In tijden van nood worden de zwakke schakels in een systeem pijnlijk duidelijk. Maar ook veerkracht, creativiteit, solidariteit en het besef wat er echt toe doet, komen boven drijven. We kunnen en moeten hieruit leren voor de toekomst. Wat zorgt ervoor dat een leerling mee is, wat vergroot de kans op uitval? Wij trokken zeven lessen voor het onderwijs, om zo stap voor stap het ongelijkekansenvirus te overwinnen.

Een schooljaar om nooit te vergeten. Een virus sloot de scholen, leerlingen bleven thuis of in de noodopvang en schakelden over naar afstandsleren.

Na de heropstart konden niet alle leerlingen terug naar school, of toch zeker niet in gelijke mate. Een langgerekt vakantiegevoel? Niets is minder waar.

Scholen wrongen zich in onmogelijke bochten om eerst de preteaching en daarna de bubbelklassen op poten te krijgen. En ook gezinnen vonden moeilijk een evenwicht tussen werk, zorg, opvang en onderwijs.

Nooit kreeg de Gezinsbond zoveel noodkreten over het recht op onderwijs, of beter het gebrek eraan. Ouders en leerlingen voelden zich om verschillende redenen niet gehoord en in de steek gelaten. Gezinnen die het voor de crisis al moeilijk hadden, kregen het nu extra zwaar te verduren.

In de strijd tegen het coronavirus hadden de wetenschappers een enorme invloed op belangrijke beslissingen. In de strijd tegen ongelijke onderwijskansen moeten ervaringen van ouders en leerlingen een even grote invloed hebben op de aanpak van het onderwijs. Een onderwijs dat er is voor alle leerlingen, ook de meest kwetsbare.

Les 1: besef dat niet alle kinderen thuis dezelfde kansen hebben

Door het afstandsonderwijs ‘ontdekten’ scholen en leerkrachten ineens dat er heel wat gezinnen in armoede leven. De kloof tussen leerlingen die opgroeien in een kansrijk of kansarm gezin werd zo pijnlijk bloot gelegd.

Heel wat leerlingen bleken thuis niet te beschikken over een (goed werkende) computer of (stabiele) internetverbinding. Een rustige studeerplek is ver te zoeken in een klein appartement en sommige kinderen ondersteunden hun ouders financieel met vakantiewerk tijdens de schooluren. Leerkrachten vertelden hoe ze leerlingen ‘verloren’. Ze verdwenen letterlijk en figuurlijk uit beeld.

Scholen die al sinds jaar en dag een sterk gelijkekansenbeleid voeren, hadden in deze crisis een voetje voor dankzij hun vertrouwensband met kwetsbare gezinnen en de samenwerking met brugfiguren. Zij haalden kwetsbare leerlingen terug naar school en zochten samen met de gezinnen naar oplossingen voor financiële, materiële en andere drempels.

Les 2: pak de digitale kloof thuis én op school aan

‘Ik schaam me als ik mijn kinderen niet kan helpen met de computer. Ze hebben al verschillende lessen gemist omdat ik het geluid niet kon opzetten en de camera werkt al lang niet meer.’ of ‘We hebben de juf tijdens het afstandsleren niet één keer op het scherm gehoord of gezien. Lessen en taken werden alleen via smartschool gemaild.’

Het zijn twee citaten uit de vele reacties van ouders over het afstandsonderwijs. Zowel de digitale uitrusting als digitale geletterdheid in gezinnen en op school zijn erg uiteenlopend. Een groep leerlingen haalde voordeel uit afstandsleren op eigen tempo, een andere groep hinkte steeds meer achterop.

De talrijke initiatieven om leerlingen thuis van laptops en een goede internetverbinding te voorzien, zijn een stap in de goede richting, maar er moet blijvend geïnvesteerd worden in digitale vaardigheden, van leerlingen, ouders én leerkrachten.

