Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck houdt waar hij maar kan een vurig pleidooi om bewoning in steden en dorpskernen te verdichten. In die woonkernen moeten mensen dan wel vinden wat ze nu op het platteland en in buitengebieden zoeken: rust, groen, privacy, ruimte om te spelen voor kinderen. Anders bouwen en wonen is pure noodzaak om de planeet te redden, maar het kan ook voor gezinnen een aantrekkelijk verhaal zijn.

Veel mensen zijn bezorgd om het klimaat, getuige daarvan de klimaatmarsen, de acties aan schoolpoorten en de spijbelmanifestaties. Klimaatconferenties buigen zich over de CO2-uitstoot, maar voor Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck volstaan de afgesproken maatregelen niet.

Omdat de toename van het luchtverkeer alle uitstootverminderingen op andere vlakken teniet doet. En omdat het volbouwen en betonneren van de planeet de zelfregulerende ‘huid’ kapotmaakt. Van Broeck maakt de vergelijking met een atleet van wie grote prestaties verwacht worden, maar die we inpakken in plastic. “Als de huid niet meer kan zweten of ademen, kan de atleet de marathon niet uitlopen.”

Juiste woning op de verkeerde locatie

“Energiezuinige woningen zijn op zich goed, maar een maat voor niets als die huizen op de verkeerde locatie staan”, zegt Van Broeck. “Een niet-geïsoleerde rijwoning in de stad scoort ecologisch beter dan een vrijstaande passiefwoning op het platteland. We moeten het totaalplaatje in rekening brengen: waar gebouwd wordt bepaalt de kilometers wegen en nutsvoorzieningen, de afstanden met de auto naar het werk of de sportclub van de kinderen, de kilometers die thuiszorg moet rijden om iedereen te bedienen… Een woning in buitengebied heeft tot dertig keer meer lopende meter weg nodig dan in de kern. En een grote kavel legt veel beslag op open ruimte.”

De helft echte natuur

“Wereldwijd zou de helft van de planeet ‘echte’ natuur moeten zijn. In dichtbevolkte gebieden 30 procent. De andere zeventig procent is voor bewoning, landbouw, recreatie enz. In Vlaanderen zitten we nu aan 6,4 procent natuur. De mens bouwt overal, kapt bossen en vervuilt oceanen, zo vermoorden we onze zuurstofmachines. We verkopen de moeder die ons voortbracht voor geld.”

Geen nieuwe villa’s meer

Voor Van Broeck is er een drastische en snelle omslag nodig. “Geen nieuwe villa’s meer buiten de stad en uitgewoonde verkavelingswijken moet je niet renoveren maar afbreken. In de stads- of dorpskernen moet een andere vorm van woningen voorzien worden.

Zelf woon ik met mijn gezin – tot onze grote tevredenheid – op een appartement in Brussel, maar niet iedereen hoeft dat te doen. Met rijhuizen kan je in Vlaanderen die dertig procent natuur creëren. Niettemin pleit ik ervoor af te wisselen met gestapelde woningen om zo ruimte te maken voor parken in de woonkernen. Dan moeten we niet meer naar ‘de buiten’ voor groen. Groen geeft rust, zuurstof…

Schrikbeeld ombuigen

“Het schrikbeeld van woonhokken in een lawaaierige stad met vuile lucht en onveilig verkeer moet omgebogen worden. Een stad kan ook aangenaam zijn, met  betaalbare woningen voor uiteenlopende gezinnen. Een stad waar kinderen veilig de straat op kunnen en je in je tuintje of op het balkon in alle rust kan genieten.”

“En een stad waar je met een uitgebreid aanbod van openbaar vervoer overal geraakt en je elke dag veel tijd wint omdat je niet in de file moet gaan staan.”

De pretfactor van stadswonen

“In de huidige situatie is het begrijpelijk dat veel gezinnen een appartement in de stad niet zien zitten. Waar moet je de fietsen schoonmaken na een bosrit? En waar moet je het plonsbadje zetten? Waarom geen gemeenschappelijke ruimte voorzien waar je die fietsen wel kan afspuiten? En waterbestendige balkons of een gemeenschappelijk terras om kinderen te laten spelen terwijl ouders op hun gemak zitten of een praatje slaan? En waar zijn de terrassen met veranda en kruidentuin zodat je ook als je op een appartement woont verse kruiden kan plukken.

