Indutten van zodra je de zetel voelt. Knikkebollen terwijl vrienden iets vertellen. Weergaloze wallen onder je ogen. En dan de vraag krijgen: "En? Slaapt hij al door?” Nee dus, en dat is eigenlijk heel normaal!

Het is heel normaal dat baby’s nu nog geen hele nacht doorslapen: hun biologische slaapklok werkt nog niet optimaal en bovendien zijn hun maagjes heel klein. Geen wonder dat ze constant honger hebben!

Pas na zes maanden blijven de meeste kindjes overdag langer wakker en krijgen ze een regelmatig slaap-waakritme, dat ook rekening houdt met dag en nacht.

Een driemaandertje kan nog geen schaapjes tellen om in slaap te vallen, dus een slokje (moeder)melk is vaak de beste manier om het weer rustig te krijgen. Daar is niks op tegen, maar het is even normaal dat jij stilaan snakt naar ongestoorde en ononderbroken nachten.

Slaaptips

Een wondermiddel om je baby elke nacht te laten slapen als een roosje? Sorry, dat bestaat jammer genoeg niet. Maar een paar tips hebben we wel in petto:

1) Eigen bedje

Je kunt slaapproblemen vermijden door je kindje van in het prille begin de juiste slaapgewoonten bij te brengen. In een eigen bedje liggen is er zo al één. Hoe fijn en warm en gezellig het ook is, je baby elke keer in je armen of naast jou in je bed laten inslapen, is geen goeie gewoonte. Hij kan maar beter zo vroeg mogelijk wennen aan zijn eigen bedje.

2) Dicht bij jou

Een eigen bed wil niet zeggen in een eigen kamer. Je baby slaapt (minstens) de eerste zes maanden in je slaapkamer of toch niet te ver weg, zodat je ook ’s nachts kunt horen of alles oké is. Ook praktisch voor nachtvoedingen: die kan je dan lekker in je eigen, warme bed doen!

Het is bewezen dat een mama en haar kindje biologisch en psychologisch afgestemd zijn om dicht bij elkaar te slapen, maar samen in één bed liggen roept flink wat vragen op in verband met veiligheid. Volwassenen slapen op zachte matrassen met daarop dekens of dekbedden en kussens, en die dingen verhogen sterk het risico op ongevallen of wiegendood.

3) Slaapsignalen

Je baby heeft nu echt nog veel slaap nodig maar hij kan niet zelf naar bed gaan als hij moe is. Daarom let je best op de klassieke signalen (geeuwen, oogjes wrijven, zeuren) en leg je hem ook op tijd in zijn bedje. Als je dat vermoeide gezeur opvat als ‘verveling’ en nog wat met hem gaat spelen, raakt hij misschien over zijn toeren. En het klinkt tegenstrijdig, maar kindjes die oververmoeid zijn, slapen meestal net minder goed (in).

4) Hou de baby niet langer wakker!

Het heeft ook geen zin om je baby overdag wakker te houden of wakker te maken, in de veron­der­stelling dat hij ’s nachts dan wel langer zal slapen. Zo werkt het niet bij kleine kinderen. In plaats van gewoon moe te worden, raakt je baby overver­moeid en overstuur waardoor je een rustige nacht helemaal kan vergeten.

5) Beurtrol

Een baby die niet doorslaapt, zorgt voor slaapgebrek bij zijn ouders. En voor frustraties en misschien voor een, euh …, niet zo zonnig humeur. Heel begrijpelijk. Het geeft nauwelijks troost, maar eigenlijk is het heel normaal dat baby’s op deze leeftijd verschillende keren per nacht wakker worden.

Dan kan een beurtrol nuttig zijn: de ene nacht (of week) zorg jij ’s nachts voor de baby, de andere nacht (of week) is het de beurt aan je partner. Of misschien wil een lieve oom of oma wel inspringen zodat jullie wat kunnen bijslapen?

6) Regelmaat en rituelen

Kinderen hebben nood aan regelmaat. Zorg dus voor een vaste structuur waarbij je baby op ongeveer dezelfde tijdstippen kan eten, spelen en slapen. Zo leert hij waaraan hij zich kan verwachten. Kinderen die met een voorspelbare dagindeling opgroeien, zijn meestal rustiger. Een vast slaapritueeltje, zachtjes zingen of wat voorlezen, is zeker en vast een goed idee. Het helpt je kindje ook om sneller in te dutten.

7) Troosten

Volgens sommigen kun je je baby best een tijdje laten wenen zonder te reageren. “Anders ga je hem verwennen!” Over dat verwennen moet je je voorlopig geen zorgen maken, en als je het al hebt uitgepro­beerd, heb je vast ont­dekt dat een baby laten huilen even weinig effect heeft als hem wakker houden. Je zenu­wen gaan gewoon meeschreeuwen en dan kan jijzelf het voor de rest van de nacht ook vergeten.

Wat je wel kunt doen, is de tijd tussen je baby’s eerste signalen en jouw reactie een beetje rekken zonder dat het ‘voeden op vraag’ in het gedrang komt.

