Gaston Durnez, die jarenlang cursiefjes voor De Bond schreef, is op 22 november 2019 overleden. In 2011 had De Bond een uitgebreid interview over zijn jeugdherinneringen en zijn ‘opagevoel’.

Lezers van De Bond kennen hem van de columns in de rubriek die naar hem vernoemd is. Maar gedurende vele decennia was Gaston Durnez journalist bij De Standaard en raakte hij bekend als auteur van boeken over literatuur, geschiedenis en humor. Een gesprek over jeugdherinneringen, maar vooral ook over de ’Super-Opa’ die hij vandaag voor zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen is.

Als Gaston Durnez de draad van zijn eigen levensverhaal begint te ontwarren, lijkt het wel alsof je een spannend verhaal bent binnengewandeld. Met dezelfde heldere volzinnen waarmee hij zijn cursiefjes over alledaagse dingen kleur geeft, beschrijft hij de tijd – tussen de twee wereldoorlogen – waarin hij is opgegroeid. ”Ik ben de laatste om te beweren dat het vroeger allemaal zoveel beter was”, zegt hij over die jaren.

”Het enige voordeel was dat we vroeger veel jonger waren, zoals ik het ooit eens iemand hoorde verwoorden. Niet toevallig werd dat ook de titel van het boek waarin ik vertel over de eerste zestien jaren van mijn leven. Je kunt ’mijn vroeger’ toch niet goed noemen? Dat waren de jaren dertig, de crisisjaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het was de crisis van de arme mensen, wat helemaal niet te vergelijken valt met de crisistijd die we nu meemaken.”

Kajotter

Gaston Durnez is de zevende zoon uit een arbeidersgezin met elf kinderen. Achtervolgd door pijnlijke omstandigheden, zoals werkloosheid bij de grensarbeiders, trok het gezin vanuit Wervik in West-Vlaanderen naar het Vlaams-Brabantse Asse. Daar liep Gaston lagere school tot en met het achtste leerjaar. ”Ik was toen veertien jaar en zoals bij de meeste kinderen uit onze buurt lag mijn toekomst binnen de fabrieksmuren. Er was in die tijd geen sprake van dat een arbeiderskind verder kon studeren. Die ambitie bestond niet bij onze ouders: ze kon gewoon niet bestaan.”

Toch zou de tiener Gaston in zijn leven een andere richting inslaan dan zijn vader en zijn oudere broers. Hoe belangrijk daarbij de kajottersbeweging van kanunnik Jozef Cardijn was, kan hij niet genoeg benadrukken. ”In de KAJ kregen wij ’lessen over zelfbewustzijn’ en dat was voor ons totaal nieuw. En natuurlijk werden ons ook die drie fameuze woorden van Cardijn in het hoofd geprent: zien, oordelen, handelen. Dat zijn trouwens de principes die ook elke journalist voor ogen moet houden, in die volgorde.”

”In de KAJ kregen wij ’lessen over zelfbewustzijn’ en dat was voor ons totaal nieuw. En natuurlijk werden ons ook die drie fameuze woorden van Cardijn in het hoofd geprent: zien, oordelen, handelen. Dat zijn trouwens de principes die ook elke journalist voor ogen moet houden, in die volgorde”

Loopjongen

Op aanraden van een dorpsjongen die in Brussel op een bureau schreef, trok Gaston Durnez naar de Praktische Handelsschool in Koekelberg. De school behoorde tot een textielfabriek en daar kon je gratis studeren. Door deze opleiding verkreeg hij het getuigschrift van stenodactylograaf, het enige diploma dat hij ooit behaalde. Gedurende een jaar werkte hij als typist, tot hij op zestienjarige leeftijd als loopjongen terechtkwam op de redactie van de krant die later ‘De Nieuwe Gids’ zou worden. Al snel ontdekten ze daar zijn schrijverstalent en kon hij aan de slag als redacteur. In 1953 maakte hij dan de overstap naar De Standaard, de krant
waar hij tot het eind van zijn loopbaan in dienst bleef.

