Vol spanning kijken we deze zomer weer uit naar het aantal medailles dat ons land zal behalen op de Olympische Spelen in Parijs. ‘Op dit moment gaat alle aandacht natuurlijk uit naar Team Belgium’, zegt Cédric Van Branteghem, de CEO van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC). ‘Maar ook los van de Spelen proberen we zo veel mogelijk jongeren enthousiast te maken voor de sport.’

Wie is Cédric Van Branteghem?

  • Is vader van twee tienerdochters
  • Specialiseerde zich in de 400 meter sprint en nam twee keer deel aan de Olympische Spelen
  • Werd in 2008 vierde op de Olympische Spelen in Peking met het estafetteteam 4 x 400 meter, dat daarbij het Belgische record verbeterd
  • Volgt in 2017 Wilfried Meert op als meetingdirecteur van Memorial Van Damme
  • Is sinds 2022 CEO van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC)

Sportief nest

Je komt zelf uit een sportief nest. Hoe zag je parcours eruit om uiteindelijk je olympische droom waar te maken?

Cédric Van Branteghem: ‘In zijn jonge jaren deed mijn vader sport op hoog niveau en hij gaf de sportmicrobe door aan mij en mijn drie jongere zussen. Twaalf jaar lang speelde ik hockey omdat mijn neven die sport deden. Maar ik wist al langer dat atletiek echt wel mijn ding was. Mijn verste herinnering gaat terug tot de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984. Ik was toen vijf jaar oud en keek samen met mijn vader op tv naar die topprestaties. In de tuin deed ik dan die atleten na.’

Wanneer begon het te kriebelen om zelf op de looppiste te presteren?

Cédric Van Branteghem: ‘Op mijn twaalfde nam ik voor het eerst aan een loopwedstrijd deel. Die won ik, maar daar bleef het toen ook bij. Als puber had ik een groeiachterstand, wat in atletiek natuurlijk een nadeel is. Maar ik speelde supergraag hockey met mijn vrienden en dat was toen meteen ook mijn looptraining. Rond mijn veertiende begon ik wekelijks te trainen, maar intussen bleef ik wel hockey voortdoen.

‘Dankzij de olympische waarden leren jongeren zich respectvol te gedragen.’

Ik studeerde al economie aan de universiteit toen ik voluit de kaart van de atletiek trok. Op dat moment zat ik wel al op een goed Belgisch niveau, want op het eind van de middelbare school werd ik Belgisch kampioen op de 400 meter bij de junioren. Door mijn studie te spreiden en dankzij goede coaching kon ik mijn parcours verder uittekenen. Ook de rol van mijn vader als mental coach en teammanager was heel belangrijk om mijn olympische doel te bereiken.’

LEES OOK > Voormalig topatlete Hanna Mariën: ‘Ik droom ervan ooit mijn eigen dochter te coachen’

Olympische waarden onder druk

Op de Spelen geven atleten het beste van zichzelf. Naast respect en vriendschap is dat excelleren een van de olympische waarden. Hoe dragen jullie die waarden naar jongeren uit?

BOIC-topman Cédric Van Branteghem: ‘Je kinderen pushen, daar bereik je als ouder niets mee’Cédric Van Branteghem: ‘Dat gebeurt op verschillende manieren. De ambassadeurs van Team Belgium zijn aanwezig op evenementen als de Olympic Day, een jaarlijkse feestdag op 23 juni om de olympische waarden te promoten.

Een ander fantastisch initiatief zijn de Urban Youth Games. Voormalig sprinter en coach Jacques Borlée lanceerde UYG in 2019 in Molenbeek, in de nasleep van de aanslagen in Brussel. Hoe verschillend de deelnemers aan dat inclusieve evenement ook zijn, op dat moment willen ze gewoon samen een fantastische dag beleven. Bovendien leren jongeren daardoor wat het betekent om zich respectvol te gedragen: voor elkaar, de spelregels, het materiaal, de scheidsrechter en het publiek.

In onze gepolariseerde samenleving staan die olympische waarden sterk onder druk. En als olympiër koester ik ook heel erg de waarde van vriendschap. Ik heb nog altijd een goed contact met sommige mensen uit de groep waarmee ik in het begin van mijn sportcarrière samen trainde. Het klinkt als een cliché, maar dat zijn werkelijk vriendschappen voor het leven.’

