bool(false)

Kinderen hebben nood aan spelen, vrij spelen en ‘gevaarlijk’ spelen. Zo leren ze uitdagingen inschatten, vaardigheden aanscherpen en weten ze waar de grens ligt van wat ze aankunnen. Maar dat is moeilijk nu: als ouders proberen we onze kinderen zo veilig mogelijk te houden. Goed bedoeld, maar hierdoor brengen we onze kinderen net in gevaar: ze kunnen de risico’s niet inschatten.

Hoe zoek je dan dat evenwicht tussen de natuurlijke reflex om je kind te beschermen en de noodzaak om hen te leren omgaan met risico?

Daartoe kies je een ‘geschikt’ risico: een risico dat je kind begrijpt, dat het kan aanpakken of waarvan het kan leren. Ook hou je rekening met het karakter, de vaardigheden en de leeftijd van je kind.

Omgaan met risico

Op deze 4 manieren kan je kinderen risico’s leren inschatten en aanpakken.

1. Risicovol spelen

Een mooi begin, waarbij de risico’s voor het kind minimaal zijn en het toezicht van de ouders groot.

Balanceren op een muurtje, klimmen in een boom, groenten en fruit snijden of creatief met hamer en nagels: laat ze maar doen. Kinderen horen niet alleen vaak ‘nee’, ze horen ook vaak ‘pas op’: alle goesting om te proberen en te leren verdwijnt.

> LEES OOK: Waarom risicovol spelen zo belangrijk is voor kinderen

2. Stapsgewijs vaardigheden aanleren

Kinderen laten meehelpen in de keuken betekent niet dat je ze als 5-jarige een uiterst scherp mes en een pastinaak geeft. Je start met een minder scherp mes en een banaan, bijvoorbeeld, en je maakt het stapsgewijs moeilijker als je kind het onder de knie heeft. Als ouder begeleid je dat proces.Door telkens een stapje verder te gaan, en zo maak je ook je kind sterker. Kijk maar naar de positieve effecten van kinderen te laten meehelpen in huis: je leert ze niet alleen het huishouden doen, je leert ze ook geloven in zichzelf.

3. Zonder toezicht

Een stapje verder, en voor veel ouders gaat het gepaard met hun hart vasthouden. Je kind alleen naar de bakker sturen, naar school/training te laten gaan, laten fietsen door de buurt of spelen op een speelpleintje wat straten verder: het vergt vertrouwen in je kind en geloof in zijn kunnen. En dat groeit alleen maar stap voor stap. Die weg naar de bakker hoeven ze niet alleen te doen van de eerste keer: je kan vijftig keer meegaan, situaties inoefenen, hameren op de verkeersregels enzovoort.

4. Politici en scholen mobiliseren

Opvoeden mag dan een ouderlijke kwestie zijn, spelen is dat hoegenaamd niet. Zeker niet als het gaat over ruimtes om te spelen en kinderen te kunnen laten experimenteren. Scholen én lokale politici kunnen hier hun steentje bijdragen: groene speelplaatsen, braakliggende gronden of alternatieve speeltuigen zijn een goed begin.

Kindgerichte ruimte

Ook de Gezinsbond vindt ruimte voor kinderen belangrijk. Niet enkel om te spelen, maar omdat kinderen ook medegebruikers zijn van woon- en leefruimte. Kindgerichtheid staat daarbij voorop, niet (enkel) kindvriendelijkheid.

“Het risico bestaat dat kindgerichtheid wordt gereduceerd tot ‘voldoen aan de veiligheidsvoorschriften’. Veiligheidsvoorschriften zijn geen voorschriften of normen in functie van de gewenste oppervlakte voor de kindgerichte ruimte en geven geen duiding van de speelkwaliteit”, zo waarschuwt het standpunt. De kindnorm voor ruimte gaat dan ook verder dan dat.

“Er wordt gestart vanuit een ‘zo veilig als mogelijk’-benadering. Misschien is het tijd om de standaard te verschuiven, naar ‘zo veilig als nodig’”, argumenteert Tim Gill, auteur van No Fear en voorvechter van riskant spelen voor kinderen.

> Hoe krijg ik mijn kind naar buiten?

Meer inspiratie?

Tips en redenen om te spelen vind je ook bij Goe gespeeld.

Tags: , , , , ,