Zodra je kind de babystoel ontgroeid is (het hoofd steekt erbovenuit of de gewichtslimiet is bereikt), is het tijd voor een stoel van groep 1. Zo zitten je peuter en kleuter veilig in de auto.

De stoel tegen de rijrichting in zetten is de veiligste optie, maar je kunt je peuter of kleuter ook met de rijrichting mee vervoeren. De vijfpuntsgordel (riempjes over de beentjes en de schouders) wordt het meest gebruikt, maar andere systemen zijn ook goedgekeurd.

Veiligheidstips voor stoelen van groep 1

Om je kindje veilig in de stoel te zetten, moet je op de volgende dingen letten.

1. Stevige stoel

Maak de stoel stevig vast in de auto. Volg hiervoor de handleiding. Bij een systeem dat vastgemaakt wordt met een gordel maak je net als bij de babyzitjes eerst de korte kant van de gordel vast en dan de lange. Trek de gordel goed aan om de beweeglijkheid van de stoel zoveel mogelijk te beperken.

Zorg bij een systeem met isofix dat ook het ankerpunt achterin goed wordt vastgemaakt.

Een autostoel bedoeld om tegen de rijrichting in te installeren kun je niet zomaar met de rijrichting mee installeren. Bij een stoel tegen de rijrichting in moet je de frontale airbags uitschakelen. Kan dit niet, dan is een stoel met de rijrichting mee meer aangewezen.

2. Hoofdsteun

Bij een stoel met verstelbare hoofdsteun stel je de steun af op de grootte van je kind.

Zit de hoofdsteun van de achterbank in de weg, dan kun je proberen die om te draaien, zodat je de stoel steviger kunt vastmaken.

3. Strakke schouderriempjes

Maak de riempjes strak vast: je moet het klikgeluid horen en er mag maximaal 1 centimeter speling zijn. Vertrek met de riempjes op schouderhoogte om de afstelling zo goed mogelijk te doen. Pas deze riempjes telkens aan aan de dikte van de kledij.

Let op met winterjassen: je kind zit dan niet zo stevig vast als je denkt doordat de jas (bijvoorbeeld met donslaag) ingedrukt kan worden. Er wordt aangeraden (ook voor volwassenen) om geen dikke jassen te dragen in de auto, maar een dikke trui en te werken met bijvoorbeeld een fleecedeken.

4. Riem tussen de benen

Maak de riem tussen de beentjes zo kort mogelijk vast.

5. Zo lang mogelijk

Hoewel bij de autostoel is aangegeven dat je kind er vanaf 9 kilo in mag, wordt toch aangeraden om je kind in een stoel van groep 0+ (tegen de rijrichting in) te vervoeren tot het 13 kilo weegt of tot zijn  hoofd boven de rand uit komt. Schakel pas over op een stoel van groep 2 of 3 als je kind meer dan 18 kilo weegt. Gebruik liefst een verhoogkussen met steun om zijdelings geslinger van het kind bij een botsing te voorkomen.

Tips voor stoel van groep 2 of 3

Het verschil tussen een autostoel van groep 2 en een stoel van groep 3 is de rugleuning. Stoelen van groep 2 (met rugleuning) zijn aangeraden voor kleuters van 15 tot 22 kilo, het zitkussen (groep 3) vanaf 22 kilo. Er zijn ook combinatiestoelen, die je kunt ‘ombouwen’.

Belangrijk hier is de aanwezigheid van de gordelgeleider. Lees in de handleiding goed hoe je die correct vastmaakt. Het korte gedeelte van de gordel komt onder de armsteuntjes. Een zitje met rugleuning en gordelgeleider is veiliger dan een gewoon verhogend zitkussen.

Ook hier geldt dat je je kind het best zo lang mogelijk in de vorige stoel laat zitten. In principe mag je zodra je kind 1,35 meter groot is overschakelen op alleen de gordel, maar tot 36 kilo wordt zeker aangeraden om nog een zitkussen te gebruiken.

Veiligheidslabel

Een veilige autostoel heeft een keurmerk (03 of 04) of een iSize-label. Het label is oranje en bevat zowel lengte- als gewichtsaanduiding en een homologatienummer. De twee labels betekenen dat het autostoeltje veilig is, al gaat iSize nog een stap verder.

Bij iSize (intelligent size) telt de lengte, terwijl bij het vorige label (ECE R44/04) vooral gewicht en leeftijd telde. Dit moet het gemakkelijker maken om de juiste stoel voor je kind te kiezen. Tijdens de overgangsperiode bestaan de twee nog naast elkaar, maar op termijn zal alleen iSize nog overblijven. Het is nog niet duidelijk hoelang die overgangsperiode zal duren.

De normen zijn bij iSize ook strenger: kinderen tot 85 centimeter (en/of 15 maanden) vervoer je tegen de rijrichting in en alle stoeltjes worden vastgemaakt met isofix, zodat ze steviger aan de auto vastzitten. Ook de zijdelingse veiligheid van deze stoeltjes zou worden getest.

Beloofd?

Beloof jij ook om je kind altijd stevig vast te klikken in de auto? Dat is de campagne waarmee de Vlaamse Stichting voor Verkeerskunde in 2017 naar het grote publiek trok. Op de website vind je tips over de juiste autostoel en de reden voor deze belofte.

Want lang niet iedereen blijkt zijn kinderen vast te klikken in de auto: twee op de drie kinderen zit niet altijd vastgeklikt, en één op de tien zit zelfs niet met een gordel in de auto. Bij correct gebruik van een autostoel voor baby’s kan het risico op een ernstig letsel of overlijden met 55 procent dalen. De moeite dus!

LEES OOK > 11 autospelletjes om je kinderen zoet te houden

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

 

Gepubliceerd op: 08/10/2017, laatste update op: 02/09/2020

Tags: , ,