bool(false)

Onze zoon is acht jaar. Als we hem iets verbieden, reageert hij met een hevige driftbui. Hij gebruikt scheldwoorden, gooit met voorwerpen of speelgoed. Op onze muren staan ondertussen heel wat voetafdrukken. Hoe kunnen we dit gedrag stoppen?

De aanpak van driftbuien bij een 8-jarige wordt gekenmerkt door geduld, uitleggen en grenzen stellen. Veel ouders krijgen in de opvoeding te maken met driftbuien.

Oorzaak van driftbuien

Het loont de moeite om de oorzaak van driftbuien te achterhalen. Dat wordt alleen maar gemakkelijker als kinderen ouder worden en zich beter kunnen uitdrukken.

Probeer bijvoorbeeld te ontdekken of de driftbuien na een specifieke gebeurtenis begonnen zijn. Zit hem iets dwars, zoals een ruzie met een vriendje of slechte punten op school? Kan hij zelf aangeven wat hem dwarszit of dat hij zich niet lekker in zijn vel voelt en wat daarvan reden zou kunnen zijn?

Of misschien heeft jullie zoontje altijd al een meer temperamentvol karakter gehad?

Nee aanvaarden

In dit geval heeft het 8-jarige kind moeite met het aanvaarden van een ‘nee’ of een verbod. Dat is heel normaal: het is niet gemakkelijk voor kinderen om een ‘neen’ te krijgen. De gevoelens die opkomen als hen iets wordt verboden, halen nog de bovenhand. Ze moeten leren die gevoelens te kanaliseren en te
reageren op een minder felle manier.

Dat betekent niet dat ouders driftig gedrag moeten goedkeuren. Geef duidelijk aan wat kan en wat niet kan: “Stop, hou op” of “Dat wil ik niet.”

Agressief gedrag moet begrensd worden. Met speelgoed gooien, tegen de muur schoppen of dingen stuk maken, kan écht niet. Zeg dat ook duidelijk, elke keer opnieuw, onmiddellijk als het gedrag zich stelt. Laat je kind herhalen waarom dat niet mag. Verbind eventueel een gevolg aan dit gedrag.

Help je kind

Als mama en papa kan je je kind helpen om de driftbuien onder controle te krijgen. Dat bestaat uit twee delen: gevoelens onder woorden brengen én emoties uiten op een gepaste manier.

Let wel: doe dit pas nadat de bui is gaan liggen, als de emoties niet meer overheersen. Probeer de vraag naar waarom niet voor hem in te vullen. Vraag hém wat hij voelde, waarom, wat de aanleiding was en wat hij anders kan doen.

Dat kan bijvoorbeeld door te benoemen wat je observeerde: “Ik zag dat je benen weer gingen schoppen, ik hoorde je gillen… Wat scheelt er? Wat voel je? Vertel eens.”

Daarnaast kan je hem ook leren hoe hij zijn emoties kan uiten op een niet-schadelijke manier. Roepen in of boksen tegen kussens bijvoorbeeld.

Behoefte

Sommige kinderen hebben behoefte om even alleen te zijn (buiten te gaan lopen, tegen een bal te schoppen), anderen hebben veeleer nabijheid nodig. Een stevige omhelzing kan hen helpen om te bedaren en rustiger te worden.

Kan jullie zoon aangeven wat hij op zo’n moment nodig heeft?

Geef ook aan wat telt voor jullie als ouder: welk gedrag vind je lastig, welk gedrag wil je dan weer aanmoedigen? Spreek dat uit: “Als jij wild om je heen schopt, dan word ik boos.”.

Maak samen afspraken over hoe de emotie kan geuit worden op een gepaste manier. “Volgende keer, dan…” Oefen dit samen in en herhaal regelmatig wat een gepaste reactie is en waarom.

Blijf liefde geven

En niet onbelangrijk: het vraagt tijd en geduld om een kind te leren omgaan met gevoelens van kwaadheid. Blijf tonen dat je je kind graag ziet, ongeacht het gedrag dat hij stelt.

Deze vraag werd mee beantwoord door de Opvoedingslijn (078/15 00 10). Heb je zelf ook een opvoedvraag? Stuur deze dan naar opvoeden@gezinsbond.be.
Vraag & antwoord is een rubriek uit De Bond, het ledenmagazine voor leden van de Gezinsbond. Leden hebben naast korting ook recht op gratis advies bij de Gezinsbond en dit op vlak van energie, wonen, consumentenadvies of sociaal-juridisch advies.

Tags: , , , , ,