‘Je bordje leegeten en dan pas dessert.’ ‘Een boterham als vieruurtje’, ‘Geen snoep tijdens de week’… Het zijn maar enkele regels die jonge ouders hanteren om hun kinderen gezonde eetgewoonten bij te brengen. Maar wat als bij oma en opa de snoepjesdoos wél vlot opengaat en groenten eten niet hoeft? Roep je hen tot de orde, en zo ja hoe? ‘Met respect én dialoog kom je al een heel eind ver’, zegt Bieke Geenen, auteur van het boek “Opa en oma zonder stress”.

Het eerste advies van Bieke Geenen, voor zowel ouders als grootouders, is: vertrek van wat goed is voor het kind. ‘Beiden willen het beste voor de kleine, met argumenten die daarop inspelen is de kans groot dat de ander er rekening mee wil houden.

Leg rustig uit waarom je liever niet te veel snoep wil. Niet vanuit de houding “jullie pakken het verkeerd aan”, maar bijvoorbeeld “mama, we hebben ondervonden dat hij er achteraf last van heeft als hij veel chocolade eet.”‘

Breng een dialoog op gang

De gevolgen van (te) veel snoep zijn niet altijd zo direct merkbaar, soms strookt wat oma en opa doen gewoon niet met de visie over voeding en gezondheid van de ouders op langere termijn. ‘Ga niet in discussie over principes, maar breng een dialoog op gang’, zegt Bieke Geenen.

‘Als je de regels die jij thuis hanteert opdringt, krijg je gegarandeerd weerstand. Dat heeft niks met generatieverschillen of de rol van ouders versus grootouders en omgekeerd te maken, maar is algemeen menselijk. Als iemand afkeurt wat je doet en je tot iets verplicht, ga je steigeren. Als dochter zegt: “ma, je moet het zo doen”, denkt ma: “ik moet juist niks, onder mijn dak doe ik wat ik wil.”‘

‘Meningsverschillen zullen er altijd zijn, dat is geen probleem op zich,’ vertelt Bieke Geenen. ‘Het wordt pas een probleem als we er niet op een goeie manier mee omgaan en de eigen mening als beter dan die van de andere wordt gezien. In een dialoog heb je oprecht oren naar de redenen waarom de ander doet wat hij of zij doet.

Dan vraag je “mama, ik zie dat je haar vaak snoep geeft. Is dat om haar te belonen? Of omdat je het fijn vindt om te geven? Wij doen dat niet omdat we dat niet gezond vinden. Met alle respect hé mama, want ze is hier en ik ben blij dat je zo goed voor haar zorgt.” Helemaal iets anders dan: “Jij geeft altijd snoep, wij willen niet dat je dat nog doet.”‘

LEES OOK > Perfecte ouders bestaan niet: een pleidooi voor mild opvoeden

Andere regels bij oma en opa, ook aan tafel

‘Ook tafelgewoonten zijn bij grootouders vaak anders dan bij ouders. Thuis moet het kind bijvoorbeeld alles leren eten en zijn bord leegeten… Oma en opa denken “die strijd heb ik ooit met mijn eigen kinderen gestreden, ik wil niet de boeman van de kleinkinderen zijn. Ik wil hen wel stimuleren om alles te proeven, maar als ze hun bord niet leegeten, geef ik ze een boterham zodat ze niet met honger naar bed moeten.” Dialoog kan dan zijn: “Dat begrijp ik mama, maar wil je de confituur vervangen door kaas, dat eten ze ook graag.”‘

Oma en opa willen hun kleinkinderen verwennen en ze willen dat de kleintjes graag komen. ‘Het is toch schitterend dat kindjes en grootouders zoveel aan elkaar hebben’, zegt Bieke.

‘Oma en opa staan klaar om bij te springen voor opvang, ze zien de kindjes doodgraag en doen keihard hun best. Zij zijn niet de opvoeders, ze zijn oma en opa en extra aandacht en verwennerij horen daarbij.

