In 'Opgroeien in stukjes' beschrijft Bondredactrice An Candaele de kleine en grote momenten van kinderen opvoeden (en zien opgroeien). Soms is het grappig, soms is het droef en soms voel je je vooral machteloos. Zoals wanneer je kind wordt getreiterd en je niet wil dat het terug slaat. Maar wat moet het dan wel?

Ik had hem op de speelplaats afgezet. We stonden met enkele ouders nog wat te praten aan de zijlijn. En toen zag ik hem wenen. De oorzaak van het leed had ik niet zien gebeuren. Maar als je kind weent, houdt een omheining je niet tegen, zelfs niet als er een uitdrukkelijk verbod is om voorbij het poortje te komen als ouder.

(Scholen hebben soms meer last om ouders op hun plaats te wijzen dan kinderen, ik hield me er anders echt wel aan, maar nood breekt wet.)

“Wat scheelt er?”, vroeg ik. “Thomas heeft op mijn knieën geschopt.” “Je mag dat niet doen”, zei ik – tussen het troosten van mijn kroost door – kwaad tegen de dader, die zich daar zoals gewoonlijk niets van aantrok.

“Waarom weent hij?”, vroeg vriendje Kobe. Ik vertelde wat er gebeurd was, Kobe draaide zich om en gaf de schuldige een stomp in de maag. “Voila”, zei hij, “ik heb hem in zijn maag gebokst.”

Dat oog om oog, tand om tand is niet waar wij onze kinderen mee grootbrachten, maar ik was heimelijk eigenlijk wel blij dat Kobe het voor mij had opgelost. En ik voelde de zwakte van ons ‘systeem’. Want wat kon ik mijn kind aanraden om niet lijdzaam te moeten ondergaan?

Ik wist het niet, de papa ook niet.

Op een andere keer vertelde ons bloedje hoe een grotere jongen voortdurend zijn muts had afgepakt en weggegooid. “Je moet zijn muts ook aftrekken”, zei mijn man zo nijdig dat ik er de herinnering aan gelijkaardige ervaringen van lang geleden in vermoedde.

Dat betaald zetten vond ik niet zo’n aanrader al was het maar omdat het dan misschien van kwaad naar erger zou gaan en die van ons wellicht het onderspit zou delven of net gevat zou worden op het moment dat hij terugsloeg.

Verder dan “Je moet het aan de juf zeggen”, kwamen we niet en eigenlijk vond ik dat ook een wat riskante methode. Niet alleen word je dan al snel een ‘zagevent’, een ‘klikker’ die niets beter weet dan te gaan huilen bij de juf, je weet ook nooit hoe de juf zal reageren, of ze jouw kind niet wandelen zal sturen zonder zijn klacht ernstig te nemen.

Het is een thema waar we maar wat aangemodderd hebben. Niet terug kloppen, maar wat dan wel was minder duidelijk. Machteloos, dat is het woord voor hoe ik me daarbij voel. En het zal hen ongetwijfeld vaak frustraties opgeleverd hebben.

Nog goed dat ze nooit echt in de hoek van de pesterijen hebben gezeten, dat ze altijd vriendjes hadden die het voor hen opnamen, soms met harde hand zoals in hierboven beschreven geval. Je hoort wel eens andere, veel pijnlijkere verhalen.

Je ziet het generatie na generatie terugkeren. Op speelplaatsen of overal waar kinderen samen spelen gebeurt het, als ze buiten het zicht van volwassenen zijn die het recht van de sterkste en de neiging om anderen pijn te doen zonder reden, in goede en vredevoller banen begeleiden.

“Ik heb nog nooit straf gekregen”, zegt mijn nichtje van vier, “ook niet als ik de kindjes nijp.” “Nijpen mag toch niet”, zegt haar tante-mijn zus, “zegt juf daar niets van?”.

“Maar die kindjes zeggen dat niet aan de juf”, zegt ze. Zij zou haar keel wel openzetten als haar pijn wordt gedaan, maar ze deelt dus zelf al eens een neep uit aan brave zieltjes die dat ”toch niet aan de juf zeggen.” Die van ons zaten al eens in de andere hoek.

Zo kwam hij als vierjarige eens thuis met een grote blauwe plek op zijn rug. Eerst wilde hij niet vertellen wat er gebeurd was, maar toen kwam het toch. Thomas had gebeten. Dezelfde Thomas als in het vorige stukje, jawel.

“Heb je het aan de juf gezegd?” Neen, dat had hij niet. “Maar dat moet je doen!” “Ze zal zeggen dat ik het verdiend heb.”

Bleek dat er al een voorgeschiedenis was. Thomas had hem op de speelplaats getreiterd en hij was ineens zo kwaad geworden dat hij hem in zijn arm had gebeten. Thomas had er wél de juf bij gehaald en die had ons schaap een uitbrander gegeven. Want bijten dat mag niet.

Twee dagen later beet Thomas hem in de rug terwijl ze in de rij stonden. Hij had geen krimp gegeven. Merkwaardig hoe de oog om oog die wij niet toestonden ineens wel als argument voor een ander werd aanvaard.

Toen ik er de juf over aansprak zei ze: “Dat had hij moeten zeggen.”

En over de voorgeschiedenis: “Ik besefte dat jullie kleine dat niet zomaar had gedaan, dat hij erg uitgedaagd moest geweest zijn, maar ik kon het bijten toch niet goedkeuren?”

Soms wou ik dat mijn kinderen wat assertiever en desnoods hardhandiger waren. We hebben het hen niet kunnen leren.

opgroeien-in-stukjes
Jarenlang schreef redactrice An Candaele het openingstekstje voor De Bond. Een deel van de stukjes, aangevuld met niet-gepubliceerd materiaal werd gebundeld in het boek ‘Opgroeien in stukjes’ (Uitgeverij: Bibliodroom).
Een heerlijke verzameling herkenbare tekstjes over het grootse avontuur van kinderen te zien opgroeien. Soms grappig, soms moeilijk en soms komen vreugde en verdriet bij elkaar.

 

Lees ook de eerste stukjes uit deze reeks: De vergeten knuffelbeer en In tranen op kamp

 

Volg ons via onze Facebookpagina of word lid van De Gezinsbond om te genieten van tal van voordelen. Ontdek ze hier. 

Tags: , , , , ,