Op 25 november is Louis Verbeeck in Hasselt overleden. Hij was vijfentachtig jaar oud.

Vele generaties lezers van ‘De Bond’ zijn opgegroeid met de cursiefjes van deze schrijver wiens naam – in de woorden van zijn goede vriend Gaston Durnez – ‘Leesplezier’ betekent. Stukjes met een knipoog, nu eens ironisch dan weer melancholisch, zo herinneren we ons zijn speelse cursieve teksten in ons gezinsblad.

In de lijn van grote Nederlandse cursiefjesschrijvers als Bomans en Carmiggelt wist Louis Verbeeck ons, “bij een borrel of een kop koffie” te ontroeren met rake observaties uit het alledaagse leven. Spontane humor, nooit grof en zonder wrange bijsmaak, vol verwondering om hoe de wereld om hem heen vooruit holt.

De jongen uit het dorp

In de jaren zestig en zeventig, de hoogdagen van de kleinkunst, trad Louis Verbeeck vaak op met Jos Ghysen en Miel Cools, voor wie hij ook liedjes schreef. Maar hoeveel succes hij in die jaren ook oogstte, altijd is hij in zijn denken en doen die ‘jongen uit Tessenderlo’ gebleven.

“Want”, zo zei hij het zelf wel vaker, “je kan een jongen wel uit zijn dorp halen, maar je haalt het dorp nooit uit de jongen.”

Niet gemaakt voor de eeuwigheid

Samen met ons medeleven aan zijn familie willen we tegelijk onze dank uitspreken voor wat Louis Verbeeck aan ‘pennenvruchten’ nagelaten heeft.

Toch was ook hij de eerste om ook dat weer te relativeren, zoals ooit in een interview voor ‘De Bond’: “Mijn vorm van overleven is wat ik in mijn kinderen en kleinkinderen van mezelf terugvind, veel meer dan die stukjes. Die zijn gemaakt voor nu, niet voor de eeuwigheid.”

De redactie van De Bond selecteerde enkele cursiefjes ter herinnering aan Louis Verbeeck. Je kan ze hier in de loop van de week terugvinden. Er wordt ook een stukje gepubliceerd in De Bond van 1 december.

Gepubliceerd op: 27/11/2017, laatste update op: 05/12/2017

Tags: ,