Op de poep, op handen en knieën of ineens rechtop? Een heel nieuwe wereld opent zich voor een kruipend kindje. Maar wat als je kindje niét kruipt? We trokken naar het UZ Brussel en stelden die vraag aan kinderneuroloog An Jansen en kinderkinesist Rita Van Riel. Opvallend: er is een link met het advies om wiegendood te voorkomen.

Rita: In de campagne rond wiegendoodpreventie krijgen ouders heel terecht te horen dat het ontzettend belangrijk is om hun baby niet op de buik te laten slapen. We merken nu dat heel wat ouders hun zuigeling, ook als hij wakker is, nauwelijks nog op de buik leggen. Daardoor gaan steeds minder baby’s alle kruipfasen doorlopen (van liggen op de buik tot kruipen en zich optrekken tot stand).

Op de buik liggen is voor baby’s minder makkelijk dan op de rug liggen: ze hebben meer moeite met rondkijken, hun handjes zijn niet vrij, sommigen krijgen last van reflux… Om in die houding te kunnen spelen, hebben ze vaak wat extra aandacht en aanmoediging nodig. Ondanks die ongemakken levert het liggen op de buik toch heel wat voordelen op.

Welke voordelen zijn dat?

Rita: Baby’s die regelmatig op hun buik liggen, vertonen een completere motorische ontwikkeling.

An: Ze leren zichzelf ook beter te behelpen: vanop hun buik beginnen ze naar links en rechts te draaien, komen ze tot handen- en knieënsteun en gaan ze geleidelijk aan kruipen. Dat geeft hen dan weer een stabiele basis om te leren rechtstaan en de eerste stapjes te zetten.

Kindjes die het kruipstadium overslaan, komen meestal later van zit tot stand en vallen ook vaker als ze zelfstandig beginnen te stappen. Ze hebben niet zo goed leren steunen op de handen, dus als ze bij het stappen de controle verliezen, kunnen hun handjes dat niet altijd juist opvangen.

Rita: Hun evenwicht is ook minder efficiënt afgesteld, waardoor sommigen af en toe vol op hun hoofdje vallen. Baby’s die de hele kruipontwikkeling hebben afgelegd, kennen dat probleem niet. Hun motoriek is rijker en uitgebreider.

An: Baby’s die wat problemen ondervinden om van de ene houding naar de andere te gaan, kunnen op den duur gefrustreerd raken. Ze willen op verkenning gaan maar kunnen het motorisch nog niet aan, en hebben elke keer hulp nodig om bij een stuk speelgoed te kunnen of zich te verplaatsen.

Kan een baby probleemloos bepaalde fasen overslaan?

Rita: Ja, maar je moet wel alert zijn als je baby daarnaast ook nog andere bewegingsmoeilijkheden heeft. Het is verstandig om de motorische ontwikkeling in de gaten te houden en hulp te zoeken wanneer je vragen hebt of als je merkt dat je kindje vaker gefrustreerd raakt.

Er is dus geen direct verband tussen niet-kruipen en motorische problemen?

An: Nee, maar toch blijven we bij ieder niet-kruipend kindje even stilstaan omdat kruipen bij een normaal ontwikkelingspatroon hoort. Bij een niet-kruipertje stellen we ons automatisch vragen: “Waarom kruipt hij niet?” – “Merken we in de rest van zijn ontwikkeling problemen?” Zo ja, dan bekijken we dat zeker van dichtbij.

Sommige kindjes zijn heuse poepschuivers, geen kruipers. Kun je hen nog aan het kruipen krijgen?

An: Het is niet evident om een manier van bewegen zomaar om te buigen. Eens het poepschuiven er stevig in zit, blijft je kindje een poepschuiver! Als je baby voor de rest vlot, soepel en zowel links als rechts kan bewegen, hoeft dat op zich geen probleem te zijn.

