Fast fashion: het begrip is misschien minder vertrouwd, maar we kennen het allemaal. Sinds de eeuwwisseling domineert de snelle mode de kledingsector, en zijn we met z’n allen steeds meer kleding beginnen te consumeren. Er is keuze zat, en het kost niet veel. Of toch?

Fast maar fout

Tussen 2000 en 2015 zijn meer dan 100 miljard kledingstukken verkocht: een verdubbeling van de wereldwijde verkoop. Er hangt dan ook om de haverklap iets nieuws in de etalage om ons te verleiden, en voor de prijs hoef je het niet te laten.

Maar de prijskaartjes vermeldden vaak niet de échte kost van dat spotgoedkope jurkje of die iets duurdere jeans. Als wij hier lekker goedkoop shoppen, dan schuiven we de rekening eigenlijk gewoon door. Naar de textielarbeiders die onze kleren maken, én naar het milieu.

LEES OOK > Last met de kledingkeuze van je tiener? Jody Van Geert weet raad

Water voor stof

De meeste kledij die bij ons gedragen wordt, is gemaakt van katoen of polyester. Die stoffen hebben allebei een grote impact op het milieu, maar elk op een andere manier.

Katoen is een natuurlijke grondstof, van plantaardige oorsprong. Dat klinkt duurzaam, maar de plant is berucht om zijn grote waterverbruik. Voor één kilo stof is minstens 8.000 liter water nodig. Bovendien komen er bij de teelt heel wat chemische stoffen te pas.

Natuurlijk alternatief

Je kunt ook kiezen voor bio-katoen. Dat is gekweekt zonder meststoffen en pesticiden. Maar doordat de opbrengst per hectare lager ligt, is het een nog grotere water-slokop.

Ander vezels van natuurlijke oorsprong lijken een betere keuze. Linnen verbruikt de helft minder water dan katoen. Wol is ook waterzuiniger, maar het moet vaak chemisch behandeld worden. Hennep en bamboe zijn veelbelovende alternatieven, net als lyocell. De grootste impact van die grondstoffen komt voort uit de verwerking ervan tot stofvezels.

Beter synthetisch?

De productie van natuurlijke vezels heeft dus een stevige watervoetafdruk. Synthetische vezels zoals polyester, fleece, nylon en lycra scoren op dat vlak beter. Er is ook geen landbouwgrond voor nodig, en geen pesticiden. Maar doordat ze worden gemaakt op basis van aardolie stoten ze wel meer broeikasgassen uit.

Het grootste verschil tussen kleren van synthetische en natuurlijke vezels speelt nadat je ze gekocht hebt. Vanaf dan brengen natuurlijke stoffen een pak minder schade toe aan het milieu.

fast fashion: katoen

700.000 plastic snippers

De grootste klimaatimpact zit verrassend genoeg in het onderhoud van een kledingstuk tijdens zijn gebruiksduur. Wassen, drogen en (stoom)strijken: het vreet allemaal energie. Je kunt dus zelf zeker een verschil maken: was je kleren niet te vaak, en ook niet te warm.

Bij het wassen komen bovendien altijd wat vezels los van het textiel. Die spoelen weg met het waswater. Katoen, wol en andere natuurlijke vezels worden vanzelf afgebroken. Maar de minuscule plastic deeltjes die vrijkomen van synthetische stoffen raken niet opgelost.

Bij elke wasbeurt spoelen er tot 700.000 van die microplastics weg. Jaarlijks komt er maar liefst 500.000 ton in de oceanen terecht. Die deeltjes blijven een eeuwigheid in het water zweven.

Ze worden opgegeten door vissen en schaaldieren, en belanden zo ook op ons bord. Ook heel wat wasmiddelen bevatten trouwens nog stoffen die weinig biologisch afbreekbaar zijn en onze rivieren vervuilen.

LEES OOK > Waarom je nieuwe kleren eerst moet wassen voor je ze draagt

Kledingkilometers

De confectie, waarbij textiel tot kledingstukken verwerkt wordt, is een grote energievreter. Maar vooral het verven en coaten van de kledingstoffen is een probleem. Veel van de chemicaliën die daarvoor gebruikt worden zijn giftig, en kunnen moeilijk afgebroken worden.

Sommige sturen ook onze hormoonhuishouding in de war. Om die reden heeft Europa de productie van perfluoroctaanzuur (PFOA) bijvoorbeeld al verboden. Die stof werd vooral gebruikt om textiel water- en vlekafstotend te maken.

En het transport? Dat heeft – in vergelijking met de andere fasen van de kledingproductie – een kleine voetafdruk. Al is er wel een voetnoot: kleding die online wordt besteld, aan huis geleverd en vaak meteen teruggestuurd, vergroot de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk.

LEES OOK > Ook na corona naar de lokale boer: de leukste korte-keten initiatieven

Mensonwaardig

Naast de ecologische kost hangt er ook een hoge sociale prijs aan fast fashion. Vaak is er kinderarbeid gemoeid met de teelt van de gewassen of dieren voor de grondstoffen, en de kleren worden aan elkaar gestikt door talloze jonge vrouwen die onmenselijk lange werkdagen draaien in ongezonde en onveilige ateliers.

Denk maar aan de instorting van het Rana Plaza-fabrieksgebouw in 2013, waarbij ruim 1.100 arbeiders omkwamen. De arbeiders krijgen veel te weinig loon naar werken, en hebben vaak geen enkele werkzekerheid.

Ondanks de inspanningen van de Clean Clothes Campaign, waarmee in ons land de Schone Kleren Campagne samenwerkt, blijft er nog een lange weg te gaan naar betere werkomstandigheden in deze sector die wereldwijd zo’n 300 miljoen mensen tewerkstelt.

Fashionably slow

Door de opkomst van de fast fashion worden veel meer kleren gekocht die veel minder lang worden gedragen. De helft wordt nog geen jaar na aankoop alweer weggegooid. Doordat de kwaliteit niet veel voorstelt, raken ze sneller versleten.

Een deel kan gerecycleerd worden, maar het meeste wordt gedumpt of verbrand. Wij voelen het nauwelijks in onze portemonnee, maar de verborgen kosten van die goedkope mode zijn bijzonder groot.

Als consument kunnen wij wel degelijk een verschil maken voor de textielarbeiders aan de andere kant van de wereld, en voor de planeet. Door bewust te shoppen, te consuminderen, en zorg te dragen voor de kleren die we hebben. Dus begin vandaag nog aan die duurzame kleerkast. Vergeet die fast fashion, go fashionably slow!

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 04/09/2020

Tags: ,