Het is begrijpelijk dat je alles probeert om je baby stil te krijgen: hem sussen terwijl hij in zijn bedje ligt, hem oppakken en wiegen, rechtop houden en rondwandelen, een liedje zingen, terug in zijn bedje leggen en een slaapmuziekje spelen, een speel­goedje voor z’n neus bewegen, de mobile laten draaien …

Door al dat gedoe wordt je baby niet rustig maar net opgewonden. Troost je kindje als het overstuur raakt, maar kies daarbij voor één strategie en hou die lang genoeg vol zodat het tijd krijgt om tot rust te komen.

De eerste maanden sliep Milan fantastisch goed. Overdag dan toch. Iedereen was vol lof over onze rustige baby. Maar ’s avonds en ’s nachts weende die rustige baby heel de buurt wakker. Hoe we hem ook probeerden te troosten en te sussen, hij bleef hartverscheurend huilen. Ik kon niet anders dan hem héél vaak eten geven. Na een paar slokken viel hij aan mijn borst in slaap, en wanneer hij in een diepere slaap was, legde ik hem in zijn eigen bedje. Bijna twintig weken duurde het voor er wat regelmaat kwam in zijn slaappatroon. Twintig lange weken, waarin ik soms met hem meehuilde van pure vermoeidheid. Aan alle vermoeide mama’s die hetzelfde meemaken: het is rot en zwaar, maar het gaat voorbij. Doorbijten dus. En als je kunt, slaap dan overdag wat mee met je baby.

Kim

Welk bedje kies je voor een baby?

Kies voor een ruim en stevig bedje. Een spijlenbedje is prima, als de spijltjes tussen 4,5 en 6,5 cm uit elkaar staan, zodat het hoofdje van je baby er niet tussen kan. Het bedje moet ook diep genoeg zijn, zodat hij er niet uit kan vallen als hij zich later begint op te trekken.

Is het bedje geverfd, dan hoort die verf lood- en gifvrij te zijn. Gebruik geen hoofdbeschermers of (stoffen) bekleding rond het bedje en leg er ook niet te veel knuffels in. Die dingen beperken namelijk de luchtcirculatie.

De matras

De matras past perfect in het bedje. Zo vermijd je dat je kindje onder of tussen de matras en de rand van het bedje terechtkomt. Check de matras regelmatig op vervormingen en zorg ervoor dat het een exemplaar is dat lucht en waterdamp doorlaat.

Let hier ook op als je een matrasbeschermer zou kopen. Geplastificeerde matrasjes laten de lucht niet door en zijn dus af te raden. Er bestaan ook matrassen die speciaal behandeld werden tegen allergie, huisstofmijt, bacteriën en schimmels.

Lakens, dekens en kussens

Geef je baby geen kussentje. Tot hij twee jaar is, heeft hij nog niet genoeg kracht om zichzelf om te draaien als hij per ongeluk met zijn mond en neusje in het kussen gedrukt ligt. Gebruik ofwel een slaapzak met armsgaten die aangepast zijn aan de leeftijd van je kindje (met enkel een lakentje erboven) of lakens en een dekentje.

Bind je baby op geen enkele manier vast in zijn bedje.

De temperatuur

Je kindje mag het niet te warm krijgen als hij slaapt. Tracht de temperatuur in de slaapkamer fris te houden (niet meer dan 18°C). Stem het beddengoed af op de kamertemperatuur en niet op de buitentemperatuur. Gebruik eerder enkele dunne dekentjes dan één dikker isolerend exemplaar.

Zorg er ook voor dat het hoofdje van je baby altijd onbedekt is. Gebruik daarom het eerste jaar geen dekbed of donsdeken, die zijn te licht en verschuiven dus te makkelijk. Komt zijn hoofdje eronder terecht, dan bestaat het risico dat hij oververhit raakt.

De houding

Leg je baby op zijn rug te slapen, dat is de veiligste houding om wiegendood te vermijden. Stop hem wel strak in, dat geeft een geborgen en gerust gevoel. Ga na een hevige huilbui altijd even kijken hoe je kindje in slaap is gevallen.

Nachtvoedingen

Tot ongeveer zes maanden worden veel baby’s nog wakker voor een nachtvoeding. Ook dat is heel normaal. Baby’s die moedermelk drinken kunnen meer en langer nachtvoeding vragen. Er is geen vaste leeftijd waarop dat kan of moet stoppen, dat is voor elk kindje anders.

Na het drinken is je baby’s bedje waarschijnlijk wat afgekoeld, terwijl het in jouw armen net zo warm was. Om te vermijden dat hij wakker wordt van de kou, sla je tijdens het voeden een doek om je baby heen en leg je hem daarna met die doek in zijn bedje.

Als je kindje de nacht niet doorkomt zonder extra voeding, kan het helpen als hij overdag wat meer te eten krijgt. Dat kun je zo aanpakken:

– Laat je baby bij de voeding voor het slapen wat meer drin­ken.

Maak hem wak­ker om nog eens te drinken vlak voor je zelf naar bed gaat. Het is misschien maar een slaapmutsje maar het kan ervoor zorgen dat je ’s morgens één of twéé uur langer mag blijven liggen.

Bij flesvoeding kun je overdag een beetje meer melk geven bij elke voeding, maar blijf wel dezelfde ver­houding poeder en water gebruiken.

Meer volgen: Facebook, Twitter en lid worden.

Gepubliceerd op: 21/12/2017

Tags: , , ,