Grootouders zeggen vaak dat de kleinkinderen hen jong houden. Of dat zo is, weten we niet, maar wel dat het hen langer doet leven. Dat toont een internationale studie.

Zorgen voor de kleinkinderen deed de kans op sterven met 37 procent afnemen. Contact tussen grootouders en kleinkinderen is dus goed voor de gezondheid. Het omgekeerde geldt ook: “Geen contact hebben met de kleinkinderen kan dus slecht zijn voor de gezondheid”, zegt hoofdauteur van de studie, Sonja Hilbrand.

Drie groepen

Voor het onderzoek werden 500 oudere mensen tussen 70 en 103 jaar bevraagd. Een deel was grootouder die occasioneel zorgde voor de kleinkinderen, een ander deel had geen kleinkinderen maar hielp wel en een deel was grootouder, maar zorgde niet voor de kinderen. Grootouders die de voornaamste zorgverlener zijn voor de kleinkinderen, werden niet in het onderzoek opgenomen

Tien jaar na de start van het onderzoek was de helft van de grootouders die zorgden nog in leven. Bij de grootouders die niet zorgden, was de helft al na vijf jaar overleden. Over twintig jaar bekeken leefden de babysittende grootouders een derde langer.

Gezondheid

Het effect bleef bestaan na controle voor leeftijd, fysieke gezondheid, socio-economische status en verschillende kenmerken van de kleinkinderen. De verschillen in sterfte zijn dus niet te wijten aan een slechtere gezondheid of hogere leeftijd bij de grootouders die niet zorgen.

Nog opvallender: hetzelfde geldt voor kinderloze senioren die hun kinderen hielpen (bijvoorbeeld met het huishouden). Het effect van helpen blijft dus niet beperkt tot bloedverwanten.

De reden

Het is al langer bekend dat grootouders positief effect ondervinden van kleinkinderen. Het zogenoemde ‘oma-effect’ zou een evolutionair overblijfsel zijn: grootouders waren nodig om de soort te helpen overleven. De effecten daarvan zouden nog steeds doorwerken in ons lichaam. Dat je tegelijk ook fysiek en mentaal bezig blijft, speelt wellicht ook een rol.

“Een bescheiden niveau van zorgen voor kinderen, heeft een positief effect op de gezondheid”, zegt onderzoeker Ralph Hertwig. “Al moet iedereen voor zichzelf beslissen hoeveel ‘af en toe’ betekent. Als je geen stress voelt, dan doe je iets goed voor de ander én voor jezelf”, vult Hillbrand aan.

Te veel zorg = stress

Uit eerdere studies bleek dat te veel zorgen voor de kleinkinderen ook stress oplevert, en dat is dan weer slecht voor de gezondheid! Dat kwam ook naar voren in onze eigen grootouderbevraging: veel grootouders zorgen voor de kleinkinderen, maar voor sommigen wordt het te veel.

“Ouders zouden rekening moeten houden met wat hun ouders aankunnen en wat ze willen, dat ze afspraken kunnen maken over wanneer en hoe vaak er voor de kinderen wordt gezorgd”, suggereert de Spaanse professor Bruno Arpino.

Volgens een studie van 35.000 Europeanen, zorgt ongeveer 58 procent van de grootmoeders en 49 procent van de grootvaders wel eens voor een kleinkind in de loop van een jaar.