Ouders die (opnieuw) samenwonen met volwassenen botsen soms op een aantal problemen. Het levensritme verschilt, de wensen (en kosten) ook, en de autoriteit van de ouders is verminderd. Die verschillen leiden al eens tot problemen en conflicten... hoe pak je dat aan?

1) Afspraken maken

Regels opdringen gaat niet meer, maar dat wil niet zeggen dat er geen afspraken kunnen gemaakt worden.

Wanneer blijft je kind eten, hoe lang op voorhand kan hij afzeggen, moet hij nog laten weten waar hij is en hoe laat hij thuis komt, wat als er vrienden of liefjes langskomen, wanneer mag hij de auto lenen, hoe vaak wil je op de (klein)kinderen letten, …?

In een samenleefsituatie is het logisch om rekening te houden met elkaar. Afspraken zijn dus tweerichtingsverkeer en worden samen gemaakt, besproken en aangepast indien nodig.

Een goede afspraak is:
– Duidelijk: iedereen begrijpt het op dezelfde manier
– Specifiek: benoem wie, wat er moet gebeuren, tegen wanneer en eventueel waar of hoe
– Realistisch: iedereen kan de afspraak opvolgen
Eventueel kunnen gevolgen benoemd worden als een afspraak niet wordt nageleefd, een geldbijdrage of een extra klusje.


2) Direct en duidelijk communiceren

Benoem het gedrag of het probleem én de persoon. Dat maakt het duidelijk en direct, zo komt de boodschap over.

Hier knelt vaak het schoentje. Om niet aanvallend over te komen of omdat we de toon niet altijd goed onder controle hebben, formuleren we kritiek, ongenoegen en irritaties op een te zachte manier. Indirect en onduidelijk, het beschreven probleem blijft vaag en de persoon wordt niet aangesproken. Bijvoorbeeld: “Ruimt er hier dan niemand ooit op?”

Dit soort opmerkingen blijft meestal zonder gevolg. Degene die wél opruimt, voelt zich onterecht geviseerd (de boodschap is ook naar hen gericht) en is soms geneigd hun goede gedrag achterwege te laten (‘ik doe het wel en ze zaagt toch’). Degene naar wie de boodschap eigenlijk gericht is, vindt het gemakkelijk de boodschap te negeren. Met opbouwende frustraties tot gevolg.

Probeer de emotie te onderdrukken of ze overschaduwt de boodschap. “Michiel, ik zou willen dat je je het volume lager zet als je na 22u nog films of series kijkt. Ik ben moe en ik wil slapen.”

Wil je je emotie toch kwijt, lanceer dan eerst de boodschap en benoem de emotie vanuit de ik-vorm. Bijvoorbeeld: “Karen, wil je je ontbijtbord afruimen? Ik vind het vervelend dat te zien staan als ik thuiskom.”

3) Financieel bijdragen

Hoewel je je werkende kind niet kan verplichten om geld bij te dragen aan het gezin, wordt meestal meebetaald voor kost en inwoon. Hoeveel dat moet zijn, is afhankelijk van de kosten en de inkomens van ouder(s) en kind(eren). Als je kind kleinkinderen meebrengt, wordt dit ook in rekening gebracht.

De onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond laat toe om dit te berekenen. Opgelet: deze service is enkel toegankelijk voor leden van de Gezinsbond.

Ook als je het financieel niet ‘nodig’ hebt, is het aan te raden je kind toch een bijdrage te vragen en samen de oefening te doen. Zo krijgt je kind ook een idee van wat wonen allemaal kost.

4) Overleg plegen

Op regelmatige basis (wekelijks/maandelijks) een overleg plannen kan ook helpen om irritaties de baas te blijven. Bij zo’n overleg kunnen afspraken besproken en aangepast worden, irritaties uitgesproken en taakverdelingen en planningen vastgelegd. Het is ook een ideaal moment om grenzen aan te geven, bijvoorbeeld naar was, taakverdeling of babysitten op de kleinkinderen.

 

Meer advies kunnen we je steeds bieden via onze Facebookpagina. Wist je dat je ook van tal van voordelen kan genieten als lid van De Gezinsbond ongeacht de leeftijd van je kinderen. Zelfs grootouders kunnen lid worden van De Gezinsbond om zo alles te leren over hun kleinkinderen.

Tags: , , ,