Vanaf 1 april krijgt elk kinderdagverblijf een score voor zijn pedagogische aanpak. De Zorginspectie beoordeelt voortaan of kinderopvanginitiatieven de 'pedagogische norm' naleven. Maar wat houdt die pedagogische norm nu precies in?

De pedagogische norm werd ontwikkeld door een wetenschappelijk team, samen met de kinderopvangsector, Kind en Gezin, opleidingsinstanties, de Zorginspectie en de Gezinsbond.

Wij vinden deze norm een belangrijke stap om de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang in Vlaanderen in kaart te brengen én te verbeteren.

Lees ook: Stem gezin: Wat jouw gemeente kan doen voor zorg en kinderopvang

Maar hoe checkt de Zorginspectie nu precies of je kinderopvang voldoet aan de pedagogische norm? Het gebruikt daarvoor een wetenschappelijk meetinstrument waarmee het de kwaliteit van de kinderopvang nagaat via observatie en gesprek.

6 dimensies

De pedagogische kwaliteit van een kinderopvang bestaat uit zes dimensies, die elk apart belangrijk zijn voor de ontwikkeling van je baby of peuter:

1) Het welbevinden van het kind

Komt de kinderopvang tegemoet aan de basisbehoeften van je kind? Je baby of peuter heeft niet alleen eten, drinken of een proper luier nodig, maar heeft evengoed behoefte aan liefde, affectie, duidelijkheid en respect.

2) De betrokkenheid van het kind

Krijgt je kind de kans om zich te ontwikkelen en zijn grenzen te verleggen in de kinderopvang? In de kinderopvang moeten kinderen kunnen spelen, onderzoeken en experimenteren.

3) De emotionele ondersteuning van het kind door de kinderbegeleider

Tonen de begeleiders begrip voor de gevoelens en percepties je baby of peuter? Helpen de begeleiders je kind bij het verwerken van moeilijke ervaringen?

4) De educatieve ondersteuning van het kind door de kinderbegeleider

Krijgt je kind in de kinderopvang de kans om zijn leefwereld uit te breiden? Dat kan via interacties en activiteiten met de begeleiders. Je kind leert ook veel bij wanneer de begeleiders rijke en gevarieerde taal gebruiken en je kind voldoende spreekkansen geven.

5) De omgeving

Zijn de ruimtes van de kinderopvang toegankelijk en stimulerend voor je kind? Heeft de opvang een gevarieerd aanbod aan materialen en activiteiten? Voor je kind is het ook belangrijk dat er een regelmaat in de dagindeling en een continuïteit in de begeleiding is.

6) De gezinnen en diversiteit

Communiceert de kinderopvang goed met jou over je kind? Krijgen jullie als ouder inspraak en geeft de kinderopvang je ondersteuning? Het is bovendien ook belangrijk dat de kinderopvang niet alleen de eigenheid van je kind respecteert, maar ook dat van je gezin.

Een score van 1 tot 4

Elk van de zes dimensies die we hierboven hebben opgelijst, krijgt van de Zorginspectie een score tussen 1 en 4. Scoort de kinderopvang een 4, dan is de pedagogische kwaliteit er uitstekend.

Ontvangt hij een score 3, dan scoort de opvang ‘goed’. Bij beide scores krijgt de kinderopvang ook de nodige waardering voor de geleverde kwaliteit.

Een score 2 is maar nipt voldoende. De kinderopvang moet dan zijn werking verbeteren door een eigen aanpak uit te werken, maar er is geen actieve opvolging in de eerste twee jaar na de inspectie.

Een score 1 is onvoldoende. Wie score 1 haalt, wordt actief begeleid en opgevolgd. Is er geen verbetering merkbaar, dan riskeert het opvanginitiatief een aanmaning.

Zelfevaluatie

Je kinderopvang kan ook zelf aan de slag om zijn pedagogische kwaliteit te meten en te verbeteren. Dat kan met een zelfevaluatie-instrument dat gebaseerd is op dezelfde principes.

Zo kan je kinderopvang zijn visie op de pedagogische kwaliteit concreter maken en kan hij zeker voldoen aan de pedagogische norm die sinds 1 april wordt gebruikt.

Wil je graag weten hoe jouw kinderopvang scoort? Je kan zelf het inspectieverslag opvragen bij het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Je kan de laatste nieuwtjes ook volgen via Facebook. Tip! Selecteer bij ‘Volgen’ > ‘zie als eerste’ en mis geen enkele update!
 

Tags: , , , ,