Super-Opa

Gaston Durnez, zelf ook vader van een kroostrijk gezin, werd in zijn leven niet van pijn en verdriet gespaard. Zijn eerste vrouw Jeanne overleed op 39-jarige leeftijd aan kanker en dag op dag elf jaar later moest hij afscheid nemen van zijn tweede echtgenote. Zeven van de acht kinderen zijn uit zijn eerste huwelijk.

Na zijn huwelijk met Ria, zijn derde vrouw, heeft hij haar zoon geadopteerd. ”Jeanne is gestorven in 1968. Ik zat in de Ronde van Frankrijk toen ik het slechte nieuws vernam dat ze ernstig ziek was. Daarna heeft ze nog drie maanden geleefd. Het was de tour waarin Tom Simpson verongelukte en nadien ben ik nooit meer naar de Ronde gegaan… Over die trieste periode in mijn leven spreek ik niet graag. Ik wil wel zeggen dat ik de West-Vlaamse kloosterzusters die ons op dat moment gered hebben, nog altijd bijzonder dankbaar ben. In mijn leven heb ik tot mijn groot geluk heel wat sterke vrouwen mogen ontmoeten.”

 

”Schrijven werd op den duur mijn
manier om te reageren op wat er in
de wereld gebeurt. Iemand anders
zal misschien beginnen te zingen, ik
doe het met mijn pen”

We zouden het met deze rasverteller over zoveel onderwerpen kunnen hebben. Over zijn fascinatie voor het journalistenberoep bijvoorbeeld of over de geschiedenis van de sociale emancipatie van de Vlamingen, die hij van op de eerste rij heeft meegemaakt. Maar we zijn gekomen om hem als opa aan het woord te laten, met die hele stoet kinderen en kleinkinderen waarvan hij de trotse (over)grootvader is. ”Ik heb twintig kleinkinderen en zeventien achterkleinkinderen. (enkele dagen na het interview liet hij weten dat zijn jongste achterkleinkind Anton intussen geboren werd, red.).

Voor mijn achterkleinkinderen ben ik een ’Super-Opa’, zoals zij mij lachend hebben gedoopt. Want zij hebben allemaal ook nog andere opa’s.” Hij hoeft dat woord ’Super-Opa’ nog maar uit te spreken of je voelt zo de hoofdletters erdoorheen klinken: die barokke letters die Gaston Durnez zelf wat graag in zijn stukjes opvoert om de dingen die er in het leven echt toe doen, meer gewicht te geven. ”Mijn kinderen wonen verspreid over het hele Vlaamse land, van Limburg tot in West-Vlaanderen, maar we hebben veel contact. Allicht omdat hun moeder zo jong gestorven is, heb ik een hechte band met hen. Ria en ik proberen dat te onderhouden door op regelmatige tijdstippen de familie bijeen te brengen.”

Feest met pannenkoeken

”Ik vind familiebanden bijzonder waardevol en daarom zeg ik mijn kinderen geregeld: ’Jongens, elke gelegenheid die zich voordoet om samen te feesten, moet je aangrijpen. En is er geen feestelijk moment, dan moet je er een maken!’ Gelukkig komen ze graag bijeen op de grote feestdagen. Zo is er de jaarlijkse familiebijeenkomst op 1 november, met pannenkoeken na het kerkhofbezoek.

Die pannenkoeken zijn nog een traditie die ik van bij mijn tante Finne ken, bij wie ik vele jaren van mijn jeugd doorgebracht heb. Ik moest toen goed eten, zei ze altijd al lachend, want iedere pannenkoek was een zieltje dat ik redde uit de hemel…

Een groot familiefeest organiseren, dat zien mijn vrouw en ik niet meer zitten. Daarom zijn we blij als een van de kinderen dat nu in handen wil nemen. Op Allerheiligen waren we met 56 mensen, wat toch een aanzienlijke groep is. Intussen hebben we alweer een vakantieverblijf aan zee gevonden voor onze grote familiereünie volgend jaar.

Om het jaar of om de twee jaar proberen we op die manier de hele familie eens bijeen te krijgen. Ik kijk telkens enorm uit naar dat weekend. Op zo’n domein, waar je wat afgezonderd zit, zijn er veel mogelijkheden. Bij mooi weer kun je er wandelen en samen ontspannen, maar je maakt vooral ook veel tijd voor gesprekken waar je bij andere gelegenheden niet aan toe komt. Ik koester die momenten, want onze kleinkinderen en achterkleinkinderen leren elkaar dan ook beter kennen.”

Lof van Dientje

In de loop van het jaar verlopen de contacten tegenwoordig vooral via de e-mail. Vroeger hadden de Durnez’s een familieblad. Het is toch fantastisch hoe gemakkelijk je nu bijvoorbeeld ook foto’s naar elkaar kunt doorsturen. Wat ik als opa bijzonder belangrijk vind, is het veilige en warme nest dat een kind absoluut nodig heeft. Niet op de eerste plaats voor materiële maar voor innerlijke zorg.

Grootouders hebben in die zin altijd een rol gespeeld: zij zijn meestal meer beschikbaar dan de ouders, die een druk actief leven hebben. Maar door de evolutie van samenlevingsvormen is die grootouderlijke rol meer dan ooit gegroeid. En die geborgenheid is veel meer dan zomaar voor opvang van de kleinkinderen zorgen.”

Eén naam dook de voorbije jaren vaak op in de kronieken van Gaston Durnez als het ging over zijn familie: Dean of ’Dientje’, zoals hij zijn jongste kleinkind zelf het liefst noemt. Ook nu zingt hij geestdriftig de lof van Dientje. ”Het geeft een speciaal gevoel om die vierjarige kleinzoon te zien lopen tussen al die oudere kleinkinderen. Hij is de zoon van Ria’s zoon. Dientje woont hier vlakbij. Twee dagen per week haal ik hem van school af en dan doen we samen allerlei dingen. Het is een pienter ventje dat altijd alles meteen heeft gezien en gehoord.”

Heintje met de gekke grappen

De schrijver Durnez zullen velen allicht in verband brengen met de figuur van Felix Timmermans, over wie hij in 2000 een biografie schreef. Door zich ’vast te bijten’ in vaak vergeten literatuur, weet Gaston Durnez die ook voor jongere generaties te ontsluiten. Zo is hij nu, in de aanloop naar het Consciencejaar 2012, het werk van Hendrik Conscience aan het herlezen, om er daarna weer ’zijn verhaal’ van te maken. Maar intussen levert hij ook trouw zijn kronieken voor De Bond en het christelijk weekblad Tertio.

”Ik blijf graag schrijven, maar soms vraag ik mij af waarom ik dat nog altijd zoveel doe. Op den duur werd schrijven mijn manier om te reageren op wat er in de wereld gebeurt. Iemand anders zal misschien beginnen te zingen, ik doe het met mijn pen. Dat ik daarbij geraakt kan worden door heel alledaagse dingen had ik al van toen ik nog heel jong was. Ik denk hierbij vaak aan mijn grootvader uit Asse, Henri Mestdag, die ginder door iedereen Heintje van Pollekes werd genoemd (heel onze familie heette ’die van Pollekes’). Heintje was een vrolijk man, een kleermaker die op zijn werktafel zat te zingen en voor ons grapjes uithaalde. Mijn schrijflust en mijn neiging tot humor heb ik zeker mede aan hem te danken.”

’Vroeger waren wij veel jonger’, Gaston Durnez, Lannoo, 2008

 

Dit interview met Gaston Durnez verscheen in de bijlage Aktief van De Bond van 16 december 2011. Van 1954 tot 1964 schreef hij in het weekblad De Bond over zijn belevenissen als jonge vader. De kroniek ‘Met muziek door ’t leven’, die jarenlang op de cover stond, heeft de toon gezet voor vele andere columns over opvoeding later in het blad. Tussen 1999 en 2017 publiceerde Gaston Durnez in de gezinskrant (vanaf 2004 veertiendaags) een column die zijn naam droeg.

 

Lees ook de kroniek Gelukkig Brievenjaar

Lees ook de kroniek over namen van kleinkinderen

Lees ook reacties op het overlijden van Gaston Durnez

Meer over Gaston Durnez en zijn band met De Bond

 

(Foto: Kristof Ghyselinck)

Laatst bewerkt op: 02/12/2019

Tags: