Gaston Durnez, die jarenlang cursiefjes voor De Bond schreef, is op 22 november 2019 overleden. Deze kroniek is een van de vele van zijn hand.

In december en januari staat mijn brievenbus met open mond op de uitkijk. “Nieuwjaar is brievenjaar”, zeg ik tegen mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen.

Ik heb van beide groepen gelukkig een flink aantal. En zij kunnen al bijna allemaal schrijven en tekenen, twee vaardigheden die op piepjonge leeftijd nog als vanzelf samengaan. Zij gebruiken ook nog altijd potlood en papier. Televisie en andere schermen behoren wel al tot hun wereldje, want die zijn nu eenmaal onvermijdelijk geworden. Maar tot mijn vreugde zie ik dat mijn nazaatjes hun creativiteit graag botvieren op alle mogelijke bladen en snippers. Het resultaat maakt deel uit van ons privémuseum voor Moderne Letteren en Beeldende Kunst. Benieuwd kijk ik uit naar de jaarlijkse oogst aan zelfgeproduceerde kaartjes en ik hoop dat er ook brieven

in dichtvorm bij zullen zijn. Rijmen is altijd een vrolijk spel geweest, dat geldt zowel voor kinderen als voor grote mensen. Een van de klassiekers uit mijn verzameling komt van Jeroen, acht jaar, die kordaat weigerde de schoolse voorbeelden voor zijn nieuwjaarsbrief over te schrijven. “Kan ik zelf”, riep hij, en op 1 januari las hij met galmende stem een Gedicht voor dat begon met de onsterfelijke zin: “Liefste ouders, ik geef u een slag op uw schouders.”

Rijmen is altijd een vrolijk spel geweest,

dat geldt zowel voor kinderen

 als voor grote mensen

 

Enkele jonge pennen uit onze Stam lieten al verstaan dat zij een stap verder willen gaan en Boekenschrijver worden. Hoe zij op dat stoutmoedige idee zijn gekomen, weet ik ook niet. Een van de pioniers is Jefke, zeven jaar. Onlangs zette hij een liefdesroman op het getouw, met de sterke openingszin: “Er was eens een robot en die was verliefd geworden, maar hij wist niet meer op wie. Gelukkig kwam daar een groep meisjes aan…”

Verder is de auteur nog niet geraakt. Zijn neef Ilias, die twee jaar ouder is, heeft op korte tijd een mooie voorsprong genomen met een waar epos. Ilias heet niet voor niks Ilias. In een geheim cahier, dat tot nu toe alleen door zijn moeder mocht worden ingekeken, brengt hij elke dag een pagina lang verslag uit over de avonturen van een held, over wie ik verder nog geen informatie kon inwinnen, behalve dat er in zijn omgeving nogal wat bloed vloeit.

Maar zopas bereikte mij een document dat wijst op een keerpunt in Ilias’ oeuvre. Zijn moeder stuurt mij (per mail!) een stripverhaal waarin hij, in amper negen vakjes, een existentieel probleem vorm geeft. Hoofdfiguur is de Aarde die bij de Zon haar beklag gaat maken: “Heel de wereld is tegen mij!” zegt zij. De Zon weet geen raad en verwijst haar naar de Melkweg, die haar op zijn beurt de Ruimte in stuurt. Ook die kan geen hulp bieden. “Toen kwam een mens.” De Aarde bekijkt hem en zegt: ”Och, laat maar.”

Een ander stripverhaal komt van zijn broer Tobias, zeven jaar, met wie hij op artistiek gebied samenwerkt. Het is de geschiedenis van twee auto’s, in alweer negen prentjes. Zware jongens! Hun wielen zijn groter dan hun karkas. “Mijn naam is stunt”, zegt de ene auto. “De mijne ook”, zegt de andere. “Ik wil stunten!” roept de eerste. “Ik ook”, schreeuwt de tweede. Zij nemen drie prentjes lang hun aanloop en dan gebeurt het: “Boef!” Zij botsen vervaarlijk! “Ik wil nog eens”, roept de eerste. Ja, daar moet ik toch even negen prentjes lang over nadenken.

 

Lees ook de kroniek over namen van kleinkinderen

Meer over het opagevoel van Gaston Durnez in een interview uit 2011 in de bijlage Aktief in De Bond

Lees ook reacties op het overlijden van Gaston Durnez

Meer over Gaston Durnez en zijn band met De Bond

Laatst bewerkt op: 30/11/2019

Tags: