Ouders hebben altijd twijfels over zichzelf. Ze worstelen met het idee dat ze perfect moeten zijn – terwijl perfecte ouders niet bestaan. Een goede mama of papa zijn, begint bij mild zijn voor jezelf. Door de lat voor jezelf niet onrealistisch hoog te leggen, zal je dat ook niet doen bij kind. Een pleidooi voor mild opvoeden.

Mild opvoeden – ook wel democratisch opvoeden genoemd – is een vorm van opvoeden waarbij inspraak, reflectie en mildheid centraal staan. Dat betekent niet dat je elk gedrag zomaar moet accepteren, maar wél dat je je kind laat merken dat je zijn gevoelens ziet en daar rekening mee houdt.

Uitvallen tegen je kind werkt averechts

Niemand is perfect. Ook ouders niet. Er zijn dagen waarop je tegen de kinderen schreeuwt, omdat je slecht geslapen hebt of een moeilijke dag had op het werk. En als je dochter dan na vijf keer vragen nog stééds haar tanden niet gepoetst heeft, of je zoon nog steeds geen sokken aan heeft, en je peuter niet wil eten en zijn boterhammen op de grond gooit, ja, dan kan het gebeuren dat je ontploft.

Uitvallen tegen de kinderen heeft soms het gewenste effect, maar als je het te vaak doet, ontstaat het omgekeerde effect: de kinderen gaan je uitvallen minder serieus nemen, of ze gaan nog meer weerstand bieden. Je belandt in een vicieuze cirkel die nog heel moeilijk te doorbreken valt. Bovendien vraagt zoiets tonnen (negatieve) energie, en eerlijk: wie wordt daar beter van? Juist, niemand.

Waarom zo boos?

Maar hoe moet het dan wel? Je kinderen omkopen met cadeautjes of extraatjes zodat ze zich zouden gedragen werkt ook maar voor even. Op den duur vragen ze steeds meer, of het goede gedrag valt weg als je ze niets meer geeft.

Sta stil bij waarom je zo boos wordt. Waarom verlies je je geduld? Volgens psychologe Nina Mouton is dat de basis van mild en verbindend opvoeden: kijk eerst naar jezelf en ga op zoek naar de reden waarom je zo fel reageert. Ben je gestresseerd door iets wat er recent is gebeurd? Of zijn het oude kwetsuren die steeds weer naar boven komen?

In de meeste gevallen heeft de kwaadheid of de stress die aan de basis ligt van je uitval, niets met de kinderen te maken. En toch werk je die uit op hen. Dat is niet eerlijk tegenover hen én ze begrijpen ook niet waar die stress en die uitval vandaan komen.

Communiceer over je eigen grenzen

Het kan ook zijn dat je kwaad wordt of uitvalt tegen de kinderen omdat je persoonlijke grenzen zijn overschreden. Het komt erop aan om op tijd aan te geven dat er een grens is bereikt – ook naar je kinderen toe. Op die manier verlies je minder snel je geduld en begrijpt je kind beter wat er aan de hand is.

Stel, je communiceert dat niét, en je grens is al tien keer overschreden. De elfde keer ontplof je. Voor jou is de uitbarsting logisch: je emmer zat vol. Voor je kinderen komt dit echter uit het niets. Ze schrikken, en zeker bij jonge kinderen kan dit op een onveilig gevoel of huilbuien uitdraaien, omdat ze niet goed weten waarom je zo boos bent geworden.

Verbindend taalgebruik

Om verbindend te communiceren, moet je dus in de eerste plaats benoemen wat er is gebeurd en zeggen hoe jij je daarbij voelt. Vervolgens vraag je wat je kind wil. En dan kun je zeggen wat jij wilt – maar doe dat niet op een eisende manier. Toets regelmatig af, tussen de verschillende stappen door. Stel vragen als: “Klopt dat?” of: “Begrijp ik dat goed?”. Het kan houterig klinken als je dit toepast in het dagelijkse leven, maar als je er eenmaal aan gewend bent, wordt het een automatisme.

Wat ook helpt om de verbinding met je kind te behouden of te versterken, is je taalgebruik aanpassen. De woorden die je gebruikt, geven een bepaalde emotie weer en die kan negatief en afstotend zijn of eerder positief. In haar column voor Radio 1 geeft Nina Mouton zelf het voorbeeld van een ‘huilbaby’ tegenover een baby die veel huilt. Hoewel het op hetzelfde neerkomt, is het standpunt helemaal anders: het eerste is een probleem, het tweede is iets waar je door moet.

Zelfreflectie

Je blijft natuurlijk een mens. En mensen verliezen weleens hun geduld. Als ouder kan je dus niet van jezelf verwachten dat dat nooit meer zal gebeuren. Alleen moet je erover waken dat het niet te vaak gebeurt. En dat je niet te streng bent voor jezelf als het gebeurt.

Een goede tip: zoek na zo’n uitbarsting altijd weer verbinding met je kinderen. Je maakt het goed en je legt uit waarom je boos werd. Zeg ook sorry, zo zien kinderen in dat ouders ook maar mensen zijn met hun eigen zwaktes.

Het belangrijkste bij het verbindend en mild opvoeden is echter dat je steeds weer bij jezelf onderzoekt: hoe komt het dat ik mijn geduld ben verloren? Hoe komt het dat ik heb geroepen terwijl ik dat niet wilde? Meer zelfzorg, meer zelfreflectie en meer inzicht in je daden helpen je om verbindend op te voeden.

Mild opvoeden: enkele praktische tips

• Choose your battles: soms moet je pragmatisch zijn. Geef prioriteit aan de dingen die het voor jou waard zijn om ruzie over te maken of die jij belangrijk vindt om duidelijk te maken aan je kind.

• Erken het perspectief van je kind als je een grens stelt: ‘Ik weet dat het niet leuk is dat je nu moet stoppen met gamen, maar…’

• Wees authentiek. Blijf rustig. Verlaat de situatie als je overspoeld dreigt te geraken. Kom daarna terug op wat er gebeurd is.

• Als je kind niet wil doen wat je vraagt en de situatie dreigt te escaleren, stel dan voor om opnieuw te beginnen: hoe kunnen we er samen voor zorgen dat je je kleren wilt aandoen?

• Laat de boel soms ook gewoon de boel en geniet met je kinderen van een goed gesprek in een vuile keuken na het eten – opruimen kan later ook nog wel.

• Probeer te achterhalen wat je goed doet en wat je naar beneden haalt. Zoek indien mogelijk ook dingen om samen met je kind te doen waar je positieve energie uit haalt.

• Bepaal je grenzen en communiceer die duidelijk en tijdig. Wat de veiligheid of gezondheid in gevaar brengt, kan niet.

• Bepaal een ‘hoger doel’: welke waarden en normen wil jij meegeven als je kinderen het huis uit zijn? Is waar je nu mee bezig bent daartoe belangrijk? Vaak is wat je nú wilt, en wat je later wilt heel tegenstrijdig. Een hoger doel kan zijn: ik wil een kind dat voor zijn mening kan opkomen. Dat bekent dan misschien iets meer discussies over het opruimen van de schoenen… wat je dan weer kan accepteren doordat je het hogere doel kent.

• Respecteer de 1-5 regel: voor elke negatieve interactie moet je vijf positieve daden stellen. Zo blijft het mooi in evenwicht en voelt je kind zich veilig.

Lees ook > Opvoeden zonder straffen en belonen: hoe doe je dat?

Meer opvoedingstips krijg je via Facebook, Twitter of onze nieuwsbrief. Benieuwd naar meer? Word dan hier lid van de Gezinsbond.

Tags: , , ,