bool(false)

Studerende kinderen nemen een serieuze hap uit het budget van ouders, zeker als ze op kot willen of moeten gaan. Er komen een pak kosten bij een kot, maar... er vallen er ook een paar weg. Alles oplijsten en vergelijken is dus de boodschap.

De kost van een kot loopt op, daar bestaat geen twijfel over. Volgens cijfers uit 2017 kost een kotstudent gemiddeld zo’n 12.245 euro per jaar, ruim 4.000 euro meer dan een pendelstudent. De cijfers zijn voor studenten die geen beurs krijgen.

Wat zit er allemaal in die kotkosten?

1) Huurprijs en huurwaarborg

De huurprijs kan erg schommelen: van stad tot stad, van buurt tot buurt en van aanbieder (privé of de school). Een kot van de universiteit of hogeschool kost in regel minder dan een privékot of een appartement. Soms kan je groter wonen voor een beperkter bedrag door een appartement of huisje te delen. Al hebben sommige steden dit moeilijker gemaakt door dit soort samenwonen zwaarder te belasten.

Tip voor wie samen met andere studenten huurt en woont: voorzie in het contract bepalingen voor als een medehuurder vroeger wil vertrekken of niet betaalt.

Prijzen vergelijken is een goed begin, maar niet het hele verhaal. Wat inbegrepen is in de huurprijs, telt ook mee: kosten voor stroom, water en/of internet bijvoorbeeld(zie verder). Bekijk ook factoren die geen onmiddellijk impact hebben op de prijs maar wel op leefkwaliteit en gemak: de afstand tot de belangrijkste leslokalen (en/of supermarkt) bijvoorbeeld.

Nog belangrijk: de looptijd van het contract. Sommige koten werken met een jaarcontract (er wordt dus betaald voor 12 maanden), bij anderen kan je bekomen slechts 10 maanden te betalen (en dat je de meubels toch mag laten staan). Bekijk ook of je eventueel vroeger kan opzeggen of mag onderverhuren, voor als de student vervroegd stopt of naar het buitenland trekt.

Hou er ook rekening mee dat er meestal een huurwaarborg moet betaald worden bij de start van het contract. Dit is net zoals bij een gewone huurwoning twee of drie maanden huur, afhankelijk of je in één keer betaalt of in schijven.

2) Elektriciteit, gas, water

Deze kosten (of huurlasten) zijn niet altijd inbegrepen in de huurprijs. Vaak wordt gewerkt met een forfaitair bedrag wat beschreven staat in de huurovereenkomst. Bij een kot met aparte meters betaal je enkel je eigen verbruik. Op het eind van het contract (of het jaar, al naargelang de afspraak) moet de verhuurder het teveel terugstorten of kan hij het tekort nog doorrekenen.

Bij een gedeelde woning is dit bijvoorbeeld niet mogelijk: dat houdt een zeker risico in.

3) Internet / televisie

Internet is een onmisbare kost geworden voor elke student: voor taken, lesroosters, algemene communicatie en natuurlijk: tv-kijken. Niet bij alle koten inbegrepen in de kostprijs, dus het loont de moeite dit op te lijsten en te zien hoeveel je zelf kan beslissen. Zeker als er wat genetflixt wordt, is een licht abonnement wellicht niet voldoende.

4) Verplaatsing

Wie op kot zit, verplaatst zich minder. Dat telt dus als besparing. Daartegenover staat wel dat meestal in een extra fiets moet worden geïnvesteerd voor de verplaastingen in de stad en tussen de lessen. Categorie ‘rammelbak’ is populair met het oog op diefstal, maar let toch op dat de verlichting in orde is: de boetes om te rijden zonder licht lopen hoog op. Geld dat je beter in een goed uitgeruste fiets had kunnen steken. En het is nog veiliger ook! Wist je dat je 17 procent minder kans hebt op een ongeval als je zichtbaar bent als fietser?

Voor de verplaatsing van en naar huis moet natuurlijk ook betaald worden. Ook hier loont een onderzoek van de prijzen, afhankelijk van het traject en de frequentie.

Een student die zich met de auto verplaatst, is het duurst af: naast de kosten voor de auto en het verbruik, moet je ook een parkeerplaats betalen.

5) Voeding

Iedereen moet toch eten?! Klopt, maar gemiddeld geeft een kotstudent toch iets meer uit aan eten dan een pendelstudent. Dat verschil is wellicht te wijten aan frequentere uitjes naar studentenresto’s (en het pittakot).

Tip: indien mogelijk (en gewenst) kan je de kotstudent ook eten van thuis meegeven. Of beter nog: laat het hem zelf klaarmaken!

LEES OOK: Hoe bereid je je kind voor op het kotleven?

6) Inrichting

Een deel van de koten wordt bemeubeld verhuurd, bij een ander deel begin je van nul. Feit is dat er sowieso huisraad zal moeten worden voorzien, of het nu enkel om kleine dingen als servies en potten en pannen gaat of ook over het bed, een matras, bureau en kast.

De kost van een kot kan dus behoorlijk oplopen. Een (klein) voordeel is nog dat de kosten relatief gespreid zijn: behalve de inrichting, worden de huur en de huurlasten per maand betaald. Het gebeurt ook dat studenten via een studentenjob een stuk van het kot of studie meebetalen. Dat kan als het inkomen binnen strikte grenzen blijft, zo niet, dan kan dat een serieus effect hebben op de belastingen en/of het kindergeld. Meer daarover lees je in dit artikel.

 

Ontstaan er toch problemen met de verhuurder van het kot of de medehuurders? Als lid van de Gezinsbond kan je gratis terecht op onze sociaal-juridische dienst. Voor 40 euro per jaar ben je lid van de Gezinsbond en worden je belangen verdedigd bij politici en geniet je van tal van voordelen. Bekijk ze hier allemaal.

Tags: , ,