bool(false)

Bijna vijftig jaar lang worstelde ingenieur Petra Nevens (59) als man met het leven en zichzelf, zonder te begrijpen waarom. Tot alle stukjes van de puzzel op hun plaats vielen. Nevens nam een aantal zware beslissingen en koos voor een ingrijpend traject. Maar de vrouw die ons ontvangt voor een lang gesprek over transgender zijn en zoeken naar haar identiteit, is nu een gelukkig mens.

“Een kennis heeft me ooit verweten de meest logische persoon ter wereld te zijn. En zo rechtlijnig keek ik ook naar het leven. Daar heb je mannen en vrouwen, dacht ik. En daarbuiten is er niks. Maar inwendig bleef dat wringen. Zo gaat dat als gevoel en lichaam niet op één lijn zitten. Dat is ook wat ‘transgender’ in feite betekent. Alleen heeft het heel lang geduurd voor ik dat bij mezelf kon beseffen.”

Kleine aanwijzingen

“Al van in mijn jeugd waren er kleine aanwijzingen. Ik kreeg groeipijnen in mijn knieën, een kwaal die veel vaker bij meisjes voorkomt. In de puberteit daalden mijn teelballen niet in, daar moest medisch bij ingegrepen worden. Niemand heeft ooit gezegd dat ik homo was, maar ik kreeg wel te horen dat ik op een rare manier liep. In een tijd toen de Chiro voor jongens en meisjes nog relatief goed gescheiden was, was ik de eerste om als leider mee op het meisjeskamp te gaan.

“Natuurlijk willen al die kleine dingen op zich niet zeggen dat je transgender bent. Maar als ik erop terugkijk, is het wel een hele puzzel die in elkaar klikt.”

Innerlijk conflict

“Wat wél een heel duidelijk signaal was, ook al had ik dat op het moment zelf niet door, was dat ik in het geheim in vrouwenkleren rondliep. Dat ben ik beginnen doen zodra ik getrouwd was. Niemand wist daarvan, ook mijn vrouw niet. Het was mijn geheim. Ik wóu het niet, het voelde als iets wat niet mocht of niet kon.”

“Maar het was een drang. Als ik die kleren aan had, kwam er een soort innerlijke rust vanbinnen, maar tegelijk ook de angst om betrapt te worden. Het was een diep innerlijk conflict.”

Alcohol als medicijn

“Ik verdrong die gevoelens met alcohol. Niet dat ik de hele dag zat rondliep. Ik was zelfstandige, ik moest blijven functioneren. Mijn klanten hebben nooit iets aan mij gemerkt. Maar ik had de drank echt wel nodig, ja. Het was een manier om te overleven.”

“In 2004 – ik was toen 45 – zei mijn huisarts: “Peter, het is tijd dat je stopt met drinken. Ga naar een afkickcentrum.” Ik weet nog wat ik hem toen letterlijk antwoordde: “Als ik dit opgelost krijg, is er nóg iets wat ik moet oplossen. Maar ik weet niet wat.”

Onhandelbaar

“Stoppen met drinken was moeilijk. En vandaag is het dat soms nog. Maar als ik iets doe, doe ik het ofwel goed, ofwel niet. Dat soort grenzen stel ik al heel mijn hele leven voor mezelf. Trouwens, wat er na het drinken kwam, was nog veel moeilijker. Want toen had ik geen middel meer om mijn innerlijke gevecht te verdoven. Ik zat heel erg met mijzelf in de knoop en ik werd onhandelbaar, ook voor mijn omgeving. Mijn dochter heeft mij ooit gezegd: ‘Ik was mijn vader kwijt de dag dat jij stopte met drinken.’ En ze heeft gelijk.”

“Ik begon naar sekssites te surfen – eigenlijk transgendersites. En nóg altijd had ik het niet door… Ik bleef steken in dat binaire man-vrouw denken en ik geraakte er niet uit.”

Angst voor het leven

“In de lange weg die transgenders doorlopen, zie je vaak drie grote pijlers terugkomen: onbestemde angsten, verslaving en zelfdoding. Voor mij klopten die alle drie. Een diepe, continue angst waarvan je niet weet waar ze vandaan komt, die nijpt je langzaam dood. Ik ging naar therapeuten en volgde mindfulness, maar het hielp allemaal niet. Ik werd bang van het leven zelf, ik kreeg zelfdodingsgedachten…”

“De psycholoog die ik begin 2012 opzocht, vroeg mij na amper vier sessies plots: ‘Draag jij soms vrouwenkleren?’ Ik was geschokt, maar ik was niet gegaan om te liegen, dus ik zei: ‘Dat klopt. Maar ik wil het niet.’ Die psycholoog zei: ‘Volgens mij ben jij transgender. Die angsten komen niet uit de buitenwereld maar uit jezelf. Je speelt al heel je leven toneel voor jezelf. Jij bent eigenlijk een vrouw.’ ”

“Dat was een klap in mijn gezicht. Ik had het nog nooit zo, en dan nog zo direct, benoemd gekregen. Maar opeens begon alles wat ik daarvoor nooit begreep wel steek te houden. Ik heb nog meer gesprekken gehad, ook met een psychiater, en de diagnose werd bevestigd: hoe ik me voelde, klopte niet met het lichaam dat ik had.”

transgender petra nevens getuigenis geslachtsverandering
Petra Nevens. (Foto: Kristof Ghyselinck.)

