Elke vrijdag is het feest voor Noah (11) uit Heist-op-Berg. Dan blijft hij samen met zijn broer Liam logeren bij daddy Hugo (66) en oma Anita (66). ‘Het eerste wat Noah doet als we thuiskomen na school, is het duivenhok binnenlopen’, glimlacht Hugo. Dat hij als rasechte duivenmelker zijn passie met zijn kleinzoon kan delen, daarvan maakt zijn hart een sprongetje.

Van grootvader op kleinkind

‘Duivensport, dat zit in je bloed’, zegt Hugo. ‘Daar rol je in van generatie op generatie.’ Zelf kreeg hij de microbe te pakken via zijn grootvader die een café annex duivenlokaal uitbaatte.

‘Ik was zes toen hij me alles leerde over duiven verzorgen, kweken en trainen. Voor mij was dat de normaal­ste zaak van de wereld.’ Nu geeft Hugo op zijn beurt zijn liefde en kennis door aan zijn kleinzoon Noah.

LEES OOK > Grootouder worden: het verandert je leven

Dierenvriend

‘We hebben acht kleinkinderen, het negende is op komst, maar Noah is de enige die interesse heeft in duiven.’

‘Dat klopt’, knikt Noah enthousiast. ‘Eigenlijk ben ik gek op dieren in het algemeen. Wij hebben thuis kalkoenen, kippen, konijnen, varkens, koeien, een pony…’

Op zondag gaat hij vaak met zijn papa naar de Heistmarkt. ‘We moeten ons dan inhouden om niet met een boel nieuwe beesten naar huis te komen. Soms lukt dat, maar niet altijd.’ (lacht)

LEES OOK > Hoe gaat het met Hugo in coronatijden?

Duiven lappen

Naast de dieren die ze kweken om zelf te eten, heeft Noah thuis ook een duivenhok en twee rennen waarin hij dertig à veertig duiven houdt.

‘Ik vind het heel plezant om ermee bezig te zijn’, vertelt hij. ‘De duivenjongen vastpakken, ze zien opgroei­en, ermee kweken, uitzoeken hoe je mooie en goede exemplaren krijgt… Heel boeiend allemaal.’

‘Duiven komen naar huis voor hun baas en dat is bij daddy zeker het geval’ – kleinzoon Noah

‘Wat ik ook leuk vind, is de jonge duiven trainen of ‘lappen’. Dan steek ik ze in een mand en breng ze met de zitmaaier tot achteraan de tuin. Daar laat ik ze los en lok ze terug naar hun hok. Het is de eerste stap richting wedstrijdvliegen.’

Voorlopig speelt Noah nog geen wedstrijden. Daarvoor heeft hij te weinig tijd. ‘Ik verzorg ook nog onze andere dieren en dan is er nog huiswerk en zo (trekt zijn neus op). Maar als ik in de vakantie bij daddy ben, dan help ik hem zijn duiven stempelen, ringen en inkorven voor de wedstrijd.’

Verzorgen en vertroetelen

Sinds drie jaar is Hugo opnieuw gestart met de duivensport. ‘Ik ben lange tijd gestopt omdat het te tijdrovend was. Met mijn pensioen in het vooruitzicht begon het opnieuw te kriebelen. Samen met Noah heb ik in onze tuin een nieuw duivenhok gezet. Ja, zo handig is Noah wel.’

In het relatief kleine duivenhok huizen vandaag maximaal twintig duiven. ‘Ik heb niet graag te veel duiven’, zegt Hugo. ‘Liever wat minder zodat ik ze beter kan verzorgen en vertroetelen. Dan heb ik er ook meer plezier aan. Als ik te veel jongen heb, dan geef ik een deel aan Noah. Die heeft meer plaats om ze te zetten.’

Wachten tot de duiven thuiskomen

Dagelijks is Hugo zo’n twee à drie uur met zijn duiven in de weer: twee keer voederen, ze laten vliegen, het hok uitkuisen…

Tijdens het wedstrijdseizoen, dat loopt van midden maart tot eind oktober, brengt Hugo elke zaterdag­ avond zijn beste duiven naar het plaatselijk duivenlokaal. Daar gaan ze op de vrachtwagen richting Quiévrain. Eens gelost vatten ze de negentig kilometer lange tocht naar huis aan en begint voor Hugo het wachten. Met wat geluk ‘vallen’ zijn duiven zondagochtend.

‘De voorbije twee seizoenen heb ik vrij goed gespeeld’, zegt Hugo. ‘Ik was zelf verbaasd. Ons hok is vrij klein en eigenlijk niet optimaal georiënteerd. Er zijn zelfs al andere duivenmelkers komen kijken omdat ze niet begrijpen hoe ik met zo’n basisuitrusting zo goed presteer.’

Hugo’s geheim

‘Mijn geheim? Dat weet ik niet’, haalt Hugo zijn schouders op. ‘Ik wel!’, zegt oma Anita. ‘Hugo is gewoon heel veel met zijn duiven bezig. Die duiven komen speciaal terug om door hem vertroeteld te worden.’

Daar is Noah het mee eens: ‘Duiven komen naar huis voor hun baas en dat is bij daddy zeker het geval. Daddy’s duiven kun je heel gemakkelijk pakken en knuffelen. Dat lukt bij de mijne niet. Daarom vind ik het extra fijn om naar hier te komen.’

Samen naar het duivenlokaal

Kan Hugo er wat mee verdie­nen? ‘Nee, dat niet. Het is heel moeilijk om iets te winnen. Uiteraard moet je wel wat van duiven afweten, maar het blijft een gokspel. Je bepaalt zelf hoeveel je inzet op welke duiven en daarna is het een kwestie van geluk.’

Het kan immers altijd gebeuren dat een duif de weg kwijtraakt, wordt neergeschoten of verongelukt. Bovendien komen er bij duivensport wel wat kosten kijken: voedsel, vaccins, bezoekjes aan de dierenarts, lidgeld van de duivenbond…

‘Laat ons zeggen dat je goed hebt gespeeld als je je inleg van het seizoen kunt terugverdienen’, zegt Hugo. Maar mij is het niet om het geld te doen. Het plezantste is om in het duivenlokaal met de andere duivenmelkers de wedstrijd te volgen en te discussiëren. En dan vind ik het heel fijn als Noah tijdens de vakanties eens mee kan.’

LEES OOK > Pubers en hun grootouders: twee handen op één buik

Speciale band

Ook al heeft hij met al zijn kleinkinderen een goede band, toch maakt die gedeelde duivenpassie zijn band met Noah ietsje specialer.

‘Het is sowieso leuk om met iemand een hobby te delen. Dat ik dat nu met mijn kleinzoon kan doen, maakt het voor mij extra bijzonder.’

Noah vindt het dan weer leuk dat hij van zijn opa dingen kan opsteken. ‘Daddy heeft me alles geleerd over hoe ik duiven moet verzorgen, kweken en trainen,’ vertelt hij, ‘en ook een paar coole trucs.’

‘Het is echt hartverwarmend om die twee bezig te horen’ – oma Anita

Leuker met twee

‘We leren van elkaar’, vult Hugo aan. ‘Noah heeft oog voor detail. Hij ziet andere dingen dan ik. Als een duif wat ziek is of mankt bijvoorbeeld, dan heeft Noah dat meteen in de gaten.’

Zodra zondagochtend de uitslag van de wedstrijdvlucht bekend is, stuurt Hugo een berichtje naar Noah. ‘Die antwoordt dan meestal droog met: goed’, lacht Hugo.

LEES OOK > Wat leren kleinkinderen van hun grootouders?

Familiegebeuren

‘Ook mijn zonen zijn geïnteresseerd in mijn duiven. Zelfs mijn zoon die in Dubai woont, volgt nog steeds de Belgische duivensport. Elke zondagavond vraagt hij me hoe mijn duiven gepresteerd hebben. Het is een heel familiegebeuren en dat maakt het natuurlijk leuk!’

Oma Anita volgt het allemaal vanop de zijlijn: ‘Mij interesse­ren die duiven eigenlijk niet zo veel. Waar ik wél enorm van geniet zijn de gesprekken tussen Noah en zijn daddy. Het is echt hartverwarmend om die twee bezig te horen. Uren en uren kunnen ze dat volhouden.’

Foto: Kristof Ghyselinck

Dit artikel verscheen eerst in het Magazine voor GROOTouders (nr. 4, maart/april/mei 2020). Ook ontvangen? Schrijf je dan in voor het magazine en de bijbehorende nieuwsbrief. Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 11/03/2020, laatste update op: 15/04/2020

Tags: , ,