“Laat planologen, bouwpromotoren, architecten, stedenbouwkundigen hun creatieve talenten inzetten om een woningaanbod te bedenken dat aan al die wensen tegemoetkomt. Met oog voor het verlangen naar privacy.

Wonen in de stad kan en moet een hoge ‘pretfactor’ hebben.”

Solidaire samenleving

De boodschap van de Bouwmeester gaat ruimer dan hoe en waar woningen mogen gebouwd worden, het gaat over een totaal andere samenleving. “Hoe we bouwen is verweven met ons samenlevingsmodel waar geld de grote motor is. Dat is niet langer vol te houden. Als je een pak geld kan verdienen als je grond omzet naar bouwgrond, dan delft natuur altijd het onderspit.

We hebben een meer solidaire samenleving nodig. Solidair met andere levende, solidair met mensen die minder hebben, zodat die zich ook een woning in de stad kunnen veroorloven en zich niet de dupe voelen van dure benzine of ecologische belastingen. Solidair ook met onze kleinkinderen. Welke planeet laten we achter voor hen? Op de klimaatconferentie vroegen jongeren uitdrukkelijk om op te houden met alles naar de knoppen te helpen.

Anders wonen, andere mobiliteit

Woonverdichting is cruciaal voor een andere mobiliteit. Laat ons inzetten op openbaar vervoer aangevuld met deelauto’s. We moeten af van al die privé-auto’s en de parkeerplaatsen die daarvoor voorzien zijn. In de stad van de toekomst heb je die niet nodig. De vier miljoen auto’s die alle Vlamingen samen bezitten rijden gemiddeld 35 tot 55 minuten per dag. De rest van de tijd staan ze stil. Daarvoor is 24.000 hectare aan parkeerruimtes voorzien. Een oppervlakte groter dan het Brusselse gewest dat 16.000 ha telt.”

De geesten rijpen

“Als steden leuker, kind- en mensvriendelijk worden én mensen zien dat ze daar tot anderhalf uur verplaatsingstijd winnen, zullen ze bereid zijn om mee te doen. De geesten rijpen. Betonstop was een thema in de jongste verkiezingen en over de stad van de toekomst wordt gesproken en geschreven in de media. Stadsbewoners komen met hun ongenoegen letterlijk op straat en bewuste burgers keren terug naar de stad. De BTW op bouwen in de stad is lager en er komt rekeningrijden.

Moedige wetgeving

“Enkele gemeenten hebben woonuitbreidingsgebieden omgezet in natuurgebied en gingen op andere plaatsen verdichten. Maar het is te weinig. Het beleidsplan Ruimte Vlaanderen zet in op verdichting en meer groene ruimte, maar als je de uitvoering ervan doorschuift naar de gemeenten dan verhindert electorale angst om de noodzakelijke maatregelen te nemen. Centrale, moedige wetgeving moet hen in die richting steunen.”

Toscane van het Noorden

“Ook de financiering van gemeenten moet anders. Op vandaag worden zij betaald op basis van hun aantal inwoners en bedrijven. Gemeenten op locaties waar het aantal inwoners best niet stijgt moet je vergoeden voor de creatie van groen en open ruimte. En voeg kleinere gemeenten samen met grotere zodat inwonersbeweging richting de centra geen invloed heeft op het totale inwonersaantal.”

“Met de juiste beleidskeuzes kunnen we op zestig jaar evolueren naar een soort Toscane. Het kan en het moet. Ik doe de komende jaren als Bouwmeester voort mijn best om dat overal duidelijk te maken.”

(Topfoto: Kristof Ghyselinck)

gezinsbond wonenDit interview verscheen eerder in De Bond (februari 2019), het ledenblad van de Gezinsbond.
De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je moet doen, is lid worden.
Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan op Facebook, Twitter en Instagram.

 

Gepubliceerd op:

Tags: , , ,