Kleuters verkennen de wereld en leren in sneltreintempo bij, maar botsen onderweg op heel wat dingen die ze nog niet kunnen of mogen. Gevolg: driftbuien worden bijna dagelijkse kost. Jonge kinderen kunnen namelijk nog niet verwoorden wat hen kwaad maakt, dus reageren ze heel lichamelijk op frustratie: ze krijsen, laten zich op de grond vallen en slaan wild om zich heen.

Slaan
Maya is een lief kind, maar als ze haar zin niet krijgt, barst ze los in een driftbui. Dan kan ik niks meer aanvangen met haar en slaat ze wild om zich heen. Ik probeer kalm te blijven, maar dat lukt niet altijd. Achteraf komt Maya vaak wenend om een kus vragen. Dan zegt ze verdrietig: “Ik zal het nooit meer doen, mama”. We proberen haar telkens uit te leggen waarom iets niet mag en soms kan ze een “nee” aanvaarden, maar meestal lukt het niet. Wij weten ons geen raad met zo’n grillig gedrag.
Josiane

Wat is normaal?

Je boosheid kunnen en mogen uiten, is een manier om je frustraties kwijt te ra­ken. Heel wat volwassenen komen in de problemen omdat ze nooit eens dur­ven zeggen: “Nee, dit wil ik niet!” Hun opge­kropte woede uit zich dan op andere – vaak minder gezon­de – manie­ren, zoals met slapeloosheid, hoofdpijn of andere lichamelijke klachten.

Tonen dat je boos bent, mag dus best.

Toch zijn er grenzen aan de manier waarop dat gebeurt. Roepen en op de grond stampen, kan op zich geen kwaad. ‘Stoute mama’ zeggen, kan misschien nog net door de beugel. Maar iemand slaan of pijn doen? Dat is absoluut not done.

Stampen
Onze zoon Wout is een hele lieve en gevoelige jongen, maar de laatste weken trakteert hij ons bijna dagelijks op een serieuze driftbui. Hij wil nooit aan tafel komen en wanneer hij dan na veel tegenspartelen, stampen en springen toch snotterend aan tafel zit, wil hij niet of nauwelijks eten. Hetzelfde tafereel speelt zich af als we hem vertellen dat het bedtijd is. Hij roept dan dat hij nog niet moe is en dat hij nog héél veel moet spelen. Maar eens in zijn bed valt hij na tien minuten als een blok in slaap. Dan vind ik het jammer dat we de dag niet rustig konden afsluiten.
Nic

 

Te pittig?

Ontsteekt je kleuter wel erg vaak in een driftbui? Soms hebben die boze buien te maken met het karakter van je kind. De ene persoon heeft nu eenmaal meer temperament dan de andere.

Wees gerust, dat wil niet zeggen dat je voor eeuwig en altijd met een licht ontvlambaar kind zit opgescheept. Nee, gaandeweg leren kinderen hoe ze hun impulsen beter onder controle kunnen houden. Meestal gaat die pittige periode dus vanzelf voorbij. Het is een fase. Oef!

Reageren

Anderzijds: je kind zit nu volop in die vermoeiende fase en jij wil als ouder natuurlijk graag weten hoe je kunt reageren. Meestal wordt een kleuter woedend omdat hij iets niet krijgt of niet mag. Hoe lastig het ook is, probeer als ouder toch voet bij stuk te houden. Want als je hem uiteindelijk toch zijn zin geeft, beloon je zijn negatieve gedrag. Zo leert hij: “Als ik maar kwaad genoeg word, krijg ik mijn zin wel.” Consequent zijn is dus de boodschap. ‘Nee’ is en blijft ‘nee’, ook als je zelf moe bent of als er veel volk op je vingers kijkt, zoals in de supermarkt of op straat.

Kalmte

Laat je tijdens zo’n driftbui dus niet meeslepen in die kinderlijke grillen. Kalmte kan je redden, hoe lastig dat ook is. Als je zelf begint te roepen en te schreeuwen, geef je het foute voorbeeld en wordt de hele zaak op de spits gedreven.

Maak hem duidelijk dat je zijn boosheid wel ziet, maar dat hij nu zijn zin niet krijgt. Leg wel even uit waarom niet: “Ik merk dat je boos bent, maar je krijgt nu geen koek meer. Het is bijna etenstijd.”

Zo’n woest kind is daarmee niet gekal­meerd of getroost, en dat hoeft ook niet. Meestal komt hij vanzelf weer tot rust als je verder geen aandacht schenkt aan zijn gedrag.

Time-out

Wordt de driftbui alleen maar erger? Verwijder hem dan kalm en kordaat uit de kamer: “Mijn oren doen pijn als jij zo brult. Als je wil roepen, ga dan maar even in de gang staan. Als je klaar bent met schreeuwen, mag je weer binnen.”

In de opvoedkunde noemt men dat een ‘time-out’: het kind wordt even apart gezet, zonder aandacht van de ouder, tot hij is afgekoeld. Is de bui voorbij, dan hoef je daar verder ook geen aandacht meer aan te besteden. Want aandacht is ook een vorm van beloning. Komt je kind er zelf op terug, zeg dan hoogstens: “Ik vind het fijn dat je uit jezelf weer rustig geworden bent.”

Beter voorkomen dan genezen

Het verstandigste is natuurlijk om driftbuien te voorkomen. Maar hoe doe je dat? Kinderen zijn het meest gebaat bij een regelmatig leven, met duidelijk omlijnde grenzen, waarin alles ‘op zijn tijd’ gebeurt. Als het elke dag om acht uur bedtijd is, hoeft er geen dagelijkse strijd gevoerd te worden rond het slapengaan. Als je kind weet dat hij enkel ’s avonds voor het slapengaan een kort filmpje mag kijken, gaat hij daar de rest van de tijd niet om zeuren. Duidelijk afgebakende grenzen bieden kinderen veiligheid en voorspelbaarheid.

Niet te veel grenzen

Maar … een teveel aan grenzen en regels belemmert de natuurlijke drang naar zelfstandigheid van een kind. Een te strak regime veroorzaakt ongezonde frustratie. Dat kan leiden tot rebellie bij je kind. Regels moeten er zijn, maar ze horen eerlijk en redelijk te zijn. Jij bepaalt de regels en jij trekt de grenzen, maar daarbinnen moet voldoende ruimte overblijven voor zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid van je kroost.

Dit stuk verscheen eerst in Brieven aan Jonge Ouders, het gratis magazine van de Gezinsbond voor alle ouders met kinderen jonger dan 2,5 jaar. Ben je zwanger of wil je er ook graag ontvangen? Schrijf je in!
O ja, en volg ook zeker de Facebookpagina!

Tags: , , ,