"Ik ben dom", "Ik kan niks", "Niemand vindt mij leuk". Als ouder is het een steek in je hart om je kind zo negatief over zichzelf bezig te horen. Hoe kan je die gedachtenstroom stoppen?

Alle kinderen hebben wel eens de neiging te overdrijven en zaken op te blazen, maar als het regelmatig gebeurt, is het niet zo onschuldig. Die negatieve of zelfvernietigende gedachten (‘Ik ben een loser’) kunnen leiden tot negatieve emoties (zoals angst, pijn, …) en tot negatieve, zelfvernietigende daden (spijbelen, slecht gedrag, …).

Dat gaat niet van de ene dag op de anderen en ook lang niet elk kind glijdt daarin af. Toch is alertheid geboden en kan je (proberen) je kind (en zijn gedachten te) sturen, en wel met deze tips van de Amerikaanse psychologe Tamar Chansky:

Niet tegenspreken of minimaliseren

Wat zeker niet helpt, is het kind tegenspreken of zijn gevoel minimaliseren. “Je bent niet dom, je kan wel iets” of “Kom kom, het is zo erg niet.”

Het is de boodschap die je wil overbrengen, maar simpelweg het omgekeerde zeggen is niet voldoende voor je kind om je te geloven. Ze krijgen integendeel eerder het gevoel dat je hen niet serieus neemt.

Probeer in de plaats daarvan te begrijpen wat ze voelen en bedoelen. Dat betekent niet dat je meegaat in de redenering, wel dat je probeert de zaken van hun kant te zien.

Zoek de oorzaak

Negatieve denkers veralgemenen vaak en blazen de zaken op tot buiten proportie. Ze maken letterlijk van een mug een olifant, of van een klein probleem een groot, onveranderlijk en permanent probleem.

Probeer samen te achterhalen wat de specifieke oorzaak is van dat gevoel, het kleine ding dat de grote gevoelens in gang heeft gezet.

Bekijk het van de andere kant

De gewoonte om negatief te denken beïnvloedt alle volgende interpretaties. Door het kind vanuit een ander standpunt (beste vriend, superheld, prinses, idool) te laten kijken naar het probleem, wordt de negatieve perceptie uitgedaagd en (hopelijk) bijgestuurd.

Hoe kan het anders?

Als de eerste emotie gezakt is, is het tijd om af te vragen wat de volgende keer kan gebeuren om niet in de negatieve molen terecht te komen.

Deel jouw ervaringen

Vertel je kind over die keren dat je zelf negatieve gedachten had of hoe je omging met teleurstellingen. Zie falen als een leerproces, ook als het gebeurt in je huis met een pot aardbeienconfituur op een pas schoongemaakte keukenvloer. “Hoe kunnen we dit de volgende keer vermijden?”

Ook je taalgebruik kan je afstemmen om je kind te leren doorzetten en niet op te geven bij de minste weerstand. “Je kan het NOG niet”, “Eerst een beetje oefenen en dan lukt het misschien wel”, “Ik vond het ook moeilijk in het begin, maar na veel proberen, ging het beter.”

Geef het goede voorbeeld

Je kind zal niet leren om positiever en constructiever in het leven te staan als jij het zelf ook niet doet. Stress je zelf over iets dat is misgegaan, leg je de lat altijd hoog of blokkeer je net als iets is mislukt? Je kind pikt dat op.

Ook de gedachten over je kind kunnen (vaak uit bezorgdheid) negatief worden. “Hij gaat het nooit leren”, “Als hij altijd zo reageert, dan komt het nooit goed”, enzovoort. Geloof in de capaciteiten van je kind (zonder blind te zijn voor de grenzen) en er is veel meer kans dat hij zijn potentieel waarmaakt!

Blijven proberen

Negatief denken is een gewoonte, die moet doorbroken worden. Het gaat niet vanzelf. Het zal met vallen en opstaan zijn, met oefenen en blijven oefenen en nog een keer proberen. Soms zal het goed gaan en dan is er een terugval. Het herkennen van het patroon is alvast een stap in de goede richting!

Meer nieuws kan je volgen via de Facebookpagina van De Gezinsbond en krijg je nog niet genoeg dan zit er niets anders op dan lid worden en genieten van tal van voordelen op gezinsactiviteiten, in winkels…

Gepubliceerd op: 20/02/2017, laatste update op: 19/12/2017

Tags: , , , , , ,