Dagelijkse ruzies thuis, spijbelen, roken, drinken of vrienden die in jouw ogen niet de juiste zijn… Het is niet makkelijk om te zien hoe je kleinkind – dat als het ware gisteren nog met de blokken speelde – plots is uitgegroeid tot een tiener die experimenteert en alle grenzen aftast. Maar is het oké om als grootouder iets te zeggen van het gedrag van je kleinkind? Wat doe je als je ze ergens op betrapt? En vanaf wanneer moet je je zorgen maken? We legden ons oor te luisteren bij Ilse De Block, directeur van de Opvoedingslijn.

Stoom afblazen

‘Uiteraard is elke situatie anders’, vertelt Ilse, ‘dus hoe je daar het best mee omgaat, verschilt. Maar als je zulke veranderingen opmerkt in het gedrag van je kleinkind, raad ik aan om er in eerste instantie een beetje buiten te blijven. Als oma of opa ben je tenslotte een buitenstaander. Je weet niet alles. Je krijgt misschien te horen van jouw (schoon)kind dat er veel ruzie is of dat je kleinkind bepaalde zaken heeft gedaan. Maar je weet eigenlijk niet wat er allemaal aan vooraf is gegaan. Je weet niet wat er gezegd en gebeurd is tussen ouder en kind. Al begrijp ik ook dat dit geen gemakkelijke positie is, want als grootouder maak je je uiteraard zorgen.’

Negeer je dan gewoon het feit dat er iets aan de hand is?

‘Dat nu ook weer niet. Maar het kan van grote waarde zijn dat je als grootouder een soort rustplaats biedt aan je kleinkind. Thuis wordt er waarschijnlijk al genoeg aan diens hoofd gezeurd. Is het dan nodig dat jij ook met een belerend vingertje gaat wijzen? Een tiener heeft een plek nodig waar die eens stoom kan afblazen. Het zou heel mooi zijn als dat bij jou is. Wat er tussen jullie gezegd wordt, hoef je dan ook niet aan de ouders te briefen.’

Ilse De Block over het gedrag van je kleinkindLaat je de boosheid zien, dan zal een tiener stekels opzetten en zich terugtrekken, maar een tiener is wel degelijk gevoelig voor liefde en zorg. – Ilse De Block, directeur van de Opvoedingslijn

Wat als je kleinkind jou niet in vertrouwen neemt, maar je zelf bepaalde zaken ontdekt? Stel dat je aan de schoolpoort passeert en ziet dat je kleinkind staat te roken.

‘Dan kan je daar achteraf zeker iets van zeggen. Maar voor je een preek afsteekt, luister eerst. Vraag: “Hoe lang rook je al? Waarom doe je dat eigenlijk?” Veel tieners roken of drinken omdat ze erbij willen horen. Ze ervaren groepsdruk en willen stoer doen. “Durf je dan geen nee te zeggen?” Daarover een gesprek aangaan, is een pak interessanter. Zo geef je je kleinkind een volwassen perspectief mee over wat er speelt, en kan die daarna zelf beslissen om er al dan niet iets mee te doen. Vertrouw je kleinkind daarin. En loop niet naar de ouders om alles te vertellen, dat zal jullie band niet ten goede komen.’

Boos worden is dus geen goed idee?

‘Eigenlijk is het vergelijkbaar met wanneer je als ouder je kind ergens op betrapt. Waarschijnlijk zal je in eerste instantie boosheid voelen opwellen. Dat gebeurt nu eenmaal. Soms komt die ook naar buiten, daar kan je niet altijd iets aan doen. Maar achter die boosheid schuilt ongerustheid. Laat je de boosheid zien, dan zal een tiener stekels opzetten en zich terugtrekken. Maar een tiener is wel degelijk gevoelig voor liefde en zorg. Jongeren geven het niet graag toe, maar betrokkenheid is voor hen heel belangrijk. Als je – al is het nadat je boos bent geworden – een gesprek aangaat vanuit die bezorgdheid, kan je ver komen.’

LEES OOK > Roekeloze tieners hebben een goed excuus: hun onvolgroeide brein

Pleister plakken

Je moet je kleinkind ook vertrouwen, zei je.

‘Klopt! Maak je niet té snel zorgen. Experimenteren, je afzetten en je eigen weg zoeken maakt deel uit van tiener-zijn. Als grootouder hoef je niet alles te weten wat je kleinkind uitspookt. Kom je toch iets te weten, geef dan mee dat je er niet akkoord mee bent, en vertrouw er inderdaad op dat het wel goed komt. Vind je dat moeilijk, stel jezelf dan de vraag waarom je je zoveel zorgen maakt: “Ligt dat nu aan mij? Overdrijf ik? Of is er écht meer aan de hand?”

Ik denk dat we in onze samenleving zo gefocust zijn op wat er fout loopt, dat we vergeten dat bepaalde dingen wél goed zijn: “Die heeft vorige week boodschappen voor mij gedaan. Ik krijg wel eens een sms’je.” Dat je die verbinding nog voelt, mag je niet uit het oog verliezen.’

Vanaf wanneer is het wel nodig om je zorgen te maken over het gedrag van je kleinkind?

‘Het is moeilijk om daar een lijn in te trekken. Naarmate kinderen ouder worden, krijgen ze ook meer verantwoordelijkheid. En je leert nu eenmaal veel van wat er fout gaat. Het kan voor een tiener dus een waardevolle les zijn om eens met het hoofd tegen de muur te lopen. Gebeurt dat, zorg dan dat je er bent voor je kleinkind. Niet om alles op te lossen, maar om een spreekwoordelijke pleister te plakken. Zo leert je kleinkind uit wat er is gebeurd en zal hij of zij ook beseffen: “Ik sta er niet alleen voor.”

Anderzijds, als je kleinkind dingen doet die gevaarlijk zijn, of als het gedrag escaleert, moet er soms wel worden ingegrepen. Merk je dat het niet voldoende is om je kleinkind hierover aan te spreken, dan kan je de ouders erbij betrekken. Niet om hen op de vingers te tikken of te zeggen wat ze wel of niet moeten doen, maar om de zorg te delen. Misschien hebben zij nog andere perspectieven die jou geruststellen. Of misschien zijn ze opgelucht, omdat zij hun bezorgdheden nu ook kunnen delen en samen met jou kunnen nadenken over hoe het verder gaat.

Zelf op eigen houtje stappen ondernemen, zoals de school contacteren, is geen goed idee. Tenzij de ouders om een of andere reden de zorg niet kunnen opnemen, ligt de beslissing om zulke zaken te doen uiteindelijk bij hen.’

LEES OOK > Geweld in games: wat als je kleinkind een fanatiek gamer is?

Dit artikel verscheen eerst in het Magazine voor GROOTouders (nr. 21, 2024). Ook ontvangen? Schrijf je dan in voor het magazine en de bijbehorende nieuwsbrief. Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 04/07/2024