Windturbines? Neen bedankt! Veel mensen zien ze liever niet vanuit hun achtertuin draaien. Toch beseffen de meeste Vlamingen wel dat we windenergie nodig hebben om onze energieopwekking klimaatvriendelijk te maken. Bart Bode, ruim tien jaar directeur van de Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA), beseft dat dit complexe verhaal bij sommigen de emoties hoog doet oplaaien. Hij reageert met de nodige West-Vlaamse nuchterheid. 

Windturbines hebben sterke visuele impact

‘Uit de jaarlijkse bevraging van het Vlaams Energieagentschap blijkt telkens weer dat 70 à 80 procent van de Vlamingen vóór windenergie zijn. Zelfs als er windturbines in hun leefomgeving komen.

Enerzijds is er dus een groot draagvlak, anderzijds is er telkens veel lokaal protest tegen de komst van windturbines, wat in de lokale media zijn weerklank krijgt.

Ook lokale natuurbewegingen die principieel wel vóór zijn, uiten bezwaren omwille van visuele vervuiling van het open landschap of mogelijke hinder voor trekvogels of vleermuizen.

Dergelijk fenomeen zien we ook in andere landen. Meestal heb je 5 à 10 procent uitgesproken tegenstanders die als influencer de rest op hun hand proberen te krijgen, vaak via protestcomités.

Elke verandering roept immers weerstand op en een windturbine heeft nu eenmaal een sterk visuele impact. Toch lijkt het protest dikwijls op georganiseerde bangmakerij die ook partijpolitiek geïnspireerd is.

‘Zodra de turbines er staan neemt het draagvlak vaak toe’

De bron van alle weerstand tegen windturbines is voor mij een gebrek aan kennis. De meeste mensen verwachten terecht dat ze een degelijke uitleg krijgen over wat de komst van windturbines in hun leefomgeving zal betekenen.

Ik raadpleeg steeds wetenschappelijke bronnen, zodat mijn mening een gedegen onderbouw krijgt. Ik merk trouwens dat mensen het waarderen als je hen een dossier goed uitlegt.’

LEES OOK > Geen terugdraaiende teller meer voor zonnepanelen: alle vragen op een rij 

Meer vermogen, minder molens

‘Momenteel staan er een 500-tal windturbines in Vlaanderen opgesteld, al spreken wij liever in termen van “geïnstalleerd vermogen”. Straks zullen immers heel wat van die turbines vervangen worden door exemplaren met een vermogen van 4 à 5 megawatt (MW), dubbel zoveel als de doorsnee turbines die er nu staan.

Bij de al geïnstalleerde 1500 MW zou er volgens het Vlaamse klimaatplan tegen 2030 nog 1000 MW moeten bijkomen. Je kan dus moeilijk exact bepalen hoeveel turbines er nog zullen bijkomen.

Op Europees vlak zitten wij in Vlaanderen in de betere zone qua energieopbrengst. Het is dus zinvol om windturbines te plaatsen.

Bovendien vullen zonne- en windenergie mekaar aan in zowel de seizoenen- als de dagcurve. ‘s Middags heb je het meest zon en ‘s nachts en ‘s morgens meer wind. Tijdens de zomer heb je gemiddeld meer zon en ‘s winters meer wind.

We zouden tot 40 procent van onze CO2-uitstoot via de energietransitie kunnen opvangen. Sowieso zijn de meeste van onze energiecentrales stilaan aan hun pensioen toe, zowel kern- als gascentrales.

Voor de back-up tijdens windstille of bewolkte dagen zouden er wel moderne gascentrales nodig zijn. Die kunnen snel opgestart worden als er stroomtekort dreigt.’

Hinderlijk geluid en slagschaduw

‘Windturbines maken inderdaad geluid, maar hoe zorg je dat het een aanvaardbare hinder blijft? Dat brengt ons bij de afstandsregels voor de inplanting ervan. In Vlaanderen worden die niet in meters vastgelegd omdat ze gerelateerd zijn aan concrete situaties.

De context van een nabije snelweg of havengebied is totaal anders dan die van een landelijk gebied. Ook de aanwezigheid van woningen moet in rekening gebracht worden. Nu er een MER-plan komt voor het vergunnen van een windturbine(park), zal die aanpak wellicht nog verfijnd worden.

Windturbinebouwers zijn zich bewust van dat probleem en proberen via coatings op de turbinebladen de geluidsproductie te verminderen.

Of ze worden geluiddempend gemaakt met zogenaamde haaientandjes. Dat is afgekeken van uilenvleugels met hun geluidloze vleugelslag. Waar voorheen vliegtuigvleugels inspiratie leverden voor de bouw van windturbines, zijn de rollen nu omgekeerd.

Zo zijn de winglets, de kleine opstaande vleugeltjes aan de vleugeltippen, geïnspireerd op deze die je aan de uiteinden van turbinebladen ziet.

Wat de slagschaduw betreft, behoren we vandaag tot de strengste van Europa: maximaal een halfuur per dag en acht uur op jaarbasis. In Duitsland is 30 uur per jaar het maximum. Als het echt hinderlijk wordt, leggen sensoren de turbines stil.

‘De bron van alle weerstand tegen windturbines is een gebrek aan kennis’

Uit een enquête van HOwest in West-Vlaanderen is alvast gebleken dat het verzet grotendeels verdwijnt eens de turbines er staan. Blijkbaar stelt men vast dat de hinder al bij al meevalt. Algemeen gesproken neemt het draagvlak voor windenergie zelfs toe eens de molens er staan en draaien.’

LEES OOK > Is het nu een interessant moment om mijn energiecontract te vernieuwen?

Financiële participatie is geen wondermiddel

‘Vandaag realiseert men bijna geen enkel windproject meer zonder dat er in participatie van omwonenden is voorzien.

Al voeg ik daar meteen een bedenking bij: het is niet omdat er kans tot participatie wordt geboden, dat het protest tegen een windenergie­project meteen zal luwen.

Interesse in participatie vind je veeleer bij mensen die positief staan tegenover windenergie en er ook in willen investeren. Wie tégen is, haal je niet over de brug met financiële participatie.

Enkele jaren geleden hebben we zelf een onderzoek gedaan naar financiële participatie. Daaruit bleek dat mensen op de eerste plaats vooral goed geïnformeerd willen worden over een windenergieproject.

En dat ze, eens de turbines er staan, verder toegang kunnen krijgen tot informatie. Kortom, je moet een gezicht geven aan een project.

Ook offshore-windprojecten krijgen vanuit allerlei hoeken tegenstand. Het blijft een én-én-verhaal, want beide zijn nodig. De stroom van windparken op zee moet aan land worden gebracht, maar West-Vlaanderen is arm aan hoogspanningslijnen.

Het recent gerealiseerde Stevin-project is er pas laat gekomen, maar was noodzakelijk voor de NEMO-verbinding met het Verenigd Koninkrijk, een onderzeese hoogspanningskabel die stroomuitwisseling tussen beide landen mogelijk maakt.

Het nieuwe Ventilus-project zal stroom uit de geplande windparken in het westelijk deel van de Noordzee naar het hinterland brengen. Ook daar is verzet tegen, maar een ondergrondse leiding kost zes keer meer dan een zogenaamde luchtlijn.’

Foto: © TD

Dit artikel verscheen in oktober 2020 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via Facebook, Twitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 16/02/2021

Tags: , ,