Eind vorig schooljaar trokken we al aan de alarmbel: het sluiten van de scholen en het afstandsonderwijs hebben een sterke impact op het welzijn en de leerkansen van alle leerlingen, maar vooral van kwetsbare leerlingen. Dit mocht niet meer gebeuren. We trokken lessen voor de toekomst om het ongelijke kansenvirus tegen te gaan. Het tweede coronaschooljaar loopt nu op zijn einde, zijn alle leerlingen weer aan boord? We maken de balans op.

In maart 2020 overviel de coronacrisis scholen, leerkrachten, gezinnen en kinderen. Door de schoolsluiting was het vaak behelpen en roeien met de riemen die er (niet altijd en overal) waren. Scholen, gezinnen en leerlingen toonden een ongeziene inzet en flexibiliteit en hebben van die noodsituatie het beste gemaakt.

We hebben er heel wat uit kunnen leren. Scholen die sterk inzetten op de digitale kloof, de ogen niet sluiten voor allerhande problemen in de thuissituatie van leerlingen, openstaan voor samenwerking met andere sectoren voor noodopvang, en aandacht hebben voor zowel welbevinden als leervertraging, zullen in september het best gewapend zijn om elke leerling een goede startpositie te bieden.

LEES OOK > Dit heeft corona ons geleerd: 7 lessen voor het onderwijs

Allemaal digitaal?

Het afstandsleren heeft de digitale kloof tussen scholen en tussen gezinnen pijnlijk duidelijk gemaakt, en dit zowel op vlak van uitrusting als digitale vaardigheden.

In navolging van heel wat lokale en buitenschoolse initiatieven maakte minister Weyts middelen vrij voor gratis laptops.

Bovendien investeert hij met het programma de ‘Digisprong’ 375 miljoen euro om het digitale onderwijs te versnellen. De vraag is of die middelen zullen volstaan. Niet alleen laptops en een goede internetverbinding, maar ook de professionalisering van leerkrachten en de ondersteuning door ICT-coördinatoren zijn een must.

Daarnaast blijft de versterking van de digitale uitrusting en vaardigheden van gezinnen een noodzaak om alle leerlingen gelijke kansen te bieden om thuis hun taken en lessen voor te bereiden. Die aandacht voor het thuismilieu zit onvoldoende verankerd in programma’s zoals de ‘Digisprong’.

LEES OOK > Digitale kloof: niet elk gezin kan Safer Internet Day beleven

Open de schoolpoort

De schoolpoort mag nooit meer dicht, dat was de algemene consensus na het eerste coronaschooljaar. Toch kwam er ook dit jaar een verlengde herfst- en paasvakantie.

Leerlingen uit de tweede en derde graad secundair onderwijs hebben lange tijd slechts halftijds contactonderwijs genoten. De studenten hoger onderwijs hebben er opnieuw een academiejaar met overwegend afstandsonderwijs opzitten.

En ondanks afspraken hierover werden kwetsbare leerlingen die thuis om gelijk welke redenen moeilijk tot leren komen, niet altijd op school uitgenodigd.

Digitaal onderwijs biedt heel wat extra mogelijkheden tot zelfstandig, op eigen tempo en gedifferentieerd leren. Maar afstandsonderwijs kan nooit de interactie van het contactleren evenaren. Zowel de face-to-face uitwisseling met de leerkracht als met de klasgenoten hebben een enorme meerwaarde voor het leerproces en het groepsgevoel van een klas.

Leerkrachten rapporteren meer motivatieproblemen bij leerlingen uit het secundair onderwijs. Dit komt door het wegvallen van de dagelijkse structuur tijdens het afstandsonderwijs. Ook het gebrek aan fysiek contact met medeleerlingen en leraren speelt een belangrijke rol.

De zware impact van het sociaal isolement op het welbevinden en de leerkansen van scholieren en studenten moet ernstig worden genomen.

Uit de schaduw

Wetenschappelijk onderzoek en bevragingen bij leerkrachten bevestigen de leerachterstand waar veel ouders voor vrezen. Leervertraging is wellicht een betere omschrijving. Het gaat in de eerste plaats namelijk om kennis of vaardigheden die nog niet bereikt zijn door de soms moeizame omschakeling naar afstandsonderwijs en door tijdsgebrek.

