Moetie, nanou, bompi of paps – elke familie heeft zo zijn eigen namen voor grootouders. Maar ‘oma’ en ‘opa’ blijven toch veruit de populairste roepnamen.

Oma en opa aan de top

Oma en opa blijven het populairst, blijkt uit een bevraging van de Gezinsbond waarin we vroegen aan grootouders hoe hun kleinkinderen hen aanspreken. Ruim de helft van de grootmoeders zei naar “oma” te luisteren. Van de grootvaders was 64 % ‘opa’.

Voor elk wat wils

Ook ‘vake’ en ‘moeke’ worden vaak gebruikt als namen voor grootouders. Zowat een op de tien laat zich zo noemen. Andere klassiekers zijn bomma en bompa, en vava en moemoe. Sommige van die namen zijn duidelijk regiogebonden: in Oost- en West-Vlaanderen vind je bijvoorbeeld nauwelijks vava’s of bomma’s.

“Hoe ze mij noemen? Pépé. Gewoon pépé. Al die namen die ze daar tegenwoordig voor verzinnen: opa en bompa en moppie en mappie en moeppie en sappie en frikadelletje” – Eddy Planckaert

Unieke namen voor grootouders

Een op de vijf grootvaders en meer dan een op de vier grootmoeders luistert naar nog een andere roepnaam. Eddy Planckaert is bijvoorbeeld ‘pépé’, al laat zijn vrouw Christa zich ‘moeke’ noemen. Dat vindt ze wat jonger klinken dan ‘mémé’.

Veel families bedenken zelf een leuke en unieke koosnaam die bij hen past – en daar leggen ze soms heel wat creativiteit bij aan de dag. Van opa knorrepotje en oma trein tot groteva en mamiebelle: zowel voor opa’s als voor oma’s zijn de mogelijkheden schier eindeloos.

De vraag naar roepnamen maakte deel uit van het derde Grootouderonderzoek van de Gezinsbond. Daarin werden 980 grootvaders en 3404 grootmoeders bevraagd. Grootouders met tienerkleinkinderen hebben een uitgebreidere vragenlijst beantwoord. Hun antwoorden zijn samengebracht in een e-dossier.

Gepubliceerd op: 14/02/2020

Tags: ,