Maar liefst 80 procent van de grootouders vangt de kleinkinderen op. Velen doen dat graag en met liefde, voor anderen is het te druk. Hoe bewaak je de grens tussen gezellig druk en te druk? En hoe ga je om met de druk er (nog) meer te zijn voor die uk?

Grootouders spelen een heel belangrijke rol in de opvang van hun kleinkinderen. Brieven aan Jonge Grootouders vroeg aan grootouders en experten hoe ze tegenover de ‘omacrèche’ staan.

Kathleen: Vraagt je zoon of dochter om op vaste dagen op je kleinkind te passen? Denk daar dan héél goed over na. Natuurlijk is het fantastisch om voor dat kindje te zorgen, maar verlies in al je enthousiasme jezelf niet uit het oog. Je komt nu of binnenkort in een levensfase terecht waarin je niet alleen wat extra rust kunt gebruiken, maar ook eens de tijd hebt om te reizen, cultuur op te snuiven of die lang uitgestelde cursus te volgen.

Zelfs als je geen structurele opvang doet, zal je regelmatig mogen inspringen. Bijvoorbeeld wanneer je kleinkind ziek is en niet naar de crèche kan of wanneer je kinderen nood hebben aan een weekendje weg. Er zijn weinig jonge koppels die totaal geen beroep doen op de grootouders en volledig hun plan trekken. Ik begrijp dat ook, ze hebben bomvolle agenda’s en grootouders zijn een goedkope oplossing. Toch zou ik ervoor opletten dat jouw hulp niet té evident wordt. Ze mogen van jou niet verwachten dat je altijd alles laat vallen om je kleinkinderen op te vangen: ook jij hebt je eigen leven en je eigen agenda.

Crèche oma en opa

De opvang die grootouders voorzien valt niet in algemeenheden te gieten. Sommigen fungeren alleen als hulplijn bij noodgevallen, anderen zorgen quasi dagelijks voor dat kleine grut.

Opa Walter: Wij hebben geen vaste oppas-dag. Oma en ik zijn allebei nog aan ’t werk, dus dat past gewoon niet in onze agenda. Bovendien staat mijn zoon er zelf niet om te springen. Hij houdt bewust een beetje afstand en dat begrijp ik best.

Mémé Arlette: Wij krijgen de kleinkinderen minimum drie dagen per week over de vloer. Fantastisch, want dan kan ik ongestoord onnozel doen!

Moeke Mieke: Wij staan elke woensdagmiddag paraat. Op ons voorstel, want zo kunnen we de jonge ouders een handje helpen. Maar stiekem doen we ’t ook voor onszelf, hoor! Ik zou die twee lieve schatten geen week kunnen missen.

Pépé Patrick: Nu we allebei met pensioen zijn en tijd hebben voor hobby’s, willen we onze vrijheid niet te veel beknotten. Maar als ik zie hoe mijn zoon elke dag heksentoeren uithaalt om werk en kroost te combineren, durf ik amper weigeren…

Nee zeggen

En euhm… mag je eigenlijk nog ‘nee’ zeggen?

Marijke Bisschop: “Natuurlijk! Maar ik snap dat het moeilijk is, want je voelt het als je plicht om een handje toe te steken. Onthoud dat je met duidelijke afspraken heel wat heibel voorkomt. Leg je oor te luisteren: wat verwachten die jonge ouders van oma en opa? Vertel ook hoe jij je rol ziet en wees daar eerlijk in. Ouders pikken dat wel, hoor! Ze kunnen misschien even mokken, maar vinden ’t uiteindelijk fijn om te weten waar ze aan toe zijn.”

Ria Grommen: “Laat je vooral niet vangen door de sociale druk. Het is niet omdat je buren hun kleinkinderen elke dag opvangen dat jij dat ook moet doen. Het maakt van jou absoluut geen minder goeie grootmoeder of grootvader als je dat niet doet.”

Greet Vossaert: “Zie je ’t zitten om je kleinkind met de regelmaat van de klok op te vangen? Fantastisch, maar onderschat het niet. Wat als dat keischattige kleintje uitgroeit tot een pittige peuter met een stevig temperament? Wat als er zich volgend jaar twee extra kleinkinderen aanmelden? Is er een plan B voor de dagen dat het voor jou te belastend wordt? En die computercursus, kun je die wel een keertje skippen?”

Moeke Mieke: “Ik laat alles vallen voor de kleinkinderen, maar mijn dochter polst ook regelmatig of het niet te lastig wordt. Dat vind ik fijn. Ze is ons ontzettend dankbaar voor de hulp. Af en toe brengt ze een bloemetje mee of schrijft ze een mooie kaart. Niet dat dat hoeft, want de momenten met mijn kleinkinderen zijn een beloning op zich.”

Rivaliteit

Omwille van praktische keuzes (een grootouder met een auto of die dichtbij woont), kan het zo zijn dat de kleinkinderen vaker bij één grootouder zijn. Of dat ze een bepaalde grootouder verkiezen. Niet altijd gemakkelijk te verkroppen voor de anderen…

Heleen: Rivaliteit tussen de verschillende grootouders, het is iets wat vrij vaak voorkomt. De ene kan vaker oppassen dan de andere en ziet het kleinkind dus meer, waardoor die met dat kindje een betere band krijgt. De oma van moederskant is meestal de favoriet. Zij is vaak als eerste op de hoogte van de zwangerschap, er worden weetjes en probleempjes met haar uitgewisseld en moeder en dochter groeien nog meer naar elkaar toe. Zo gaat dat nu eenmaal. Het is onvermijdelijk dat het ene grootouderpaar wat ‘populairder’ is dan het andere. Laat dit je plezier niet vergallen en maak er vooral geen wedstrijd van. Kijk niet naar wat die andere grootouders allemaal doen, maar naar wat je zelf kunt doen. Kleinkinderen genieten het allermeest van jouw persoonlijke aandacht, van een portie onthaasting en van de knusse wereld die jij hen kunt bieden.

Volg de laatste updates via Facebook en/of Twitter. Of wil je nog meer dan maak je je hier lid.

Dit artikel is een herwerking van het Grootouderalfabet uit ons gratis magazine Brieven aan Jonge Grootouders. Dit tijdschrift wordt eenmalig bij maand 4 van Brieven aan Jonge Ouders gestuurd naar de ouders. Wil je nog? Bekijk dan ook onze stukjes online!
Wie is aan het woord?

Marijke Bisschop, pedagoge en auteur van het boek ‘Helpen zorgen voor je kleinkinderen.’
Claudine Crommar, werkt als psychotherapeute vooral met baby’s en hun jonge ouders.
Ria Grommen, psychologe, docent aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en zelf grootmoeder van negen kleinkinderen.
Greet Vossaert, seniorenconsulente.
Kathleen Ghequière: socioloog, antropoloog en psychotherapeut. Kathleen geeft lezingen voor de Gezinsbond over grootouders en kleinkinderen. Ze heeft zelf een schattige kleinzoon van twee jaar.
Heleen Crul: Nederlands journalist en auteur van onder andere ‘Dan word je opeens opa en oma.’ Heleen heeft zeven kleinkinderen en noemt zichzelf een héél blije oma.
Trotse en praatgrage (groot)ouders!

Gepubliceerd op: 23/07/2017, laatste update op: 21/11/2017

Tags: , , ,