Kleurboeken voor kleuters houden een risico in: ze werken stereotypes in de hand en ontnemen de kans op creatief denken. Slik. Is het echt zo erg?

Op de blog ‘Kleutergewijs’ wordt een theorie uiteengezet die al sinds 1947 het nut van kleurprenten in vraag stelt. Dat heeft verschillende redenen.

1) Stereotypen

Dieren, voertuigen, mensen: ze lijken min of meer op elkaar in kleurprenten. Vraag aan een klas om een hond te tekenen, en de overgrote meerderheid tekent een hond in zij-aanzicht met de kop naar links en de staart rechts. Variatie is er dus niet.

Ook naar de voorstelling van en verwachtingen naar jongens en meisjes toe speelt dit een rol: jongens worden in die kleurboeken voorgesteld als actief, ze doen iets: springen, klimmen, werken, redden. Meisjes worden passiever voorgesteld, ze zitten vaker en ze doen geen genderneutrale dingen zoals eten of wandelen. De genderrollen worden zo nog maar eens bevestigd: jongens in een sterke rol, meisjes is een zachte, eerder onderdanige rol.

LEES OOK > Weg met het hokjesdenken: dromen van een toekomst zonder genderlabels

2) Rem op de creativiteit

De koe of tractor die kinderen willen tekenen, lijkt niet op het prentje in hun hoofd. Sommige kinderen stoppen daardoor met tekenen: ze halen toch de standaard niet.

3) Impact op de ontwikkeling

Kleuters leren binnen de lijntjes te kleuren. Maar willen we wel kinderen die constant binnen de lijntjes kleuren? Waar zit de innovatie, vernieuwing, durf, leren falen, onderneming als je altijd binnen de lijntjes blijft?

Kanttekening

De genderstereotypering van de kleurboeken is duidelijk aangetoond, maar of het ook echt de creativiteit remt, is niet bewezen. Het is anderzijds ook niet bewezen dat het kinderen vooruithelpt …

LEES OOK > Creativiteit bij kinderen: iets om te koesteren

Leren kinderen dan helemaal niks van kleurboeken?

Toch wel: ze kunnen leren om door te zetten en iets af te werken, ze verfijnen hun motoriek en pengreep (waardoor ze binnen de lijntjes blijven). Voor kleuters op zoek naar orde, die graag dingen ‘juist’ doen, kan een ingekleurde prent ook voor rust zorgen.

Alleen: al die dingen bereik je eigenlijk met kleuren (en inkleuren), niet met het kleuren van kleurprenten of kleurboeken op zich.

Het nut van kleuren

Kleuren is niet het probleem: dat is tijdverdrijf, meditatie of brengt rust in het hoofd. Het brengt de voldoening van iets doen of afwerken, zonder actief te moeten creëren. Exact de redenen dat volwassenen het ook weer doen.

Kleurboeken zijn wél het probleem, of toch de soort met paashazen en prinsessen. Waarom geen ritmische, symmetrische patronen of of gedetailleerde natuurprenten, voor de oudere kleuters of kinderen? Of de eigen lijnen uit te tekenen in plaats van binnen de lijnen te blijven…

Wat moet je daar nu mee als ouder?

Er zijn veel dingen die een invloed hebben op hoe kleuters zich ontwikkelen. Genderstereotypen leren ze (helaas) niet enkel van kleurboeken maar evenzeer van speelgoed, televisie en volwassenen. Sommige zullen én enthousiast binnen de lijntjes kleuren én zelf creëren, anderen hebben effectief geen plezier in tekenen omdat ze het niet op papier krijgen zoals in hun hoofd.

Een kleurboek kan dus zeker, al loont het misschien wel de moeite om na te denken over de prenten die erin staan. En niets mis met de kleurboeken eens achterwege laten en vrijuit te (laten) tekenen, creëren en vooral: proberen.

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 29/03/2017, laatste update op: 22/02/2022

Tags: , ,