Rita: We gaan wel altijd even kijken hoe het komt dat een kindje dat doet. Heeft dat baby’tje wat te weinig op de buik gelegen, ging het al vroeg zitten? Een aantal bipsschuivers hebben te soepele gewrichten waardoor het hen meer moeite kost om te kruipen. Soms kunnen neurologische problemen de oorzaak zijn. Maar het is een fabel dat elke poepschuiver onderliggende problemen heeft.

Kunnen ouders het kruipproces stimuleren?

Rita: Dat kan. Wanneer je baby wakker is, leg je hem zoveel mogelijk op zijn buikje. Niet altijd vanzelfsprekend, want het is niet meteen de makkelijkste houding. Maar als baby’s van in het begin regelmatig op de buik worden gelegd (bijvoorbeeld op mama’s of papa’s borst), zal je nauwelijks protest merken. Eens je kindje wat ouder is, kun je hem terwijl hij op zijn buik ligt wat uitdaging geven door samen te spelen en een speelgoedje net iets verder te leggen. Over mama of papa klauteren is trouwens plezier verzekerd!

An: Oefen regelmatig, maar hou het kort en leuk. Ga de verschillende houdingen ook niet pushen. Veel ouders kijken uit naar het moment dat hun baby echt kan zitten, kruipen en lopen. Als hij begint te rollen, te draaien en te sluipen op zijn buikje, laat hem dan rustig experimenteren. De coördinatie tussen hoofd en romp en armpjes en beentjes wordt op die manier volop geoefend en het zitten volgt vanzelf.

Rita: Daarom raden we loopstoeltjes ook af: ze dwingen je baby in een houding zonder dat hij de voorgaande stappen aangeleerd heeft.

Wanneer moet je je als ouder wel zorgen beginnen maken?

An: Als je kindje een poepschuiver is of een asymmetrische kruiper, steek je best je licht op bij de kinderarts. In sommige gevallen is het nodig om bij een kinderkinesist langs te gaan, hij kan je kindje het juiste kruippatroon aanleren en zo zijn onafhankelijkheid stimuleren. Dat geeft ook voordelen op mentaal vlak: een baby die zich zelfstandig kan verplaatsen, ontdekt voortdurend nieuwe dingen.

Rita: Kinderen die motorisch minder mobiel zijn, raken vaak gefrustreerd. Ze zijn angstig omdat ze niet achter mama of papa aan kunnen als die plots verdwijnt. Door hen te leren kruipen, geef je deze baby’s ook een flinke boost. Ze kunnen de ruimte rond zich verkennen zonder afhankelijk te zijn van papa of mama.

An: Even nuanceren: wanneer je baby niet kruipt maar voor de rest geen andere problemen toont en perfect gelukkig is, hoef je niet in te grijpen. Maar als hij niet kruipt en daarbij gefrustreerd is omdat hij heel de tijd vast zit, ongelukkig is of andere ontwikkelingsproblemen heeft, dan bekijken we hem graag eens van dichterbij.

Niet alle kindjes zijn op hetzelfde moment aan kruipen toe. Zelfs broertjes niet!

Onze drieling speelt heel veel samen en de jongens hangen echt aan elkaar. Maar dat wil niet zeggen dat ze alles op hetzelfde moment doen! Voor Viktor was het even een moeilijke periode toen zijn broertjes al konden kruipen en hij nog niet. Hij zat een beetje zielig naar hen te kijken, wou graag meedoen maar kon nog niet. Viktor observeert wel veel en kan heel goed in zijn eentje spelen. Bovendien blijkt nu dat hij makkelijker woordjes begrijpt en uitspreekt.

 

Dit artikel verscheen ook in Brieven aan Jonge Ouders, de gratis magazines voor alle ouders met kinderen, van de zwangerschap tot kleuterleeftijd. 

LID WORDEN KAN HIER!

VOLG ONS VIA FACEBOOK

Laatst bewerkt op: 22/12/2017

Tags: , ,