Grotere kinderen, grotere kosten en dat geldt ook voor school. Het verschil met de kleuterschool laat zich voelen: een hogere scherpe maximumfactuur, een minder scherpe maximumfactuur en gestegen gemiddelde kosten.

Zoveel kost de lagere school, volgens een onderzoek van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA, nu Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving) uit 2005. Deze werden gecorrigeerd voor kosteloos onderwijs en maximumfactuur én geïndexeerd door de studiedienst Gezinsbond in augustus 2017. Voor de laatste cijfers kan je hier terecht.

  • 1e leerjaar: 417,73 euro
  • 2e leerjaar 353,25 euro
  • 3e leerjaar: 391,86 euro
  • 4e leerjaar: 388,21 euro
  • 5e leerjaar: 375,98 euro
  • 6e leerjaar: 517,39 euro

Inbegrepen in deze prijs is alles wat een kind nodig heeft om naar school te gaan en dat de school zelf niet moet voorzien. Dat is bijvoorbeeld: boekentas, turnzak, brooddoos, winterjas, sportkledij, het vervoer naar school, een tijdschriftenabonnement, kaftpapier en uitstappen.

Wat je als ouder zelf aankoopt (bijvoorbeeld balpennen of lat) terwijl de school het moet voorzien volgens het principe van de kosteloosheid, is niet meegerekend. Net zomin als de kost van een schooluniform, eten en drinken op school en buitenschoolse activiteiten (opvang, sport- of taalles).

Hier bestaat geen maximum voor, maar de school is wel verplicht een raming van deze kosten te vermelden in de lijst met bijdragen die van de ouders worden verwacht. Dat vind je normaal gezien terug in het schoolreglement.

Piek in prijs

De hogere prijs voor het eerste leerjaar is te wijten aan de basisinvestering. De boekentas bijvoorbeeld moet dan worden aangekocht, maar wordt meestal wel verschillende jaren gebruikt. Ook in het derde leerjaar worden weer meer schoolartikelen aangekocht. De stijging in het zesde leerjaar is vooral te wijten aan de meerdaagse uitstappen.

Leren zwemmen, behoort ook tot de eindtermen. Daarom is het zwemmen voor één schooljaar gratis. De school betaalt dan toegang en vervoer. Zwemkledij en handdoeken worden wel door de ouders voorzien. Voor de andere jaren mag de school wel een bijdrage vragen, als het zwemmen wordt verder gezet. Die bijdrage valt onder de scherpe maximumfactuur (zie verder).

Maximumfactuur in het lager onderwijs

De maximumfactuur in het lager onderwijs verschilt van die van het kleuteronderwijs op twee vlakken: hogere scherpe maximumfactuur én bijkomend een minder scherpe maximumfactuur.

De scherpe maximumfactuur is wat scholen jaarlijks mogen aanrekenen voor uitstappen en materialen die niet strikt noodzakelijk zijn om de eindtermen te halen. Voor het lager onderwijs bedraagt de scherpe maximumfactuur 85 euro voor het schooljaar 2017-2018. Ook zwemlessen kunnen hierin opgenomen worden, als de leerling al een schooljaar lang gratis zwemmen heeft gehad.

De minder scherpe maximumfactuur bestaat niet in het kleuteronderwijs. Het is wat scholen, verspreid over zes jaren, maximaal mogen aanrekenen voor meerdaagse uitstappen die gedeeltelijk buiten de schooluren vallen. Uitstappen in een vakantie (en dus buiten de schooluren) komen daar (eventueel) bovenop.

Voor het lager onderwijs is die minder scherpe maximumfactuur 425 euro voor het schooljaar 2017-2018.

Voorzien door de school

Net als in de kleuterschool geldt voor de lagere school dat onderwijs gratis is: alle materiaal die leerlingen nodig hebben om de eindtermen te halen, wordt kosteloos ter beschikking gesteld. Er mag geen waarborg gevraagd worden, noch een bijdrage als het materiaal stuk gaat.

Dit gaat over schriften, boeken en balpennen maar ook ICT, muziekinstrumenten en teken-, sport- en knutselmateriaal. De volledige lijst kan je raadplegen op de site van Onderwijs Vlaanderen.

Schoolpremie

Ook lagereschoolkinderen krijgen een schoolpremie (jaarlijkse bijslag). Dat extraatje wordt in augustus automatisch bij de kinderbijslag betaald. Dat bedrag, tussen 20 en 84 euro per minderjarig kind, moet een deel van de ‘terug naar school’-kosten opvangen. De meeste ouders vinden dit veel te weinig, net als de Gezinsbond.

Schooltoelage

De schooltoelage is er voor ouders met een bescheiden inkomen. Hoe vraag je de schooltoelage aan? Dat kan online via het digitaal loket van het ministerie van Onderwijs. Daar wordt ook uitleg gegeven hoe je de aanvraag kan invullen, wanneer je in aanmerking komt en hoeveel de schooltoelage bedraagt.

Leden van de Gezinsbond kunnen zich ook laten bijstaan door de Sociaal-Juridische dienst van de Gezinsbond (sjd@gezinsbond.be of 02-507.88.66).

Vanaf 2019 verandert het systeem en worden deze toelagen samen met de kinderbijslag in één ‘groeipakket voor gezinnen’ gestopt. Het voordeel is dan wel dat de schooltoelagen automatisch zullen worden toegekend.

Wie de schoolfacturen moeilijk kan betalen, kan bij de school terecht om de betaling te spreiden of samen naar een andere haalbare oplossing te zoeken. Wie nog vragen of klachten heeft, bespreekt die best eerst met de directie. Als je er samen echt niet uitkomt, richt je dan tot de Commissie Zorgvuldig Bestuur die zich buigt over klachten rond onderwijskosten.

De Gezinsbond helpt!

Om gezinnen te ondersteunen, zijn er onze ledenvoordelen en spaarkortingen. Leden krijgen korting bij De Lijn en de NMBS. Voor gezinnnen met meer dan drie kinderen zijn er ook de kortingskaarten. Voor bureaumateriaal, agenda’s en dergelijke krijg je ook korting bij De Standaard Boekhandel. Vergeet de extra bon niet uit De Bond van 25 augustus 2017.
Klinkt interessant maar je bent geen lid? Daar kan iets aan gedaan worden: word nu lid!
Laatst bewerkt op: 19/10/2017

Tags: , , ,