Les 3: laat ouders vooral ouders blijven

Tijdens de periode van preteaching kregen ouders de geruststellende boodschap: ouders moeten niet voor leerkracht spelen. Ze moeten slechts een paar uur per week het afstandsleren opvolgen en de leerstof zal later op school worden herhaald.

De praktijk bleek voor veel gezinnen anders. Ouders van kinderen met specifieke onderwijsnoden besteedden tot drie keer zoveel tijd aan de begeleiding van hun kinderen en lager opgeleide ouders voelden zich vaak schuldig wanneer ze hun kind niet konden helpen.

Thuiswerkende ouders negeerden noodgedwongen de vragen om aandacht van hun kleine kinderen en slaagden er niet in om hun tieners de nodige structuur te bieden.

Naast de zorgen om te veel of geen werk, zieke familieleden en het huishouden, kwam er ook nog de preteaching of opvang van de kinderen bij. Dit bleek voor veel gezinnen een onmogelijke opdracht.

Een aantal ouders haakten af, niet uit gebrek aan betrokkenheid bij het schoolgebeuren, maar uit vrees of overtuiging dat hij of zij tekortschiet.

Een echte ouderbetrokkenheid is geen eenrichtingsverkeer. Naast opsommen wat je van ouders verwacht, moeten scholen ook duidelijk aangeven waar ouders terecht kunnen als het allemaal te veel wordt en waar ze hulp kunnen vinden.

Scholen die kiezen voor een open communicatie nodigen ouders uit om problemen aan te kaarten en samen te zoeken naar wat wel lukt. Zo kunnen ouders in de eerste plaats ouders blijven.

Les 4: eerlijk duurt het langst

Ouders hadden enorm veel vragen over de maatregelen die de veiligheid op school moesten garanderen. Over waarom de ene klas wel en de andere klas niet opnieuw de deuren opende.

Over wie er recht had op noodopvang of extra ondersteuning in de klas, en wat er precies zou gebeuren op vlak van evaluaties en attesten. Ze begrepen vaak niet waarom iets wel of niet moest. Die ongerustheid van ouders spiegelde zich ook af op kinderen.

Een belangrijke les uit deze crisis is dat niet alleen scholen, maar ook ouders en leerlingen een duidelijk en eerlijk antwoord moeten krijgen op het waarom van bepaalde keuzes en beslissingen. De nood aan transparante en eerlijke communicatie was en is hoog.

Tijdens het hoogtepunt van de crisis ging er terecht heel veel aandacht naar risicomanagement door de overheid. Maar vandaag is het tijd om na te denken over een helder communicatieplan met aandacht voor alle doelgroepen, ook kinderen.

Eerlijk betekent ook fair. Het besef groeit dat niet alle kinderen faire kansen kregen tijdens het afstandsonderwijs. Mild evalueren, zomerscholen, herkansingen, herhaling van de leerstof in september, … kunnen hier in eerste instantie aan tegemoet komen, maar aan echte gelijke onderwijskansen werken scholen best doorheen het hele schooljaar.

Les 5: school is zoveel meer dan kennis vergaren

Digitaal onderwijs heeft voor- en nadelen voor leerlingen, blijkt ook uit een bevraging van de ouderkoepels. Het daagt leerlingen uit om meer zelfstandig te leren en ze kunnen op eigen tempo opgenomen lessen (her)bekijken.

Maar ouders vertellen ook dat kinderen thuis niet de structuur van een schooldag vinden en dat digitaal onderwijs nooit het groepsgevoel van een klas kan evenaren. Kinderartsen en psychologen sluiten zich aan bij dit buikgevoel van ouders.

De school is een belangrijk socialisatiemilieu waar zoveel meer gebeurt dan kennisoverdracht. Het is ook een plek waar kinderen samen spelen, samen leven en samen opgroeien. Die boodschap klinkt ook duidelijk bij de studenten uit het hoger onderwijs die het campusleven misten en erg leden onder het isolement van de onlinelessen.

