Mensen durven tegenwoordig nogal eens van mening verschillen, maar in mijn omgeving zijn ze het over één ding doorgaans roerend eens: het gaat TE vlug.

De tijd vliegt TE snel en als waar TE voorstaat, is niet goed. Te vroeg, te laat, is niet goed. Te vroeg, te laat, te veel, te weinig, te jong , te oud … Ga zo maar door. En ik dacht daar ook zo over.

Zit ik me toch gisteren in een boek van Herman de Coninck Te lezen. Het is een man die mij zeer lief is en die ook te vroeg vertrokken is naar een onbekende bestemming. Ergens in dat boek citeert Herman zijn vader. Ik doe dat schaamteloos nog eens over, primo omdat ik het zo mooi vind, en ook, secundo, omdat ik vrees dat dit boekje van Herman gauw zal vergeten zijn, net zoals zoveel andere mooie boekjes.

En als ik die vader hier niet citeer, dan zouden een hoop lezers het citaat van die vader nooit kennen. Die vader van Herman placht ook altijd te zeggen dat alles met te niet goed was, “behalve Tevreden en …Te Lourdes op de bergen.” Mooi toch.

Ik vertelde het gisterenavond in bijzijn van een meisje van een jaar of twaalf, maar zij kon er niet om lachen. Zij wist gewoon niet waarom al die grote mensen lachten en wat er nu zo geestig was te Lourdes op die bergen. Want van Bernadette Soubirous had ze nog nooit gehoord, en dat Onze-Lieve-Vrouw daar verschenen was in de grot, daar had ze ook nog nooit over gehoord.

Wij hadden thuis vroeger zo’n nagemaakte grot van Lourdes in de tuin staan en mijn zusjes speelden in de meimaand Bernadette met een witte zakdoek op hun hoofd en veldbloemen in hun handjes. Mei was de maand van Maria en alle vogels werden verondersteld een ei te leggen. Allemaal voorbij. Er zijn TE weinig eieren van de bedreigde vogelsoorten.

Het is allemaal snel gegaan, TE snel: je kunt de paaseieren tegenwoordig al in de kerstboom hangen. Zo snel gaat het. Al moet je natuurlijk goed op de houdbaarheidsdatum letten.

Wij hebben er al een hoop prehistorie op zitten: de paternoster, het rozenhoedje, ons missaal, de klokken van Rome, Waar men gaat langs Vlaamse wegen, Charles Janssens, Co Flower, de Woodpeckers, Theo Vandenbos, Helma en Salma, Godfried Bosmans, Simon Carmiggelt, Sonneveld , straks ook Toon Hermans.

Die worden alleen af en toe nog eens opgerakeld in de prehistorie. Straks staat Herman de Coninck ook alleen nog in de schoolboekjes. En al wat in de schoolboekjes staat is om even te onthouden tot op het examen en dan zo vlug mogelijk te vergeten, want er moet weer ruimte komen op de harde schijf van onze computer.

Wie zal morgen mij stukje nog lezen, denk ik soms zonder me daar illusies bij te maken. Tussen de favoriete vakantieboeken van de politici kwam ik alleszins niet voor. Herman de Coninck trouwens ook niet. Zelfs niet bij Bert Anciaux. Die nam wel het boekje KUT mee naar een onbewoond eiland. Het is een boekje van Juan Manuel de Prade. Beschrijving van tien exemplaren. Naar het schijnt héél geestig en volstrekt niet vulgair. Zal wel zo zijn. Het zou maar erg zijn als een Minister van Cultuur een boek mee op vakantie neemt, waarin oeverloos geluld wordt.

– Louis Verbeeck

Louis Verbeeck schreef jarenlang cursiefjes voor De Bond. De redactie selecteerde er enkele om opnieuw te publiceren naar aanleiding van zijn overlijden op 25 november 2017. Lees hier zijn In Memoriam.
Andere cursiefjes van Verbeeck:
*Roots
*Kat
*Sneeuw

 

Gepubliceerd op: 29/11/2017, laatste update op: 02/02/2018

Tags: