ronden en met een leuke noot te eindigen, kun je gewoon over iets leuks beginnen: anekdotes over de kleinkinderen!

 

Laatst bewerkt op: 25/10/2019

Tags: , ,