Je hebt zelf twee dochters. Hoe motiveer je hen om te sporten?

Cédric Van Branteghem: ‘Julia (13) en Ebba (10) zijn heel sportief. Dat hebben ze zowel van mij als hun mama, ook een voormalige topsportatlete. Op dit moment spelen ze allebei voetbal, want dat is in Zweden (waar Cédrics kinderen opgroeien, red.) een populaire sport. Het Scandinavische land staat in de Europese top drie van het vrouwenvoetbal, waardoor veel kinderen voor die sport kiezen.

Maar het sportieve speelveld ligt voor hen nog helemaal open. Ik zal ze nooit in de richting van atletiek pushen, want daar bereik je als ouder niets mee. Ik vind het wel goed om je kinderen te ondersteunen en te motiveren bij de sportieve keuzes die ze maken. Op die leeftijd hebben ze zo’n coaching nodig, net zoals je dat bij hun studiekeuze doet. Maar laat ze vooral eerst van verschillende sportdisciplines proeven zodat ze kunnen bekijken waar hun interesses liggen.’

LEES OOK > Een hobby voor je kind? Zo maak je goede keuzes én hou je het plezant

Memorial doet dromen

De Olympische Spelen hadden destijds op jou als kind een grote impact. Maar dichter bij huis is er de Memorial, waar je zelf ook van nabij bij betrokken was.

Cédric Van Branteghem: ‘Jazeker, ook de Memorial kan kinderen en jongeren doen dromen. Je ziet er de topprestaties van de allerbeste atleten op dat moment. En door de combinatie van sport met entertainment beleef je als gezin een unieke avond die een grote impact op je kinderen kan hebben. Daarom is het zo fijn dat de Gezinsbond al jarenlang gezinnen de kans biedt om tegen een voordelige prijs dat evenement te kunnen meemaken.

‘Zoals ik als kind vaak in de strips dook, zie ik mijn kinderen naar hun iPad grijpen.’

Toen ik zelf als kind op de Memorial was, kreeg ik een handtekening van de Jamaicaans-Sloveense sprintster Merlene Ottey. Dat herinner ik mij nog heel goed. Ottey was een van de allergrootste vrouwelijke atleten ooit en dat maakte een enorme indruk op mij. Maar gewoon al eens Nafi Thiam van dichtbij zien lopen, geeft je een ongelooflijk gevoel.’

We hadden het nog niet over het belang van voldoende bewegen voor onze gezondheid. Hoe maak je jongeren daarvan bewust?

Cédric Van Branteghem: ‘We weten dat je door te bewegen zuurstof aan je hersenen geeft. Je kan je beter concentreren, waardoor ook studeren vlotter gaat. Als je voldoende beweegt, goed slaapt en gezond eet, vergroot je aanzienlijk je kansen op fit en gezond ouder worden. Alle Longevity-studies, waarbij wetenschappers onderzoeken hoe we langer en gezonder kunnen leven, tonen dat ook aan.

Maar ik besef goed dat het lastig is om kinderen en jongeren daarvan bewust te maken. Zoals ik als kind vaak in de strips dook, zie ik mijn kinderen naar hun iPad grijpen. Dat is nu eenmaal de realiteit waarin ze opgroeien. Maar als je een kind van jongs af aanmoedigt om buiten te spelen of eens op een bal te shotten, wordt dat een gewoonte.

Wie in de stad woont, heeft niet zomaar een tuin om in te spelen. Dat besef ik goed. Vandaar dat behalve de ouders ook de sportclubs en scholen hierin een grote rol spelen. Als ik zie hoe een land als Zweden ook op school voluit inzet op de fysieke én mentale gezondheid van jongeren, dan kunnen wij bij ons zeker nog een tandje bijsteken. Elke schooldag een half uurtje bewegen, zou al een wereld van verschil maken.’

LEES OOK > 6 voordelen van buiten spelen

Foto’s: Kristof Ghyselinck

Dit artikel verscheen in juni 2024 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via FacebookTwitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 10/07/2024