Na een scheiding krijgen veel mensen vroeg of laat een nieuwe partner. Voor hun ouders betekent dit ook dat er nieuwe familieleden bijkomen: een nieuwe schoonzoon of schoondochter, met eventueel eigen kinderen: de plus- of stiefkleinkinderen.

Voor bijna alle grootouders in het onderzoek van Maaike Jappens is er een verschil tussen de pluskleinkinderen en de ‘eigen’ kleinkinderen.

“Die kindjes zijn heel vriendelijk, maar het is niet hetzelfde contact als met je eigen kleinkinderen. Je voelt het toch dat het je eigen bloed niet is, het is anders.”

Bij een nieuwe situatie leidt dat al eens tot pijnlijke uitschuivers.

“Het is Sinterklaas of het is Pasen. We gaan in de winkel iets halen voor de kleinkinderen. En bij het thuiskomen merk je dat je niet aan de pluskleinkinderen hebt gedacht. Dus in feite, emotioneel, staat die op het tweede plan.”

Minder

De band met de pluskleinkinderen werd omschreven als ‘minder emotioneel’, de liefde als ‘minder onvoorwaardelijk’.

“Als uw pluskleinkind een aangenaam baaske of een dochter is, dan ga je daar ook geen onderscheid in maken. Maar natuurlijk, ge hebt altijd de neiging om te zien dat daar toch iets meer aan scheelt dan aan die van uwen eigen zoon. Ik denk dat dat natuurlijk is, dat dat spontaan gaat.”

Geschiedenis

Dat er minder gedeelde geschiedenis is, speelt ook een rol, zeker als de nieuwe kleinkinderen al wat ouder zijn.

“De ene heb je zien opgroeien vanaf de geboorte, de anderen komen toe als ze 12 of 13 jaar zijn.”

Anderen vrezen vooral dat de geschiedenis zich zal herhalen en dat deze relatie ook niet standhoudt. Ze willen of durven zich niet altijd hechten aan de pluskleinkinderen of hun nieuwe schoonkind.

Dat het tijd nodig heeft, daar lijkt iedereen het over eens. Dat het een evenwichtsoefening is, ook.

“Weet je, ik zal eens heel rechtuit zeggen, dat is toch een probleem in het begin als die kinderen in de familie komen. Je kent hun karakter niet goed, je hebt een deel jaren van het leven van dat kind gemist. Je moet ze wat beter leren kennen. Het vertrouwen winnen van hen uit en ook naar ons toe. Dat vraagt een groeiproces in het begin. Nu gaat het goed, maar in het begin is het wat aftasten. Die kinderen hebben het ook niet gemakkelijk. Opeens zitten daar dan twee oudere mensen die dan zogezegd opa en oma zijn. ‘Die hebben we toch?’. Maar nu gaat het goed. Het heeft groeitijd nodig.”

Leeftijd

De leeftijd van de pluskleinkinderen lijkt een bepalende rol te spelen. “Hoe kleiner, hoe gemakkelijker”, zoals een van de respondenten het stelde. Met kleine kinderen kan nog een nieuwe geschiedenis geschreven worden.

Met tieners (of oudere kleinkinderen) is het volgens de grootouders moeilijker een nieuwe band op te bouwen. Bovendien zijn ze smeer op hun leeftijdsgenoten gericht waardoor ze minder interesse voor en contact hebben met de stiefgrootouders. De meesten konden hier wel begrip voor opbrengen.

“Die nieuwe kleinkinderen waren pubers van 17, 18 jaar. Ge kunt het die kinderen niet verwijten maar die band is nooit blijven plakken. Ik vind dat jammer. Als de kinderen nog klein waren geweest, konden zij daar een gezinneke van maken. En dan waren dat voor ons ook twee kleinkinderen. “

Gelijk

De meeste plusoma’s en plusopa’s zeggen dus een verschil te voelen, maar dit wil niet zeggen dat ze er ook naar handelen. De meeste grootouders proberen hun kleinkinderen en pluskleinkinderen wel gelijk te behandelen. Ze zullen beide opvangen, en voor beide cadeaus kopen, hoewel die niet altijd even groot zijn.

De motivatie van de plusoma’s en plusopa’s verschilt ook: sommigen geven uit overtuiging evenveel aan alle kleinkinderen, anderen geven enkel iets omdat ze denken dat het verwacht wordt of om conflicten te vermijden.

“Je probeert ze op dezelfde manier te behandelen. Ook een Paaskorfje en ook iets op Kerst en zo. Het is voor iedereen evenveel. […] We hebben dat beslist vanaf het begin dat we die nieuwe kleinkinderen op dezelfde manier gaan behandelen. In het begin is het wat meer dan de andere, dan kom je er niet. Dan krijg je nooit een goede relatie. Je wilt dat goed doen hé.”

> Lees meer over de rol van grootouders in een nieuw samengesteld gezin

Kleinkind in twee huizen

Dit artikel is een onderdeel van het dossier ‘Kleinkind in twee huizen’. Als Gezinsbond hebben we gemerkt dat grootouders zich zorgen maken wanneer hun kinderen en kleinkinderen met een scheiding worden geconfronteerd.
Ook zijn ze op zoek naar manieren om hen te ondersteunen. Samen met onderzoekster Maaike Jappens proberen we in beeld te brengen wat de noden en behoeften zijn.
Tegelijk willen we grootouders gemakkelijk toegang geven tot informatie over echtscheidingen en die rol die zij daarin kunnen spelen.

Plaatselijke Gezinsbondafdelingen kunnen ook de lezing ‘Mijn kleinkind woont in twee huizen’ boeken. Bekijk op de activiteitenpagina van de website waar er lezingen doorgaan. Mee genieten van deze en vele andere voordelen? Lid worden van de Gezinsbond loont!

Gepubliceerd op:

Tags: , , ,