De nieuwe Vlaamse kinderbijslag, in werking vanaf 2019, zal gezinnen dan toch niet armer maken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de KU Leuven in het kader van de armoedetoets. Voor gezinnen in armoede wordt de kloof tussen hun inkomen en de armoedegrens zelfs kleiner. Het grootste effect is er voor grote gezinnen, met drie of meer kinderen.

De nieuwe kinderbijslag houdt in dat elk kind 160 euro zal ontvangen, ongeacht zijn leeftijd en rang. Deze gelijke kinderbijslag wordt selectief aangevuld met verschillende toeslagen, zoals een sociale toeslag voor gezinnen met een laag en gemiddeld inkomen.

Armoedetoets

Bij de bekendmaking van de modaliteiten van de nieuwe kinderbijslag werd berekend door onder andere Bea Cantillon van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen dat er meer gezinnen door in armoede zouden geraken. Een armoedetoets door de KU Leuven komt nu tot een andere conclusie, ook al is de daling volgens sommigen minimaal.

Niettemin toont deze nieuwe armoedetoets aan dat minder gezinnen in armoede terecht zullen komen: 6,3 procent van bestaande gezinnen en zelfs 16,9 procent procent van de nieuwe gezinnen die pas kinderen krijgen vanaf 2019.

De gezinnen die toch nog in armoede terecht komen, zien hun inkomen minder diep zakken onder de armoedegrens. Vandaag zitten die gezinnen maandelijks 470 euro onder de armoedegrens. Die armoedekloof zakt vanaf 2019 met bijna 63 euro per maand.

Hogere kinderbijslag

Bestaande gezinnen geraken niet meer en dieper in armoede, omdat ze hun kinderbijslag blijven krijgen in de huidige regeling met hogere bedragen volgens rang en leeftijd, en dat zolang de kinderen kinderbijslaggerechtigd blijven. Deze maximaal verworven rechten genieten ze dankzij het aanhoudende lobbywerk van de Gezinsbond.

Alle gezinnen, bestaande en toekomstige, zullen er ook op vooruitgaan doordat de sociale toelagen worden opengesteld voor alle gezinnen met een laag inkomen, dus ook voor mensen in armoede die aan het werk zijn. Vandaag zijn die uitsluitend gereserveerd voor gezinnen met een laag inkomen die bovendien behoren tot bepaalde sociale categorieën (eenoudergezinnen, langdurig werklozen en zieken, ouders met invaliditeit, gepensioneerden en zelfstandigen met een faillissementsuitkering).

Sociale toeslag

Die ruimere toegang tot sociale toeslagen, hebben wij ook gevraagd met onze Kind-in-Armoede toeslag (KIA-toeslag). Vanaf 2019 krijgen gezinnen met drie en meer kinderen ook een sociale toeslag, zelfs als ze een gemiddeld inkomen hebben.

Wij blijven bij de regering aandringen om tegen 2025 opnieuw leeftijdsbijslagen in te voeren, als de eerste kinderen in het nieuwe systeem zes jaar worden. Kinderen kosten immers nog altijd meer naarmate ze ouder worden.

Strikt minimum

De kinderbijslag van 160 euro zien wij als een strikt minimum. Dat bedrag stemt immers ongeveer overeen met de helft van de minimumkost van kinderen tot zes jaar. Het doel is immers alle gezinnen financieel ondersteunen in opvoedingskosten. Kinderbijslag is natuurlijk maar één middel in de strijd tegen kinderarmoede.

Zoals professor Decoster van de KU Leuven zegt: kinderbijslag gaat kinderarmoede tegen maar het is niet het bélangrijkste instrument. Daar zijn andere maatregelen voor nodig. Zo moet ons land de sociale uitkeringen minstens optrekken tot de armoedegrens en mensen in armoede aan een job helpen. En dat lukt nooit zonder hiervoor extra budget vrij te maken.

Volg ons via Facebook en blijf op de hoogte. Ook kan je lid worden van De Gezinsbond.

Gepubliceerd op: 10/02/2017, laatste update op: 18/12/2018

Tags: , , , , , , ,