Die tijd van het jaar komt er weer aan: thesistijd! Of zoals ouders het ook wel kunnen noemen: ‘tenenlooptijd’. Of je student nu thuis woont of op kot, de stress straalt je van alle richtingen tegemoet. Je wil iets doen, maar wat?

Eerlijk is eerlijk: veel is het niet. Je kind is een student, oud genoeg om op eigen benen te staan – of toch stilaan. Aan een thesis kan je ook niet helpen, behalve misschien met nalezen. Hulp bij thesis?

Dat wil niet zeggen dat je als ouder geen rol meer kan spelen. Geen controlerende functie weliswaar, wel een ondersteunende.

Eten brengen

Voor de studenten die niet meer thuis wonen, sneuvelt gezonde voeding vaak in de laatste rechte lijn. Want dat kost tijd! Huisgemaakte diepvriesporties of eens een verse schotel langsbrengen is dus zeer geapprecieerd. En neem tegelijk ook extra water en frisdrank mee.

Niet blijven hangen

Of je op bezoek bent op kot of in de kamer: geef iets af en ga weer weg. Voor je neus wordt afgebeten… maar eerlijk, de wetenschap steunt dit: elke onderbreking, hoe kort ook, zorgt ervoor dat ze weer extra tijd nodig hebben om in de flow te geraken. Als ze er al terug in geraken, want een onderbreking leidt ook vaak tot gepruts, een pauze en uitstelgedrag.

Niet zeggen: ‘En, hoe gaat het met de thesis?’ of ‘Goed opgeschoten vandaag?’

Natuurlijk wil je het weten, maar het zet ook extra druk. Zeker omdat het antwoord bijna onveranderlijk negatief is: het gaat slecht met de thesis en ze doen altijd minder dan gepland.

Als je student komt eten of pauzeren, wil hij even niét aan de thesis denken. Eventueel kan je informeren hoe het gaat vandaag (zeer specifiek), en dan overstappen op een ander onderwerp.

Willen ze er zelf over vertellen, laat ze dat dan vooral doen. Geef advies indien nodig en zorg voor enige relativering.

Beweging stimuleren

Natuurlijk hebben ze geen tijd, maar hun hersenen kunnen de extra zuurstof wel gebruiken. Ga samen een uurtje fietsen of stimuleer ze tot lopen, een wandeling (met de hond!) of wat yoga.

Emotioneel steunen

Een knuffel, de bevestiging dat je je niet meer kleine kind nog graag ziet: het kan veel doen. Tijdens een project als een thesis horen twijfel en onzekerheid er bij. Bevestigen wat al goed gegaan is, liefst zo specifiek mogelijk, kan ook helpen.

Wuif angsten niet weg. “Jij kan dat wel” of “Positief denken!”, dat haalt niks uit. Beter is om de angst en de twijfel te laten onderzoeken door je kind: “Je zegt dat je het niet gaat halen. Wat heb je al, wat nog niet, wat moet er nog gebeuren. Kan het nog? Je kan het altijd proberen.”

Niet persoonlijk nemen

Er zullen harde woorden vallen, er zal gesnauwd worden, de sfeer zal om te snijden zijn. Het is een fase, het gaat voorbij, het ligt niet aan jou. Je kan wel vragen om beleefd te blijven en rekening te houden met de anderen in huis, maar probeer er geen conflict van te maken.

Dat mantra uit de peutertijd komt plots weer van pas!

het-is-een-fase

Volg meer via onze Facebookpagina of door lid te worden van De Gezinsbond. Klik hier.

Tags: , , , ,