Zo merkt 86% van de leerkrachten in de lagere school een leervertraging op bij de leerlingen (enquête bij 1.500 leerkrachten, Van In, 2021). De ‘corona-achterstand’ is het grootst bij lezen en wiskunde.

Uit een bevraging bij leerkrachten uit het secundair onderwijs (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) blijkt dat die leervertraging geldt voor alle vakken, in alle zes jaren, en dit zowel in het aso, tso, bso en kso. Die leervertraging moet aangepakt worden, minister Weyts voorziet daarom middelen voor extra handen in de klas met het programma ‘Bijsprong’.

Die remediëring in de klas komt niets te vroeg, want vele bezorgde ouders hebben al massaal hulp gezocht bij het betaalde bijlescircuit. Heel begrijpelijk, maar helaas vergroot dit alleen maar de kloof met leerlingen die niet kunnen profiteren van deze buitenschoolse hulp, ook wel ‘schaduwonderwijs’ genoemd.

Zomerscholen

Eenzelfde bedenking kunnen we maken bij de zomerscholen die, net zoals de vorige zomervakantie, de komende maanden veel kwetsbare leerlingen gratis extra stimulansen zullen bieden.

Het zijn heel waardevolle initiatieven, maar omdat die zomerscholen niet overal worden ingericht, en omwille van de grote verschillen in doelstellingen tussen de zomerscholen (klemtoon op bijspijkeren van taal en wiskunde of eerder brede ontwikkelings- en ontspanningskansen), krijgen niet alle leerlingen kansen om sterker aan de start van een nieuw schooljaar te staan.

Daarom is het noodzakelijk dat er maximaal wordt ingezet om de leervertraging van alle leerlingen binnen de school(m)uren aan te pakken.

LEES OOK > Kunnen zomerscholen leerachterstand verhelpen?

Samen school maken

Opnieuw moeten we dit schooljaar vaststellen dat de school nog te vaak een eiland blijft. Scholen sloten een week extra tijdens de herfst- en paasvakantie, terwijl de opvang openbleef.

Welzijn, onderwijs, cultuur, sport, jeugdwerk, … bleken elkaar nog steeds niet altijd te vinden in het organiseren van noodopvang. De stem van ouders en leerlingen bleef op de achtergrond bij vele beslissingen. Ook over het dragen van een mondmasker op de speelplaats kregen leerlingen geen inspraak. Studenten hoger onderwijs kregen amper kansen om mee vorm te geven aan kot- en studeerbubbels.

Nochtans blijken inspraak, verantwoordelijkheid en vertrouwen cruciaal om de broodnodige veerkracht van jonge mensen te versterken. Participatie van kinderen en jongeren is immers geen gunst, maar een recht.

Geef leerlingen de tijd die nodig is

Zowel leerkrachten als leerlingen hebben er twee helse schooljaren opzitten. Niet alle leerdoelen zijn bereikt. Aan het einde van het vorig schooljaar kregen nog heel wat leerlingen ‘het voordeel van de twijfel’. Dit jaar zullen wellicht meer leerlingen geheroriënteerd worden of hun jaar moeten overdoen.

De vraag is of die beslissing altijd gebaseerd zal zijn op voldoende leerkansen. Er was immers minder onderwijstijd en er waren vaak minder kansen tot interactie en toetsing. Leerlingen met specifieke zorgnoden kregen niet altijd de nodige ondersteuning. Kwetsbare leerlingen hebben thuis vaak niet de nodige infrastructuur en rust om de lessen optimaal te volgen.

Maar er zijn alternatieven. Dankzij de mogelijkheid van flexibele leerwegen kunnen leerlingen per graad in plaats van per jaar worden geëvalueerd. Hierdoor kunnen eventuele tekorten het volgende schooljaar ingehaald worden. Mild evalueren staat niet gelijk aan de lat lager leggen, maar wel aan een faire evaluatie op basis van reële leer-en ondersteuningskansen.

LEES OOK > Pedagoge Marie Loop over de impact van de coronacrisis op jongeren

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 24/06/2021, laatste update op: 02/08/2021

Tags: