bool(false)

Hoe sneller bij een kind met autismespectrumstoornis (ASS) de diagnose gesteld kan worden, hoe sneller er een behandeling mogelijk is. Er heel vroeg bij zijn en de eerste signalen oppikken, is dus van groot belang. Maar vanaf wanneer wordt autisme eigenlijk 'zichtbaar'?

Dat weten we niet. Om op die vraag een precies antwoord te krijgen, zijn onderzoekers al ruim tien jaar bezig met onderzoek bij baby’s. Zo hopen ze erachter te komen wanneer de eerste aanwijzingen van ASS aantoonbaar worden bij heel jonge kinderen. Nu wordt de diagnose immers vaak pas rond twee à drie jaar gesteld, of nog later. En daardoor gaat vaak kostbare tijd verloren. Deelnemen aan het TIARA-onderzoek en je baby laten testen op autisme is een goed idee, om meer dan één reden.

Er zit autisme in de familie

Het is al langer bekend dat broertjes en zusjes van kinderen met autisme een van de grote risicogroepen vormen. Behalve omgevingsfactoren (infecties tijdens de zwangerschap, problemen bij de geboorte) liggen erfelijke factoren vaak aan de basis van ASS.

“Bij de meeste mensen met autisme is er waarschijnlijk sprake van een combinatie van beide”, zegt Ellen Demurie van de Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen aan de Universiteit Gent.

“Hoewel veel broertjes en zusjes van kinderen met autisme zich vlot ontwikkelen, merken we toch dat hun ouders zich vaak zorgen maken over die jongere broer of zus. Uiteindelijk krijgt bijna een op vijf van hen ook de diagnose ASS.”

Vroeggeboorte en voeding

Ook als je kind op het eerste gezicht geen risico loopt om ASS te ontwikkelen, is het interessant om je baby te laten deelnemen aan de studie. Zo namen de onderzoekers ook extreem vroeg geboren baby’s als focusgroep mee in het onderzoek, en willen ze verder uitbreiden naar baby’s met voedingsproblemen waarvoor geen medische verklaring is.

Ellen Demurie: “Vorig jaar zijn we met de derde studie begonnen en daarvoor zijn we op dit moment op zoek naar alweer een nieuwe groep baby’s tussen de vier en tien maanden. Gedurende drie jaar volgen we deze kinderen heel intens op. Daarbij kijken we in welke mate zij kenmerken van ASS ontwikkelen.”

Sociale aandacht

Wat de onderzoekers vooral boeit, is de manier waarop de ‘sociale aandacht’ van baby’s zich ontwikkelt. Hoe ze glimlachen, hun aandacht verdelen, iets nabootsen, plezier delen… Voor elk kind zijn dat belangrijke vaardigheden voor hun latere taal- en cognitieve ontwikkeling.

Met eye-tracking (de oogbewegingen van een kind registreren) komt tot uiting of de baby bijvoorbeeld liever naar het gezicht van zijn mama kijkt dan naar dat van een vreemde vrouw, of juist omgekeerd. Elektro-encefalografie meet dan weer de hersenactiviteit van een kind. Ook dat levert heel waardevolle informatie op.

Focus verlegd

Tot pakweg tien jaar geleden richtte het onderzoek naar de oorzaken van ASS zich voornamelijk op het verleden van een kind. Door gesprekken met de ouders, het bekijken van homevideo’s… kwamen wetenschappers veel te weten over de ontwikkeling in de eerste levensjaren, maar altijd achteraf. Gaandeweg verlegde de focus zich naar de prille kindertijd van baby’s met een risico op autisme zelf.

TIARA-onderzoek zoekt baby’s

Waarom ontwikkelen sommige kinderen ASS en andere niet? Dat is wat de babystudie van de Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen aan de Universiteit Gent wil blootleggen. Voor de TIARA-studie werken de Gentse onderzoekers samen met hun collega’s aan de KU Leuven. TIARA staat voor ‘Tracking Infants At Risk for Autism’.
Wil je deelnemen aan TIARA? Neem dan contact op met tiara@ugent.be of tiara@kuleuven.be. Meer informatie vind je op de website www.tiara-onderzoek.be of de Facebookpagina.

 

Tags: , , ,