Nu we extra levensjaren cadeau krijgen, lijkt de strik rond dat geschenk stevig in de knoop te zitten. Wie biedt zorg en nabijheid als de schaduw van de jaren groter wordt? Kunnen we welgezind thuis blijven wonen of wacht een warm onthaal in het woonzorgcentrum?

In het boek ‘We mogen niet klagen’ verzamelen Sonja van Hamel en Robert Muda in 2019 een selectie ansichtkaarten uit bejaardentehuizen in Nederland. In de periode 1960-1980 verstuurden ouderen vanuit hun appartementen handgeschreven ansichten waarop de tekst ‘we mogen niet klagen’ vaak voorkwam.

‘De mensen moesten positief blijven, want ze zaten toch maar mooi in zo’n moderne voorziening. Er zal heel veel narigheid en eenzaamheid zijn geweest, maar op de ansichten merk je daar maar weinig van. Het tekent die generatie: kop op, niet zeuren’, aldus de auteurs.

Er zijn wonden geslagen in coronatijden. ‘Men dacht: die rusthuizen zijn toch al sterfhuizen’

Het idee dat je in een soort vakantiehuis kan wonen voor je ‘De Grote Reis’ aanvat, lijkt me in de advertenties voor sommige (peperdure) assistentiewoningen nog altijd aan de orde. Er is nog net geen ‘toch eenzaam, geld terug’-garantie.

LEES OOK > Het nieuwe woonzorgdecreet: Belangrijke stap naar kwaliteitsvolle zorg in Vlaanderen

Salonpraatjes

Mijn eerste stage aan de Sociale School, begin jaren tachtig, was in een rusthuis. Samen met Gisèle, diva met een Lada, ging ik twee maanden lang elke woensdagmiddag salonpraatjes maken met mensen die gemiddeld tot vier keer zo oud waren als wij, groentjes van studenten.

Van die kijkstage herinner ik me vooral veel hartelijkheid. Maar ook het onvermijdelijke moment dat je elk verhaal al drie keer gehoord hebt. In de rusthuizen was ruimte voor kwetsbaarheid en er heerste een schoolse discipline die toen nog kon. Van ‘pompen of verzuipen’ leek geen sprake.

Toen ik op nieuwjaarnoen 2020 met mijn vrouw bij mijn schoonmama langsliep, hoorde ik hulpeloosheid in de stem van het verzorgend personeel. Omdat ze niet toekwamen aan een rustige heildronk met de bewoners.

Een medewerker met veel kilometers op de teller had niet alleen heimwee naar hoe het vroeger was, maar ook nood aan meer tijd voor betrokkenheid. Want daarvoor was ze de job gaan doen. Niet om vlugvlug vanaf een kar borden te serveren. Niet op de eerste dag van het nieuwe jaar en ook niet op andere dagen.

LEES OOK > Bepaal met je zorgvolmacht zelf wie op je oude dag je zaken regelt

Woonzorgcentrum Weltevree: Naar RemigiusVinger op de wonde

Er zijn wonden geslagen in coronatijden. Zeker ook in woonzorgcentra. In De Standaard Weekblad van 6 juni spreekt de directeur van WZC Westervier in Brugge – dat bijzonder hard getroffen werd – over een sector die al jaren stiefmoederlijk wordt behandeld: ‘Men dacht: die rusthuizen zijn toch al sterfhuizen.’

In een recent opiniestuk op de interessante website sociaal.net legt ouderenpsycholoog Luc Van de Ven de vinger op de wonde: ‘We vinden dat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten blijven. Op zich een nobel uitgangspunt van de “vermaatschappelijking van de zorg”.

Maar gemakshalve vergeet men wel dat geen enkel mens uitkijkt naar de dag dat hij of zij naar een woonzorgcentrum mag. Het zijn de omstandigheden die daartoe dwingen.

Langs de andere kant: ook de keuze voor thuiszorg kan mantelzorgers emotioneel en fysiek zwaar belasten. Bovendien kan niet elke familie terugblikken op een harmonieuze geschiedenis.

Sommige hoogbejaarden voelen zich na een opname in een woonzorgcentrum juist minder eenzaam. Het is dus niet gepast om de thuiszorg te idealiseren en het woonzorgcentrum te diaboliseren. Thuiszorg is optimaal, zolang het dat is voor de oudere en diens naaste familie.’

LEES OOK > Kopzorgen verdienen zorg: wel in je vel op hoge leeftijd

Naar Remigius

Er zijn lichtpuntjes, zoals het nieuwe woonzorgdecreet. Ondertussen blijft het tekort aan handen heikel en koopt het zorgpersoneel met applaus geen brood. Zijn we klaar voor een nieuwe vergrijzingsgolf? Of kunnen de veertigduizend 85-plussers die erbij komen in 2030 zich beter nu al op de wachtlijst zetten?

In ‘Naar Remigius’, dat dichter Herman Leenders schreef voor een woonzorgcentrum in Pittem, komt op versvoeten een ver perspectief plots heel dichtbij. Laten we die werkelijkheid met z’n allen omarmen.

Over het welbevinden van ouderen lees je meer via kopzorgen.be

Dit artikel verscheen eerst in het Magazine voor GROOTouders (september 2020). Ook ontvangen? Schrijf je dan in voor het magazine en de bijbehorende nieuwsbrief. Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 09/10/2020, laatste update op: 23/10/2020

Tags: , , , ,