Natuurlijk zijn er grenzen aan het verwennen, en jonge ouders mogen het ook zeggen als ze ergens mee zitten, maar verwacht niet dat grootouders het aanpakken zoals jijzelf als ouder het doet.’

‘Dat de regels bij oma en opa anders zijn dan thuis, is voor een kind geen probleem.’ – Bieke Geenen

Ander huis, andere wetten

‘Ik hoorde onlangs van een oma dat haar kleinkind een week geen televisie mocht kijken omdat hij thuis iets mispeuterd had. Dochter zette de kleine af bij oma met de boodschap: “hij is gestraft en je mag hem niet naar televisie laten kijken.”

Oma vond dat maar niks. Hij had bij haar niets misdaan, zij was het niet noodzakelijk eens met de straf en ze voelde zich mee gestraft doordat ze nu streng moest zijn en niet gewoon fijn samen kon zijn met haar kleinkind.

Een kind kan er echt wel mee om dat regels anders zijn dan thuis. Het weet perfect: zo is het thuis, dat kan bij de ene oma en opa en zo gaat het bij de andere oma en opa. Het weet wie beloont met lekkere dessertjes als het bord leeg is en wie altijd zijn of haar lievelingsgerecht maakt enz. Daar is niets mis mee. Op school, op het werk, bij vriendjes zal het ook anders zijn dan thuis.

Wees consequent met de regels die je thuis hanteert, maar probeer ze niet op te leggen aan anderen. Dat advies geef ik aan ouders én aan grootouders. Want ook grootouders moeten uiteraard niet proberen om hun aanpak op te dringen.’

Zeg wat je waardeert

Als grootouders af en toe de kleinkinderen op logement hebben is het wellicht makkelijker voor ouders om (zoete) verwennerijen door de vingers te zien. Maar wat als grootouders pakweg elke dag de kinderen van school halen, vieruurtje geven, samen huiswerk maken, avondeten serveren… tot hun ouders hen komen oppikken na het werk?

‘Bij grootouders die ook ingeschakeld zijn voor opvoedkundige taken zal er meer afgestemd moeten worden’, vertelt Bieke Geenen. ‘Maar wel nog altijd vanuit respect voor elkaars visie en rekening houdend met wat voor beiden goed voelt. Laat vooral ook merken dat je ziet en waardeert waar ze wél de aanpak volgen die jij verkiest.

Bijvoorbeeld: “Ik ben echt blij dat je hem overdag geen tutje geeft. Wij willen het wat afbouwen en geven het ook alleen ’s nachts.” Als je zo’n bevestigende boodschap laat volgen op iets waar je het moeilijk mee hebt, verleg je de focus en ‘werkt’ het beter.

Start vanuit jullie band: “mama, ik wil je oprecht bedanken omdat je zo vaak voor ons inspringt. Dat is een grote hulp en onze kinderen komen echt graag.” Als je op die manier met elkaar omgaat, zal het geen kwaad bloed zetten als je zegt: “Ik zie dat je haar graag verwent met snoep. Zie je het zitten om haar eens een stuk fruit te geven als vieruurtje in plaats van koeken?”‘

Goeie moment & juiste toon

‘Als je ergens mee zit, denk dan vooraf na wat je tegen oma en opa wil zeggen en hoe. Begin er niet over als je de kinderen in een rush komt afzetten of ophalen,’ geeft Bieke Geenen nog mee. ‘Onder stress communiceer je agressiever en is een dialoog moeilijk. Terwijl dialoog vanuit respect de sleutel is om frustraties te vermijden en goeie relaties te behouden. En daar vaart iedereen wel bij: ouders, grootouders én kleinkinderen.’

Dit artikel verscheen in april 2020 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via Facebook, Twitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 08/06/2020, laatste update op: 21/08/2020

Tags: , ,