Er zijn plannen om ook na de coronacrisis het afstandsleren een vaste plaats te geven in het secundair onderwijs. We rekenen erop dat in het debat over die mix van fysiek en online leren (het zogenaamde ‘blended leren’) de meerwaarde van samen in groep leren niet vergeten wordt.

Les 6: de school staat niet alleen

Zolang kinderen niet naar school mochten, bood de noodopvang een oplossing voor werkende ouders. Maar dit aanbod bleek ontoereikend. Door een akkoord tussen onderwijs, welzijn en binnenlands bestuur kon de opvang uitbreiden.

In vele steden en gemeenten was dit een groot succes, maar het liep niet overal even vlot. ‘Op school vertelden ze dat de gemeente niet kon helpen met de noodopvang’, getuigden meerdere ouders.

En omgekeerd bleek dat heel wat gemeenten geen enkele vraag kregen van scholen voor noodopvang, terwijl zij bereid waren om een opvangaanbod uit te werken of zelfs extra klaslokalen te voorzien.

Er bestaat duidelijk nog heel wat koudwatervrees als het gaat om ‘samen school maken’. Elke organisatie heeft zijn eigen regels en dat maakt samenwerking niet altijd eenvoudig. Er ontbreekt soms ook een gemeenschappelijke visie op wat kinderen nodig hebben.

Toch is er een groeiend besef dat meer samenwerking en afstemming nodig is, zeker om de meest kwetsbare kinderen te bereiken. We zijn hoopvol dat nieuwe samenwerkingen tussen scholen, buitenschoolse opvang, jeugdwerk, sport, cultuur, … ook na de coronacrisis hun meerwaarde kunnen blijven aantonen.

Les 7: kinderrechten gelden altijd en overal

Nood breekt wet, maar ook recht? Het recht op kwaliteitsvol onderwijs, en het recht op ondersteuning van kinderen is onvoorwaardelijk. Dit recht mag niet afhangen van waar een kind woont, van zijn leeftijd of van een beperking.

Als samenleving moeten we veel sterker inzetten om de rechten van kinderen ook in crisistijd maximaal waar te maken. Desnoods buiten de schoolmuren, maar liefst niet thuis waar alles afhangt van de mogelijkheden van ouders.

In deze crisis ging onderwijs als een van de eerste sectoren dicht en was het een van de laatste die heropende, pas na de winkels. Het lijkt alsof economische belangen primeerden op het welzijn van kinderen, de ongetwijfeld hoge rekening van deze keuze zal pas na lange tijd helemaal duidelijk worden.

In het kinderrechtenverdrag zijn er drie soorten rechten, de befaamde 3 P’s: protectie (bescherming), participatie (inspraak) en provisie (voorzieningen, waaronder de school). Die rechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, het ene recht versterkt het andere. Kinderen moeten dus ook inspraak hebben over alles wat hen aanbelangt.

Maar terwijl alle andere sectoren actief mee mochten nadenken en voorstellen doen over genomen maatregelen, werd de mening van kinderen pas in laatste instantie gevraagd. Zullen we een volgende keer hier eens mee beginnen?

Kindnorm in het onderwijs

Een kindnorm in het onderwijs moet erover waken dat ieder kind maximaal kansen krijgt om zijn doel te realiseren. Scholen moeten dus niet alleen toetsen of een leerling de onderwijsdoelen haalt, maar ook nagaan of ze elke leerling voldoende ondersteunen om hierin te kunnen slagen.

Wanneer bepaalde groepen of individuele leerlingen hier moeite mee hebben, moeten we achterhalen wat hindert en wat helpt. Het Kinderrechtenverdrag en voorstellen van ouders en kinderen zijn onze toetsstenen.

Meer over onze kindnorm in het onderwijs kan je hier lezen.

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 01/07/2020, laatste update op: 17/07/2020

Tags: