‘Ik ben als enige in mijn familie doof geboren’, zegt Arne Van Driessen (26). ‘Toch heeft die beperking me nooit belet om te doen wat ik graag doe. Ik vond het altijd al fijn om met kinderen bezig te zijn en ben daarom blij dat ik les kan geven.’ Een gesprek over leven met een gehoorbeperking, omgaan met prikkels, maar vooral ook over je dromen achternajagen.

Leven met een gehoorbeperking

Sinds je zesde heb je een hoorapparaat. Toen kreeg je plots allerlei geluiden en prikkels te verwerken. Wat herinner je je daar nog van?

‘Als kind sta je daar niet zo bij stil en besef je niet dat je met een gehoorbeperking moet leven. Ik trok me uit de slag, amuseerde me met vrienden en had het op school best naar mijn zin. In de lagere school was ik zeker niet “die jongen met zijn hoorapparaat”.’

Je hebt aan het ene oor een implantaat en aan het andere een gewoon hoorapparaat. Hoezo?

‘Aan mijn rechteroor kreeg ik een cochleair implantaat (CI) en links een gewoon hoorapparaat. In die tijd was het nog niet de gewoonte om in beide oren een CI te plaatsen, want dat is een ingrijpende operatie. Met mijn linkeroor hoor ik niets, maar dat hoorapparaat zorgt er wel voor dat ik mij kan oriënteren en akoestische geluiden opvang.

Na die CI-operatie – die toen nog in de kinderschoenen stond – moest ik vanzelfsprekend ook klanken, geluiden en woorden leren herkennen en uitspreken. Die revalidatie duurde lang en vroeg veel tijd. Het gaat niet alleen over logopedie, maar ook over afspraken bij de dokter, de audioloog enzovoort.

Bovendien was het voor mijn omgeving een hele organisatie om meermaals per week met mij op die consulten te raken. Daarvoor kan ik mijn ouders en grootouders niet genoeg bedanken.’

LEES OOK > Vijf jongeren over leven met een chronische ziekte

Niet eenzaam, wel buitengesloten

Hoe was de overstap van de basisschool naar de secundaire school?

Arne Van Driessen (26) over leven en werken met een gehoorbeperking

‘Van een kleine basisschool kwam ik terecht op een grote school met veel meer klassen en leerlingen. Elke elf- of twaalfjarige moet zich daaraan aanpassen, maar door mijn gehoorbeperking was die overgang extra moeilijk.

Op de speelplaats van een lagere school speel je vooral met andere kinderen, terwijl middelbare scholieren veel meer in groepjes met elkaar staan te praten. Maar als mensen door elkaar babbelen, kan ik onmogelijk een gesprek volgen.

Daardoor werd ik vrij stil, was ik minder actief betrokken bij gesprekken en voelde ik mij soms buitengesloten. Dat was vooral in de eerste jaren van het secundair zo, al werd ik gelukkig nooit gepest of voelde ik me nooit echt eenzaam. Ik had op school wel een goeie vriendengroep.’

Hoe gingen zij om met je gehoorbeperking?

‘Op het eind van de middelbare school vond ik meer aansluiting bij de klasgroep dan de jaren voordien. Ik besef nu wel dat een veertien- of vijftienjarige nog niet goed weet hoe je daarmee omgaat als een van je vrienden minder goed hoort. Uitgaan in een grote groep, met veel omgevingslawaai, was ook in mijn studententijd nooit aan mij besteed.’

LEES OOK > De bijna blinde Yannick is optimistisch ondanks zijn beperking

Leven zonder muziek

Wat betekent ‘horen’ eigenlijk voor jou? Kun je bijvoorbeeld naar muziek luisteren?

‘In een ruimte met veel drukte moet ik me te veel concentreren om mee te zijn met wat verteld wordt. Ik loop immers telkens enkele seconden achter in een gesprek en denk dan: “Heb ik dat nu goed verstaan? Was het wel dat woord?” In drukke conversaties vergt zoiets veel extra inspanning.

Aan muziek heb ik niets. Ik kan geen instrument bespelen en ga nooit naar een optreden, show of festival. Ik mis dat ook niet, want ik heb die ervaringen nooit gekend. In de auto gaat de radio trouwens meestal uit, want dat zijn overbodige prikkels die ik niet nodig heb.

In mijn vrije tijd hou ik vooral van lezen, films en series kijken, waarbij onderschriften natuurlijk onmisbaar zijn. En als er ergens een feestje georganiseerd wordt, zet ik me het liefst in achter de schermen. Zo kan ik ook iets voor anderen betekenen.’

Je werkt nu als leerkracht. Hoe verloopt lesgeven met een gehoorbeperking?

‘Uit mijn eigen schooltijd weet ik nog hoeveel last ik had van rumoer of geroezemoes in de klas. Vanaf het middelbaar kon ik dankzij Bluetooth-technologie de leerkrachten en later ook de professoren beter horen (de docent draagt dan een microfoontje, red.) zonder omgevingslawaai.

Nu ik zelf op Sint-Paulus in Gent lesgeef, ben ik tegenover mijn leerlingen heel open over mijn beperking. Op die manier leren ze wat het betekent om ondanks alles je dromen toch te kunnen waarmaken.

Het rechtstreekse contact met leerlingen heb ik wel nodig om ze via liplezen goed te verstaan. In de coronatijd – mijn eerste jaar als leerkracht! – was het met die mondmaskers dus best een grote uitdaging. Maar mijn collega’s toonden veel begrip, want ze ondervonden evengoed problemen met die maskers. En wanneer leerlingen je na zo’n schooljaar zeggen “meneer, chapeau dat u dit doet”, geeft dat natuurlijk een goed gevoel.’

LEES OOK > Leiding geven met een beperking: zo doen Maxime en Sander het

Foto’s: Kristof Ghyselinck

Dit artikel verscheen in juli 2022 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via FacebookTwitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 14/07/2022

Tags: , , ,