Saartje is kinderbegeleider in een kinderdagverblijf, een job die ze al meer dan tien jaar met hart en ziel uitvoert. Toch vraagt ze zich af hoe ze echt kan inspelen op de behoeften van elk kind in de opvang. ‘Wij zijn opgeleid om het beste uit een kind te halen, maar dat lukt niet als daar te weinig mensen en middelen tegenover staan.’

Al heel wat jaren zet Vlaanderen in op een kwaliteitsvolle kinderopvang. De wetenschappelijke inzichten zijn ruim aanwezig, Kind & Gezin deelt die nieuwe visie en
alsmaar meer goed geschoolde krachten zijn in de sector aan de slag. Maar hoe goed begeleiders als Saartje vanuit hun opleiding ook weten wat een kind nodig heeft, toch vinden ze het moeilijk om dat elke dag in de praktijk te brengen.

Te veel kinderen per begeleider

Begeleiders zoals jij beschikken over heel wat kennis en vaardigheden om kinderen goed op te vangen. Waar schiet het dan tekort?

‘Alles hangt samen met het maximale aantal kinderen per begeleider. Op dit moment is dat acht, maar zo kunnen we niet altijd inspelen op de behoeften van elk kind. Voor een samenleving zijn kinderen ‘het kostbaarste bezit’, ze zijn de toekomst. Ze verdienen dus het beste en daarop mag de overheid niet besparen. Omdat dat mij zo ter harte gaat, heb ik in het voorjaar mee betoogd voor meer investeringen in onze sector.’

Wat versta je precies onder ‘het beste voor een kind’?

‘Dat is natuurlijk afhankelijk van de leeftijd van een kind. Onze baby’s zijn het meest kwetsbaar. Doorgaans starten ze aan drie maanden in de opvang, maar we hebben ook al eens een baby van zes weken oud opgevangen.

Eigenlijk hoort een kind jonger dan drie maanden niet thuis in een crèche. En dat heeft niets te maken met de begeleiding.

Het klopt dat wie nu als kinderbegeleider afstudeert, over de juiste kennis en vaardigheden beschikt om voor kinderen te zorgen. Maar door een te hoge werkdruk en te weinig middelen slagen we er niet altijd in om alle kinderen de warmte en geborgenheid te bieden die ze echt nodig hebben.

Gelukkig streeft ons kinderdagverblijf er bij de baby’s naar om te werken met één begeleider voor zeven kinderen. Maar ook dat is nog altijd veel.’

LEES OOK > Kinderopvang op maat van elk kind

Auto zonder sleutel

Wanneer heb je het gevoel dat je handen tekort komt?

‘We volgen sowieso het ritme van elk kind. Als je twee baby’s een flesje moet geven en een derde kindje vraagt op dat moment ook nog je aandacht, dan wordt het werkelijk kunst- en vliegwerk.

En dan heb ik het nog niet over kinderen zoals Mieke, die voortdurend huilt en daarmee pas stopt als je haar dicht tegen je aandrukt.

Maar intussen lopen er nog zeven andere peuters rond die moeten eten, verschoond worden, slapen… Misschien is er eentje ziek, vraagt er iemand om een toren te bouwen of gewoon een knuffel te krijgen.’

Wanneer heb je op die hectische momenten toch een goed gevoel?

‘Dan denk ik weer aan hoe ik met een kindje als Mieke omga. Op een zeker ogenblik kwam ik op het idee om haar in een draagdoek bij mij te nemen. Eerst het veilige gevoel creëren en stilaan kleine stapjes zetten. Dat zijn zo van die geluksmomentjes op een dag die deugd doen.

Je hoort voortdurend beweren dat kinderen het belangrijkste zijn, maar dan moeten we ze ook van jongs af ernstig nemen.

‘We zien de schoonheid van elk kind. Geef ons dan ook de sleutels om voor hen te zorgen’

Vergelijk het met de mooiste Lamborghini die voor onze deur staat. We hebben die auto gekregen en elke dag genieten we van zijn schoonheid. We laten hem blinken en er mag geen vlekje of krasje op komen. Vol passie vertellen we over hoe uniek hij wel is, welke mogelijkheden en opties hij heeft.

Maar wat we er niet aan toevoegen, is dat we de sleutel er niet bij kregen… Daar schamen we ons te hard voor. Geef ons dus ook, omdat we de schoonheid van elk kind zien, de sleutels om voor hen te zorgen.’