Knopen doorhakken

“Als transgender word je geboren. Maar wat je daar concreet mee doet, is je eigen keuze. Ik had het kunnen laten bij vrouwenkleren dragen, maar zo zit ik niet in elkaar. Eind 2012 heb ik de knoop doorgehakt en beslist dat ik ervoor ging.”

“Ik heb mijn vrouw het verslag van de psycholoog laten lezen, en dat was heel confronterend. Ze had wat bedenktijd nodig, en we hebben geprobeerd om een oplossing te vinden, maar er was in de loop van de jaren al te veel tussen ons gebroken. We zijn wel op een heel serene manier uit elkaar gegaan.”

“Mijn kinderen wisten dat ik innerlijk met iets aan het worstelen was, maar het kwam uit een hoek die ze nooit verwacht hadden, en ik ook niet. Ze hadden het er in het begin heel moeilijk mee, vooral mijn zoon. Hij vroeg zich af of het misschien erfelijk was. Maar dat is niet zo. Ermee in aanraking komen, zorgt er in ieder geval wel voor dat je zelf ook je volledige identiteit even in vraag stelt. En die vraag gaat heel diep. Wat hen de ommezwaai heeft helpen maken, is dat ze nu een gelukkige persoon zien.”

Twee maanden koorts

“Lichamelijk veranderen van een man in een vrouw is een lang traject. Maar toen ik het vrouwelijke hormoon begon te nemen, voelde ik me wonderlijk genoeg na twee maanden al een stuk rustiger, ook al was er op dat moment nog niets aan mij te zien.”

“Aan mijn borsten is niet gewerkt. Ze zijn misschien iets kleiner dan ik had gewild, maar ze zijn helemaal natuurlijk. Ik heb verder een hele reeks operaties gehad, waarvan de laatste de zogenaamde sexual reassignment surgery (srs) of operatie om van geslacht te veranderen. Dat was nodig, want ik wilde echt als vrouw verder.”

“Die operatie heeft mij bijna mijn leven gekost, want er waren complicaties en ik heb twee maanden koorts gehad. En het jaar daarop moesten er nog correcties komen… Maar zou ik het opnieuw doen? (beslist) Ja.”

Aan de telefoon is het meneer

“De moeilijke kanten? Ik vind het niet zo fijn dat mijn stem nogal altijd vrij mannelijk klinkt. Bij transgenders die van vrouw naar man transformeren, zakt de stem meteen samen met het nemen van de hormonen. Omgekeerd is dat niet het geval. Bij ons moet er minstens logopedie aan te pas komen, of een operatie aan je stembanden.”

“Je hebt ook vrouwen met een lage stem, maar het is meer dan toonhoogte. De klankkleur van mijn stem blijft heel mannelijk. Stress, vermoeidheid of een verkoudheid doen er geen goed aan. Aan de telefoon word ik steevast nog aangesproken als ‘meneer’. Soms is dat heel moeilijk. Als mensen tegen mij ‘mevrouw’ zeggen, groei ik nog altijd een beetje.”

“De ambitie dat mensen aan mij niet zouden zien dat ik een verleden als man heb, heb ik losgelaten. Ik ben blij met het lichaam dat ik nu heb. Is het helemaal compleet? Nee. Ik heb geen baarmoeder of eierstokken. Maar overal zijn grenzen aan. Ik heb wel kinderen.” (glimlacht)

Het goddelijkste land

“De meeste mensen denken dat na de srs alles opgelost is, maar dan begint het eigenlijk pas. Voor veel transgenders is de integratie in de maatschappij eigenlijk de moeilijkste stap. Gaan leven als vrouw is een hele ommezwaai. Je moet wel wat lef hebben om weer in het leven te stappen en deel te nemen aan de samenleving. Maar het is aan ons om te tonen dat we een mens zijn zoals de anderen, op onze eigen manier. Er zullen altijd mensen zijn die njet zeggen, maar met een kwinkslag kun je ook doorlopen, hé.”

