Mama Rien vertelt openhartig over de woelige nachten met haar twee kleine kindjes. Het slaaptekort stapelde zich maandenlang op: nu doen ze aan samen slapen, maar dan elk apart.

Intense woelmuis. Die totem zou hij zeker krijgen van degene die naast hem slaapt op scoutskamp. Zijn kleine lijfje werd net vier. Maar gebruikt de volledige matras als territorium. Hij draait zich in duizend bochten en nestelt zich extreem dicht tegen zijn kamergenoot.

Onze oudste zoon heeft het altijd moeilijk gehad met (in)slapen. Als boorling sliep hij vooral op ons. Overdag meestal in een draagdoek, anders huilde hij lang en bang.

‘s Nachts deelden we onze twijfelaar, met onze zoon én twijfels. Maar de drang om elke minuut extra slaap te pakken won het van de slopende strijd om hem in zijn eigen bed op onze kamer te laten slapen. Samen slapen werd dus dagelijkse kost.

LEES OOK > Een baby én een kleuter in huis: hallo slaaptekort!

Slapend versus slopend

Als peuter en kleuter voelde het bedje op zijn eigen kamer veilig genoeg. We begroeven hem in een warm deken van liefde zodat hij rustig door de tunnels van de nacht kon kronkelen. Hij viel in slaap in zijn eigen nest, met een van ons aan zijn zij. Zo gezellig om die oogleden zachtjes te zien zakken en hem steeds dieper adem te horen pakken.

Niet dus. Het waren vaak helse periodes van sussend rondjes ijsberen door de kamer. Van sussend rondjes wrijven op zijn rug, pijnlijk voorovergebogen over zijn babybed. Van vakkundig de verbinding lossen tussen onze vingers en zijn slapende lijfje, dat in een knip weer kon uitbarsten in een huilbom.

‘Het waren vaak helse periodes van sussend rondjes ijsberen door de kamer. Van sussend rondjes wrijven op zijn rug.’

Samen slapen: ons kantelpunt

Het kon niet meer. Wij konden niet meer. Dus zochten we hulp. Die vonden we in een kamer vol speelgoed, op de zitbank van een kinderpsychologe – en geloof het of niet: de dag dat ik belde voor een afspraak sliep hij sinds lang nog eens door.

Mon speelde, wij deelden. Even inzoomen om afstand te nemen en los te laten. Dankzij de tips van de kinderpsychologe werd het bedritueel duidelijker en gestructureerder, met liefdevolle begrenzing. Geen idee of dat advies echt hielp, maar wij voelden net iets meer energie om vol te houden. Met betere nachten als droomscenario.

LEES OOK > Een slaapritueel bij je baby: wanneer start je ermee?

Ontembare nachtmerries

Het inslapen ging vlotter. Ons woelmuisje bleef wel elke centimeter van zijn slaapveld gebruiken. Elke keer als ik ging piepen, lag hij in een andere positie. Vaak zonder deken, dus dekte ik hem zachtjes toe, elke nacht opnieuw. In de hoop dat hij niet wakker zou worden van de kou.

Het hielp niet. Hij werd zo goed als elke nacht wakker. Overvallen door kille eenzaamheid. Door nachtmerries die hij niet alleen kon temmen. Dus riep hij ons. Heel luid, bijna elke nacht opnieuw. En dat komt hard binnen in de stilte van een donkere kamer.

Op adrenaline en automatische piloot veerden we richting kinderkamer. Om hem uit zijn angstgreep te halen, in onze veilige armen. En hem liefdevol het ouderlijk nest binnen te dragen. Hij was altijd welkom in ons bed als hij het moeilijk had in dat van hem.

Maar hoe groter hij werd, hoe slechter we sliepen. Altijd maar woelen en draaien, met een huidhonger die te veel aan je vel kleeft. Dus legden we een matrasje naast ons bed, waar hij in slaap viel met een stevige lasso rond onze vinger of hand.

LEES OOK > Zo ga je om met nachtmerries van je kleuter

Samen slapen, elk bij een kind

Hoe meer zielen, hoe minder slaap

Ergens tussen die woelige nachten en dagen, werd ons gezin gezegend met een extra zoontje – en een lawaaierig apneutoestel dat vaderlief moest testen tegen snurken. Twee factoren die de nachtrust nog extra verstoorden.

De oudste was toen twee jaar en acht maanden. En trippelde ook nog vaak ‘s nachts naar onze kamer. Dat kon ik wel missen in de weinige uurtjes die ik (waak)sliep tussen de borstvoedingen door. Bovendien maakte hij zijn cosleeping-broertje geregeld wakker met nachtelijke conversaties of nagelgetik op de muur.

LEES OOK > Veilig samen slapen, een goed idee?

‘Om de nachten minder in stukken te breken, braken we onze onuitgesproken belofte: we besloten in een aparte kamer te slapen, elk bij een kind.’

Om de nachten minder in stukken te breken, braken we onze onuitgesproken belofte: we besloten in een aparte kamer te slapen, elk bij een kind. Ouders die zijn gezegend met diepe dromers schudden nu misschien van nee: ‘wij maakten er een punt van om de kinderen niet in bed te nemen, laat staan bij hen te slapen.’

Maar lotgenoten herkennen het wellicht. De drang om élke extra seconde slaap te omarmen. Want er is ons weinig te veel voor onze kinderen, maar soms is het gewoon te veel voor ons. En zonder slaap functioneer je niet.

Gelukkig samen, ondanks de scheiding van bed

We zijn nu een dik jaar later. En nog altijd gelukkig samen, ondanks onze scheiding van bed. De jongste wordt bijna anderhalf en slaapt nu toch al vijf op zeven nachten van zeven tot vijf.

We durven dus langzaam dromen van een kamerswitch: kindertjes samen en oudertjes terug samen, exclusief apneutoestel (en hopelijk ook gesnurk).

LEES OOK > Dossier: Even met twee

Foto’s: Rien Mertens

Met een baby in huis ziet je leven er een pak anders uit. Daarom krijg je als jonge ouder gratis ‘Brieven aan Jonge Ouders’, een tijdschrift van de Gezinsbond boordevol herkenbare verhalen en boeiende weetjes. Ook kan je je inschrijven voor onze maandelijkse nieuwsbrief die perfect de leeftijd van je kindje volgt. Schrijf je hier snel in!

Gepubliceerd op: 05/03/2021

Tags: , ,