Onze kleuters worden steeds later zindelijk. Tussen 5 en 8 op tien kleuters zijn niet zindelijk op 2,5 jaar. Dat is een pak minder dan vroeger: in de jaren 1960 bijvoorbeeld was maar 1 op tien kleuters op die leeftijd overdag niet ‘droog’. Er werd ook veel vroeger gestart met zindelijkheidstraining.

‘Ouders zijn zich niet bewust van dat verschil tussen vroeger en nu’, zegt professor Alexandra Vermandel in Knack nadat ze 1.200 Antwerpse ouders bevroeg. Uit haar onderzoek bleek dat maar 1 op 5 van de 2,5-jarigen zindelijk was. Volgens Kind en Gezin is dat ongeveer de helft van de kinderen. Een verklaring van het verschil zou kunnen liggen in de vragen die aan ouders werden gesteld.

Negatief effect in de klas

Tweeëneenhalf jaar is ook de leeftijd dat kinderen in ons land naar school beginnen gaan. ‘Ouders denken dat het geen negatief effect heeft op het klasgebeuren, maar de meerderheid van de kleuterleidsters vindt van wel’, zegt professor Vermandel nog.

In 2011 blijkt uit een bevraging dat kleuterleidsters een ongelukje niet erg vinden en de helft vindt het normaal dat ze het zindelijkheidsproces ondersteunen. Maar onzindelijke kleuters, die de hele dag luiers dragen en moeten ververst worden, dat zet een te zware druk.

LEES OOK > Hoe kies je een school die bij jou en je kind past?

Latere training

Een deel van de verklaring voor de latere zindelijkheid is dat later dan vroeger gestart wordt met de zindelijkheidstraining. Vroeger werd er voor 18 maanden al begonnen, nu is dat pas op 21 tot 36 maanden.

Verwarrend: leren we dan niet dat kinderen nog niet klaar zijn voor 2 jaar en dat we ze vooral niet mogen pushen? Dat wordt inderdaad vaak gezegd, maar professoren en experts zijn het daarover niet met elkaar eens.

Professor Vermandel: ‘Dat wordt door geen enkele studie bevestigd. In het verleden deelde een ouder weleens een tik uit als kinderen hun gevoeg niet deden op het toilet of op een potje. Dat kan negatieve gevolgen hebben. Maar als je het op een niet-dwingende en positieve manier aanpakt, kan het nooit kwaad. Stel je vast dat je kind er nog niet rijp voor is, probeer het dan later nog eens.’

Rijp voor het potje

Wat wel altijd terugkomt is dat je kind er rijp voor moet zijn, en dat niet elk kind op hetzelfde moment rijp is. Wat betekent dat ‘rijp zijn’ of ‘klaar zijn voor het potje’? Het betekent dat de kinderen een zeker bewustzijn hebben rond stoelgang of plassen. Dat komt niet uit de lucht vallen, dat moet hen geleidelijk aan geleerd worden.

Net daar wringt het schoentje en wel om verschillende redenen:

  • superabsorberende pampers: de kinderen voelen hun plas en stoelgang niet meer
  • tweeverdieners: ouders hebben minder tijd en herkennen de signalen niet
  • verschillende aanpak (ouders, grootouders, crèche, …): afstemming is belangrijk

LEES OOK > Zindelijkheid bij peuters, hoe werkt dat?

Het zindelijkheidsproces

Misschien zouden we zindelijkheidstraining beter ‘zindelijkheidsproces’ noemen. Trainen wordt geassocieerd met dwingen, forceren, opdringen – met andere woorden: de signalen van je kind negeren.

Starten met het zindelijkheidsproces betekent: beginnen met kleine dingen, zodat je peuter zich bewust wordt van de stoelgang. Bijvoorbeeld door te benoemen dat er pipi of kaka is gedaan, door boekjes te lezen, hem eens mee te nemen naar het toilet. En dat kan lang voor hij fysiek de sluitspieren kan bedwingen, vanaf 15 à 18 maanden lijkt ideaal.

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 24/04/2017, laatste update op: 22/02/2022

Tags: , , , , ,