“En we leven op dat vlak echt wel in het goddelijkste land ter wereld. Eenvoudig was het niet, maar ik ben echt verrast van wat de maatschappij en de mensen rondom mij gedaan hebben om het mogelijk te maken. Mijn ex-vrouw noemt mij Petra, ik mag binnen bij mijn schoonfamilie, mijn zus en mijn broer. Ze hebben het er moeilijk mee, dat weet ik. Maar ze doen echt hun best. Dat apprecieer ik enorm.”

“Ik had gedacht dat ik klanten ging verliezen, maar dat is bij mijn weten niet gebeurd. Bij het volleybal heb ik voor de ploegencompetitie nog meegespeeld met de mannen toen ik half getransformeerd was. Later kon ik overschakelen naar de vrouwencompetitie. Als ik in volle transformatie naar de zaalwachter ging en om een oplossing vroeg, dan kreeg ik zonder problemen een scheidsrechtercabine waar ik mij alleen kon omkleden. Niemand heeft daar ooit vragen over gesteld. Echt, chapeau.”

Hand of zoen?

“Natuurlijk vraag ik me vaak nog af wat andere mensen van mij denken. Vooral mannen… als die naar mij kijken, zien die mij eerder als mannelijk, of vrouwelijk? Elkaar begroeten blijft soms ook wat onwennig. Vrouwen geven makkelijker een zoen bij het binnenkomen, mannen vinden dat vaak al wat moeilijker. Maar als mensen gewoon een hand geven, dan is dat ook oké.”

Bibi Petra

“Mijn kinderen proberen mij zoveel mogelijk benoemen als ‘zij’, maar ze wilden mij wel vader blijven noemen. En ik zou zelf ook niet willen dat ze mij moeder noemen, want dat ben ik niet.

“Ik ben recent wel ‘bomma’ geworden. Het heeft even geduurd voor we daar het juiste woord voor vonden. In Google translate heb ik ‘bomma’ getypt en dat woord in verschillende talen laten uitspreken door de computer. Toen kwam ik op ‘bibi’. Dat is ‘bomma’ in het Swahili. Dus ik ben ‘bibi Petra’. Voor ons taalgebruik heeft dat geen gender, en toch klopt het. Af en toe moet je dus wel creatief zijn. Want we leven nog altijd in een binaire wereld, en ik kom nu eenmaal van de ‘andere kant’.”

Partner?

“Hoe het precies zit met mijn seksuele geaardheid weet ik nog niet goed. Ik had mezelf met mijn superrechtlijnige benadering nooit eerder de kans gegeven om daarbij stil te staan. Het is niet mijn prioriteit, maar ik ben er wel mee bezig. Een partner heb ik niet. Moet dat? (denkt na) Dat weet ik nog niet zo goed.”

Een verleden als man

“Mijn mannelijke verleden wegsteken zou ook een vorm van verbergen zijn, en dat wil ik niet meer. Je komt altijd wel in situaties waar je je blootgeeft. Als iemand over het leger begint, en je denkt even niet na, is het er zo uit: ‘Tijdens mijn legerdienst…’ En dan: oei. (lacht) Mensen mogen het weten. Bovendien, als je het geheim houdt, doen er binnen de kortste keren de wildste verhalen de ronde.”

“Natuurlijk kom ik ook niet ergens binnen met de mededeling: ‘Hallo, ik ben transgender!’ Maar als er in een gesprek nood aan duidelijkheid komt over mijn identiteit, dan zeg ik het gewoon.”

Twee levens

“Ik ben gezegend met twee levens. Het eerste, als transgender man, was niet erg leuk, maar ik heb er wel wat uit geleerd. Dat je, als je geluk uitstraalt en mensen met een glimlach tegemoet treedt, veel makkelijker positieve reacties krijgt en aanvaard wordt, bijvoorbeeld. En ik heb ook geleerd dat je voor jezelf moet kunnen zorgen voor je goed voor iemand anders kunt zorgen. Dat klinkt misschien egoïstisch, maar dat is het niet.”

“Je moet er niet om roepen om transgender te zijn, hé. Zelfs al durf ik nu zeggen dat ik gelukkig ben. Sinds de geslachtsverandering ben ik in feite transseksueel, en ex-transgender. Want mijn lichaam en mijn geest zijn eindelijk een match.”

“Van veel mensen hoor ik: ‘Wat jij daar allemaal voor over hebt…’ Maar als je dat niet meemaakt in je eigen lichaam, kun je daar eigenlijk geen uitspraken over doen. Ik versta het zelf niet eens helemaal. Maar achteraf bekeken was dit de beste beslissing die ik ooit in mijn leven genomen heb. Nu sta ik op de juiste plaats, ja.”

(Topfoto: Kristof Ghyselinck)

Tags: ,