LEES OOK > Terug naar de crèche? Neem je tijd om te wennen

Groeiproces centraal

De opvang is de voorbije decennia ook enorm geëvolueerd, want vroeger lag de nadruk vooral op het verzorgende.

‘Dat klopt en die evolutie kunnen we alleen maar toejuichen. Rust, hygiëne en regelmaat waren in het verleden de voornaamste pijlers tot een goede opvoeding. Gelukkig staat het groeiproces van een kind nu centraal.

Zelfs onze beroepstitel veranderde van kinderverzorger naar kinderbegeleider. Wat waren we trots! Hierdoor zou ook de wereld weten dat onze job veelzijdig is en dat we kinderen op elk ontwikkelingsdomein helpen om te groeien.

Naast verzorging maken we ook werk van het pedagogische klimaat. We creëren een uitdagende omgeving die de nieuwsgierigheid van kinderen prikkelt, waardoor ze ook bijleren. We bieden een doordacht taalbeleid aan, zetten in op welbevinden en betrokkenheid, flexibele opvang, inclusie…

Maar dat we sindsdien geen extra paar handen kregen om te helpen, is ook een feit. Het is elke dag jongleren en zoeken naar creatieve oplossingen.’

Hoe reageren ouders als je die verzuchtingen met hen deelt?

‘Zolang het opvangaanbod in onze sector veel kleiner blijft dan de vraag ernaar, gaan ouders niet reageren. Ze zijn al blij dat ze een opvangplaats konden bemachtigen.

Bij ouders die elke dag hun kindje brengen en zien dat we ons uiterste best doen, merken we veel begrip. Ze beseffen dat wij er mee voor zorgen dat hun kinderen van jongs af mentaal sterk gemaakt moeten worden om bestand te zijn tegen de stress en prestatiedrang in onze samenleving.’

Alsof het je eigen kinderen zijn

Je zit met vragen, maar toch blijf je er nog altijd voluit voor gaan?

‘Als begeleider in de opvang streef je naar het beste voor elk kind. Dat zit gewoon in ons DNA en dat heb ik ook vanuit mijn opleiding meegekregen. Ik herinner me nog een van de docenten die het toen zo formuleerde: “Ik wil hier kinderbegeleiders opleiden bij wie ik met een gerust hart mijn eigen kinderen zou achterlaten.” En dat blijft tot op vandaag mijn richtsnoer.

Ik heb het er vooral moeilijk mee dat we niet kunnen waarmaken wat eigenlijk van ons verwacht wordt. We delen dezelfde visie als Kind & Gezin waar het gaat over een opvang die voldoende rekening houdt met het welbevinden en de ontwikkeling van een kind. Maar ook wij hebben maar twee handen!

‘Ik herinner me nog een van de docenten die het toen zo formuleerde: “Ik wil hier kinderbegeleiders opleiden bij wie ik met een gerust hart mijn eigen kinderen zou achterlaten.” En dat blijft tot op vandaag mijn richtsnoer.’

Dat ik deze job nog altijd met hart en ziel uitvoer, heeft vooral te maken met die ‘kleine overwinningen’ waarover ik al sprak. De liefde die we voor elk kind voelen, geeft ons elke dag weer de kracht om vol te houden.

Bijvoorbeeld als een moeder haar zoontje brengt, hij zijn armen naar je uitstrekt en met een brede glimlach naar je lacht. En als die moeder dan zegt “hij ziet je graag”, waarna je een fantastische knuffel van haar peuter krijgt. Dat raakt je en dat is weer een reden om verder te strijden.’

Wat zegt de Gezinsbond?

Deze getuigenis sluit aan bij onze ‘kindnorm in de kinderopvang‘. Het uitgangspunt is dat de opvang zich moet aanpassen aan wat een kind aankan en nodig heeft. Daarvoor heeft de opvangsector behoefte aan voldoende middelen, personeel én een heldere regelgeving. Dat betekent voor de Gezinsbond ook dat het aantal baby’s en peuters per begeleider naar beneden moet.

Om redenen van privacy gebruiken we een fictieve naam voor deze getuigenis.

Dit artikel verscheen in april 2020 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via Facebook, Twitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 18/06/2020, laatste update op: 28/07/2020

Tags: ,