Ongeveer driekwart van de 12-plussers krijgt zakgeld. Het precieze bedrag durft nogal te verschillen, afhankelijk van wat ze ermee moeten betalen. Wat wel overeenkomt, is dat gestart wordt met een bescheiden bedrag. Zakgeld is een ideaal instrument voor financiële opvoeding, en met deze do’s en don’ts van Yves Coemans, de financieel expert van de Gezinsbond, bereik je ook het gewenste effect.

DO: Goede afspraken maken

Goede afspraken maken goede vrienden en dat geldt ook bij zakgeld. Bespreek met je tiener waarvoor het zakgeld dient (enkel extra’tjes of ook eten en kledij?) en waarom. Pas dit aan aan de leeftijd en het karakter van je tiener.

DON’T: Je tiener laten doen

Onafhankelijkheid en zelfredzaamheid bij tieners moeten worden aangemoedigd, maar dat kan enkel als de vaardigheden zijn ontwikkeld. Dat is zo voor veters leren knopen als voor geld beheren. Durf je kind, ook als tiener, dus bij te sturen of in te grijpen waar nodig. Jongeren gaan bewuster met geld om als ze de raad krijgen na te denken voor hun aankopen.

DO: Over geldzaken praten

Het zit niet in ons om vrijelijk te praten over wat we verdienen, hoeveel we geven aan cadeaus bij verjaardagen, geboortes of trouwfeesten of wat er allemaal komt kijken bij het afsluiten van een lening. Maar hoe kan je tiener dat leren als het geen richtlijn heeft? Hoe je een gezinsbudget beheert, welke keuzes je maakt en waarom: dat wapent een tiener voor de toekomst.

DON’T: Ongelimiteerd afhalen

Kinderen leren het best met geld omgaan via ‘handje contantje’. Bij tieners is dat niet altijd praktisch en zeker vanaf 15 jaar heeft de meerderheid een zichtrekening. Het is aan te raden om het bedrag te beperken dat kan afgehaald worden met de bankkaart.

DO: Zelf laten uitzoeken

Een budget voor de gsm? Geef ze een bedrag en vraag hen zelf het beste abonnement te bepalen. Dat mogen ze dan aan de ouders komen presenteren. Wie een overtuigende case maakt, haalt het budget binnen. Twee vliegen in één klap: leren onderzoeken wat de beste optie is én leren opkomen voor wat ze willen.

DON’T: Geen fouten laten maken

Zoals gezegd: financiële opvoeding is een leerproces, en daar hoort fouten maken ook bij. Door het budget (of de limiet op de bankkaart) te beperken, hou je de fouten ook beperkt, zonder het leerproces te verstoren.

DO: Het budget herbekijken

Klaagt je kind dat het zakgeld te weinig is of is het altijd na een dag al op? Durf het budget te herbekijken. Het kan zijn dat je je hebt misrekend en dat wat ze ermee moeten kopen duurder is dan verwacht. Polsen wat hun leeftijdsgenoten krijgen (en wat ze ermee moeten kopen), kan ook een richtlijn geven.

Of kan het kind de verantwoordelijkheid niet aan? Het gebeurt. Neem een stap terug, stel enkele basisregels in en verhoog het zakgeld terug stapsgewijs.

DON’T: Te veel geven voor klusjes

Geld voor klusjes, ja of nee? Een moeilijke kwestie, afhankelijk van de situatie. Meestal is de richtlijn te betalen voor klussen en taken waarvoor je anders iemand inhuurt, zoals de tuin, snoeiwerk of een schilderjob. Hou het bedrag bescheiden. Te veel geld voor klusjes maakt dat tieners een startersloon grandioos overschatten.

DO: Studentenjob aanmoedigen

Er is niks mis mee om tieners te laten bijverdienen, integendeel: het leert hen echt de waarde van geld. Ook hier kan je afspreken om minstens een deel van het bedrag te laten sparen.

DON’T: Bijspringen als het zakgeld op is

Kan heel pijnlijk zijn, als je kind geen geld meer overheeft voor een fuif of beltegoed. