Elke dag leggen we met zijn allen in Vlaanderen miljoenen kilometers af om de afstanden tussen werk, school en vrije tijd te overbruggen. Voor heel België gaat het naar schatting over meer dan 80 miljard autokilometers per jaar. Geen wonder dat we vaker in de file staan. Maar wat ligt precies aan de basis: meer verplaatsingen of … meer mensen? Professor Davy Janssens geeft het antwoord.

Vaker de auto nemen? Om een beter zicht te krijgen op die verplaatsingen is de Vlaamse overheid in 1994 gestart met het Onderzoek VerplaatsingsGedrag, kortweg OVG. Een willekeurige groep van zo’n 1.600 Vlamingen wordt daarbij telkens bevraagd, een opdracht die sinds 2007 toevertrouwd is aan het onderzoeksinstituut IMOB. Dat levert belangrijke data voor de Limburgse onderzoekers om mee oplossingen te zoeken voor actuele mobiliteitsvraagstukken die we deze expert voorgelegd hebben.

Aantal verplaatsingen is… stabiel

En… verplaatsen we ons dan vandaag meer dan pakweg tien jaar geleden?

Davy Janssens (UHasselt): “Het zal misschien verbazen, maar op die tien jaar tijd is het aantal verplaatsingen per Vlaming en de gemiddelde afstand die iemand aflegt, redelijk constant gebleven.

De perceptie leeft dat we ons nu meer in de file vastrijden dan vroeger, maar ook dat is verklaarbaar. Externe factoren als een goed draaiende economie (meer vrachtwagens op de weg, meer autoverkoop…) en toegenomen migratie zorgen ervoor dat we ons met meer mensen op hetzelfde moment van punt a naar punt b begeven.

We weten dat er tussen 2004 en 2016 vierhonderdduizend mensen bijgekomen zijn in Vlaanderen en dat heeft vanzelfsprekend wél een impact op onze gezamenlijke mobiliteit. Maar zoiets blijkt dus niet uit het OVG.”

Kantelmomenten

Janssens: “Wat daarentegen opvalt, is hoe ons verplaatsingsgedrag vooral wijzigt op kantelmomenten in ons leven. Je verhuist, je verandert van werk, de kinderen gaan naar school… en dan moet je onvermijdelijk nadenken over hoe je je elke dag weer verplaatst. Dat zijn de momenten waarop mensen in hun buurt zoeken naar alternatieven voor hun normale verplaatsingen en daar kan een beleid bewust op inspelen.

Gewoontegedrag is altijd moeilijk te doorbreken, dus daarom is het des te belangrijker om mensen aan te spreken op het moment dat ze er het meest gevoelig voor zijn.”

Fietsstad

Maar verplaatsen veel gezinnen zich nu sowieso niet duurzamer dan in het verleden?

Janssens: “Daar is zeker nog een hele weg af te leggen, als je bijvoorbeeld weet dat bijna zeven op de tien kinderen nog altijd met de auto naar school gebracht worden. Maar het klopt dat heel wat steden ook bij ons – naar buitenlands voorbeeld – de afgelopen jaren een duurzamer mobiliteitsbeleid gevoerd hebben. Grote delen van de stadskern worden autovrij of autoluw en rond het centrum duiken er park & ride-zones op of deelfietspunten. Veel beleidsmakers zijn er intussen duidelijk van overtuigd dat meer ruimte creëren voor voetgangers en fietsers hun stad leefbaarder maakt.”

Veranderingen kosten tijd

Toch is niet iedereen daar even enthousiast over, zoals we dit voorjaar nog gezien hebben bij de invoering van het circulatieplan in Gent.

Janssens: “Dat klopt, maar weerstand tegen verandering speelt hierin wellicht ook een rol belangrijke rol. Zo toont een recente enquête aan dat slechts 22 procent van de bevraagden het Gentse circulatieplan slecht vindt.

Om de precieze impact van zulke maatregelen voor andere Vlaamse steden te kennen, moet er meer studiewerk verricht worden. Buitenlandse studies leren ons in elk geval dat mensen na een tijd hun gedrag wel degelijk aanpassen. Niet op korte termijn, je moet dat tijd geven.

Toen de Zweedse hoofdstad Stockholm destijds het rekeningrijden invoerde, heeft dat aanvankelijk ook tot luid protest van de middenstand geleid. Nu blijkt het met de omzet van die winkels al bij al goed mee te vallen.

Uiteindelijk draait alles erom hoe de bevolking aankijkt tegen bepaalde ingrepen van een lokaal bestuur. Als een stad de randstadsparking zo uitgebouwd heeft dat hij veilig is, niet duur en in een vlotte shuttleverbinding met het centrum voorziet, wordt dat een succes.

Hetzelfde zie je gebeuren met de lage-emissiezones, bijvoorbeeld in Antwerpen. Dat is een maatregel die voortvloeit uit een beleid dat sinds jaren gevoerd is. We moeten goed beseffen dat het positieve etiket van fietssteden als Amsterdam en Kopenhagen er ook maar na jaren gekomen is. Die steden koesteren dat label, want het maakt hen uniek tegenover andere grootsteden.”

Ander soort verplaatsing

Deelauto’s en -fietsen, plooifietsen, eenwielers, steppen, skateboards, rollerskates… Verplaatsingen in steden gebeuren vandaag steeds diverser, lijkt het wel.

Janssens: “Die evoluties naar een ander soort verplaatsingen in onze steden zijn onomkeerbaar. Een mooi voorbeeld daarvan is Mobility as a Service (MAAS), een project dat vanuit Scandinavië naar ons overgewaaid is. Bij MAAS bezit je zelf geen vervoermiddel meer. In plaats daarvan gebruik je verschillende diensten om je te verplaatsen. Ook in onze steden neemt persoonlijk autobezit af. Steeds meer jongeren halen ook op latere leeftijd hun rijbewijs.

De mobiliteitsorganisatie Touring testte net een MAAS-proefproject tot eind september. Daarbij testten honderd personen een app om zich te verplaatsen via openbaar vervoer, fietsverhuur, auto(deel)diensten enzovoort. (De eerste resultaten waren volgens Touring alvast veelbelovend, nvdr)

Vergelijk het een beetje met Uber oproepen, maar dan wel voor alle vervoermiddelen. Allemaal afhankelijk van wat de beste combinaties in jouw situatie zijn om je snel en vlot te verplaatsen.”

Route2School

“Met Route2School verrichten we pionierswerk waarbij ook ouders en kinderen de verkeersveiligheid in en rond schoolomgevingen verbeteren”, zegt professor Davy Janssens in de loop van het gesprek. Dat pionierswerk zijn de inspanningen van het Instituut voor de Mobiliteit (IMOB) aan de Universiteit Hasselt om veilige schoolroutes in kaart te brengen. Lees er in dit artikel alles over.

Autominderen #goedopweg

De week van de Mobiliteit 2017 staat in het teken van ‘Samen mee(r) autominderen’. Bekijk alle initiatieven hier.

Dit artikel verscheen in het mobiliteitsnummer van gezinskrant De Bond op 8 september 2017. De Bond is gratis voor leden van de Gezinsbond en brengt relevant nieuws en verhalen voor gezinnen bij gezinnen. Klinkt goed? Word lid en verrijk je wereld!

 

Blijf op de hoogte via Facebook, Twitter of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Gepubliceerd op:

Tags: , , , , ,