Het verkoudheidsvirus RSV kan lelijk huishouden bij kleine kinderen. Kinderen jonger dan één jaar hebben het meest kans om door het virus in het ziekenhuis te belanden omdat hun luchtwegen nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Wat kan je als ouder of grootouder doen bij RSV, hoe kan je de besmetting beperken?

Wat is RSV?

RSV staat voor Respiratoir Syncytiaal Virus. Met andere woorden: een ontsteking van de luchtwegen.

De symptomen van RSV lijken op een zware verkoudheid:

* lopende neus
* hoesten
* een beetje koorts
* moeilijkere, snellere en/of piepende ademhaling

Soms ook: mindere eetlust, braken of diarree.

Baby’s en peuters zijn er zieker van dan volwassenen. Ook zwangere vrouwen en bejaarden moeten opletten. Een minderheid van de kinderen met het RS-virus belandt in het ziekenhuis met ademhalingsproblemen of verschijnselen van uitdroging.

RSV komt voornamelijk voor in de herfst en winter (oktober-maart) en bijna niet daarbuiten. Op de site RSVNET kan je controleren hoe het RSV-seizoen verloopt.

Besmetting met RSV voorkomen

Een behandeling voor Respiratoir Syncytiaal Virus bestaat helaas (nog) niet. Hoe je een baby of kindje met RSV kan verzorgen, lees je in dit artikel.

Wat je wél kan doen, is maatregelen nemen om de besmetting in te dijken:

  • Speelgoed en speeloppervlakken regelmatig reinigen en ontsmetten. Het is nuttig om te weten dat het virus gemakkelijk zes uur kan overleven buiten het lichaam, maar niet goed reageert op warmte.
  • Voldoende de handen wassen (liefst met warm water)
  • Niezen of hoesten in de elleboog of van anderen weg.
  • Gebruik papieren zakdoeken: het virus overleeft minder lang op droge oppervlakken.

Voor baby’s jonger dan twee maanden wordt aangeraden ze tijdens het RSV-seizoen (herfst-winter) niet mee te nemen naar drukke plaatsen. Daar kan het virus gemakkelijk overgedragen worden. Vraag bezoekers de handen te wassen voor ze de baby aanraken.

Bescherming tegen RSV

RSV voorkomen is bijna onmogelijk: het is een zeer besmettelijk virus dat wordt overgedragen via kleine vochtdruppels na hoesten of niezen of door contact met een besmet persoon. Daardoor krijgt zowat elk kind er minstens een keer mee te maken.

Ook herbesmetting is mogelijk: na één keer RSV kan een kind het dus nog (verschillende!) keren krijgen. Aangezien RSV de luchtwegen gevoeliger kan maken, is een volgende luchtweginfectie zelfs waarschijnlijker.

In Brieven aan Jonge Ouders maand 4 staat een getuigenis van een mama met RSV. Dit gratis magazine is verkrijgbaar voor leden en niet-leden van de Gezinsbond met baby’s en peuters. Schrijf je gratis in vanaf de zwangerschap.

Blijf op de hoogte via Facebook of word lid van De Gezinsbond en ontvang onze gratis publicaties.

Gepubliceerd op: 20/02/2017, laatste update op: 26/09/2019

Tags: ,