‘Het grootouderschap? Plezierig. Ik onderga het, maar dan wel in de goeie zin van het woord. Ik zal nooit pushen om de kleinkinderen te mogen zien, mijn kinderen moeten zelf beslissen of het hen past. Maar als ze willen langskomen, zijn ze méér dan welkom. Al is de kans groot dat ik niet thuis ben, natuurlijk.’ Hij zat niet meteen te wachten op het grootvaderschap, maar geniet – als hij thuis is – wel volop van het bompa zijn: Pascal Braeckman.

Pascal heeft zijn grootouders van moederskant nooit gekend, maar die van vaderskant wel. Ze vingen hem tijdens zijn kleutertijd vaak op omdat zijn ouders in een ploegensysteem werkten. Maar ook de jaren daarop fietste hij vaak naar hen toe.

‘De band met pépé en mémé was fantastisch. Ze verwenden me absoluut niet en ik moest echt wel luisteren naar hen, maar alles gebeurde met heel veel liefde. Ik kreeg ruimte genoeg om te spelen, en als ik moest helpen, hielp ik. Ik vond het evident dat ik deed wat ze vroegen.

Van mijn grootvader heb ik enorm veel geleerd, vooral over de natuur. Ik werkte vaak mee in de hof om patatten uit te doen en zo. Zoals je kan zien aan mijn tuin ben ik dat later wel een beetje kwijtgeraakt! (lacht)’

Dansen met mama

Als enig kind leerde Pascal al vroeg zijn plan trekken. Na school zat hij vaak een paar uur alleen thuis, zelfs toen hij nog maar een jaar of zes was.

‘Vandaag is het not done om zo’n klein manneke alleen te laten, maar ik had daar echt geen last van. Mijn ouders konden niet anders, ze moesten nu eenmaal gaan werken om hun boterham te verdienen.

En ikzelf wist niet beter, voor mij was het de normaalste zaak van de wereld. Ik kwam thuis, deed mijn huiswerk en speelde dan een beetje. Er mochten altijd vriendjes langskomen, het was allemaal heel plezant.

Natuurlijk vond ik het leuker als mama de vroege shift had en al thuis was wanneer ik van school kwam, maar ook op die andere dagen verliep het probleemloos. Naast een paar stoten die alle klein mannen wel eens uitsteken, heb ik nooit geprofiteerd van de vrijheid en de verantwoordelijkheid die mijn ouders me gaven.’

Hoe was de band met je ouders?

‘Heel warm, ik heb een fantastische jeugd gehad. In het weekend gingen ze graag dansen en namen ze mij gewoon mee – nog zoiets waarvan mensen vandaag schande zouden spreken. Ik vond het geweldig. Af en toe danste ik met ons ma, en de rest van de avond zat ik achter het orkest.

Als klein ketje van vijf à zes jaar ging ik drank halen voor de mannen van het orkest van John Horton en van Willy Sommers. Ze kenden mij allemaal. Zalig! Ik heb me nooit afgevraagd of dat wel oké was, integendeel: het is op die manier dat ik mijn liefde voor geluid en muziek heb ontdekt.

Mijn ouders hebben mij altijd gesteund in alles wat ik wou doen. Zo kreeg ik in het zesde jaar Latijn-wiskunde het advies om burgerlijk ingenieur te gaan studeren. Ik wou liever filmschool doen, maar mijn leerkrachten raadden dat af. Mama zei toen: “Doe maar wat je wil, anders komt het toch niet goed.” (lacht)

Onze pa heeft jaren aan een stuk ‘s nachts met mij rondgereden, want ik was al op mijn vijftiende begonnen met een discobar. Nee, echt, ik heb alleen maar goeie en warme herinneringen aan mijn jeugd en aan mijn ouders. Ik zag die mensen ontzettend graag. Ze hebben mij gemaakt tot wie ik ben en daar ben ik hen enorm dankbaar voor.’

LEES OOK > Nana Martine Prenen over haar kleinzoon

Klankman én bompa Pascal Braeckman: 'Ik zat niet op kleinkinderen te wachten, maar het is echt plezierig'

Gebakken kiekens

Pascal is al meer dan veertig jaar een koppel met zijn ‘sjoe’ An. Ze kregen twee kinderen, Nik en Tess.

‘Hoe ik als vader was? Misschien niet zo goed als ik het zou gewild hebben, want door mijn job was ik vaak weg en heb ik veel gemist. An zat meestal alleen met de kinderen.

Ik respecteerde en volgde de manier waarop zij Nik en Tess opvoedde, ook wanneer ik thuis was. Wanneer de kinderen aan mij iets kwamen vragen, antwoordde ik eerst: “Wat zegt mama daarvan?” Ik gaf dan wel mijn mening, maar daarna zei ik altijd: “Als mama het zo beslist, dan is het zo.”

Ik vond het vooral belangrijk om mijn kinderen menselijkheid en respect mee te geven. En dat de gebakken kiekens niet in je mond komen vliegen. Als je iets wil, moet je ervoor werken.

Voor de rest gaven An en ik onze kinderen zo veel mogelijk vrijheid en verantwoordelijkheid. Ze mochten zelf hun keuzes maken, maar moesten achteraf niet komen janken als het eens minder goed uitdraaide.

En ja, bij de ene pakte dat beter dan bij de andere: met één van beide kinderen liep het een tijd serieus mis en was de verstandhouding compleet zoek. De eerste reflex die je dan als ouder hebt, is het jezelf verwijten: “Was ik maar vaker thuis geweest. Hadden we maar strenger opgetreden.”

We hebben er in die periode veel over gepraat met mensen die er verstand van hebben, en die zeiden allemaal dat we de schuld niet bij onszelf mochten leggen. Je hebt met opvoeding nu eenmaal niet alles in de hand, het heeft ook te maken met hun karakter en met de mensen die ze ontmoeten.

Je kinderen bepalen hun leven uiteindelijk zelf, en wij hebben gedaan wat we konden. De band is intussen weer goed, daar ben ik oprecht content om.’

Bompa, what else?

Pascal en An werden intussen ‘bompa’ en ‘tatik’ van Thorin (5), Daya (3) en Xenia (1).

‘Voor het eerst grootvader worden, ik vond het geweldig. Fantastisch. Ik zat totaal niet op kleinkinderen te wachten, maar het is echt plezierig. Een beetje zoals wat je soms op stickers leest: “If I had known grandchildren were such fun, I would have had them first!”

Tegelijk wist ik al van bij het begin dat het mijn leven niet echt zou veranderen. Ik ben nog heel actief en zit dus niet te wachten om eens te kunnen babysitten. Het is ook niet dat ik me door grootvader te worden ineens oud ging voelen.

Toen ze me vroegen hoe de kleinkinderen me moesten noemen, antwoordde ik meteen: “Bompa!” Niets mis met mensen die een andere naam kiezen, maar ik vind bompa echt sympathiek klinken.’

LEES OOK > 16 toffe namen voor grootvaders

Kinderpraat

‘Weet je waar ik een hekel aan heb? Dat sommige volwassen altijd met een hoog stemmetje praten als ze tegen een klein kind bezig zijn. Oh man, ik word daar onnozel van! Ik gun iedereen zijn plezier hoor, maar mij zal je dat dus nooit ofte nimmer horen doen.’

Luiers verschonen, een badje geven, hen in slaap wiegen… is het iets voor jou?

‘Ik ben daar best handig in. Als je zelf kinderen gehad hebt, weet je hoe dat gaat. Je verleert dat niet. En aangezien mijn zoon en mijn dochter hier allebei een tijdje gewoond hebben met hun gezin, heb ik regelmatig de luiers ververst.

En het toffe van het spel: als dat kindje ambetant wordt, geef je het gewoon terug aan de mama! (lacht) Want dag en nacht met een baby’tje bezig zijn, dat zou ik niet meteen zien zitten. Die tijd hebben we gehad. Allez, mijn vrouw vooral. (glimlacht)

Het is ontzettend plezant om de kleinkinderen te zien opgroeien. Ik ben vorig jaar in het kader van mijn tv-programma ‘Twee tinten grijs’ met de Gezinsbond naar zee gegaan voor een vakantie met Thorin.

Een week lang was het alleen hij en ik. Heel tof, en zalig om te zien hoe hij vriendjes maakte en stoten uithaalde. Die week heeft onze band een heel stuk sterker gemaakt. Ik zou dat in de toekomst met de andere kleinkinderen ook willen doen.’

Is er iets wat je je kleinkinderen graag wil leren?

‘Ze zijn nu nog wat te jong, maar ik hoop dat ik hen wel wat muziek en cultuur kan bijbrengen. Plaatjes draaien, hen meenemen naar plekken die ik zelf tof vind of waar ik veel aan gehad heb… zulke dingen zie ik me echt nog doen. Op voorwaarde dat mijn kinderen dat zien zitten, natuurlijk.’

Heeft het feit dat je stottert je ooit gehinderd om te praten met je kinderen of kleinkinderen?

‘Nee, totaal niet. Mijn kinderen hebben het nooit anders geweten, het is normaal voor hen. Ik maak er zelf ook nooit een punt van. Wanneer ik moet bellen met officiële instanties vind ik het lastig, maar dat is alles.

Ik heb aan mezelf geleerd dat het eigenlijk geen probleem is. Nu ja, het ís wel een probleem, maar meestal maken anderen er meer een probleem van dan ikzelf. Ik ben altijd de eerste om erover te beginnen.

En ja, mijn kleinzoon doet me soms wel eens na, maar dan lach ik vrolijk met hem mee! (lacht) Toen ik nog een kind was, werd ik er af en toe om uitgelachen, maar ik heb nooit last gehad van pesterijen en werd ook niet uitgesloten.

Ik kon voetballen, was een goeie student en allesbehalve het kneusje van de groep. Ze hadden dus alleen maar dat stotteren om mee te lachen, en dat kon me echt niet schelen. Het is anders als je je gaat isoleren; dan pakken ze je extra hard. Maar ik heb er me nooit voor teruggetrokken.

Ik krijg regelmatig berichten van ouders over hun stotterende kinderen, en ik laat die mensen altijd eens langskomen. Onlangs nog: een vader, moeder en hun zoon die vijf minuutjes met mij wilden babbelen. (glimlacht) Ze hebben hier bijna drie uur gezeten.

Ik vind het tof om zo’n jongen wat moed te geven. “Trek het je niet aan!”, is makkelijk gezegd, maar het feit dat ik stotter en tóch op tv kom, geeft aan zo’n gastje echt een boost.’

LEES OOK > Voor Katrien (20) is stotteren geen beperking: ‘Het houdt me niet tegen!’

Andere wereld

Maak je je soms zorgen over de toekomst van je kleinkinderen en de wereld waarin ze zullen opgroeien?

‘Goh, mijn grootouders vonden ook dat “hun tijd” beter was dan die van hun kinderen en kleinkinderen, net zoals ik dat nu vind. Doorheen de eeuwen is er voortdurend evolutie, maar of je echt kan zeggen dat de ene periode beter is dan de andere?

Natuurlijk heb ik mijn bedenkingen bij het feit dat die gastjes voortdurend op hun smartphone zitten, maar ze hebben nooit iets anders gekend, dus wie ben ik om te beweren dat onze manier van leven de juiste was?

Ik maak me geen zorgen, ze zullen hun plan wel trekken. Je kunt bepaalde waarden meegeven maar je kunt hen niet dicteren hoe ze hun leven moeten leiden en hun tijd invullen.’

Hoe zullen je kleinkinderen zich later hun bompa herinneren, denk je?

‘Oei … moeilijke vraag. Geen idee. Ik kan voor hen niet bepalen hoe ze mij zien. En ik ga niet geforceerd de plezante bompa uithangen als ik mij op dat moment niet plezant voel.

Ik kan alleen maar mezelf zijn, en als ze zich mij herinneren als een toffe bompa: zoveel te beter. Maar ik weet nu al dat ze vooral zullen zeggen dat ik niet vaak thuis was.

Ik ga me als grootvader vooral niet moeien met wat ze willen doen, ik heb zelf altijd mijn hart mogen volgen en ik hoop dat zij dat ook kunnen. Mijn kleinzoon doet nu ballet, en ik ken er een aantal die daar niet content mee zijn en er zelfs commentaar op geven.

Ik snap dat niet. Als het hem blij maakt en hij vindt het leuk, waarom niet? Alleen door te doen wat je graag doet, kun je oprecht gelukkig worden. Ik ben daar het levende voorbeeld van.’

Over de grootouder-kleinkindvakantie

Wil jij net als Pascal deelnemen aan een volledig georganiseerde, actieve grootouder-kleinkindvakantie van Gezinssport Vlaanderen? Dat kan zowel aan zee als in de Ardennen. Neem een kijkje op gezinssportvlaanderen.be voor het volledige aanbod.

Foto: Kristof Ghyselinck

Dit artikel verscheen eerst in het Magazine voor GROOTouders (nr. 5, 2020). Ook ontvangen? Schrijf je dan in voor het magazine en de nieuwsbrief. Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 14/07/2020, laatste update op: 29/07/2020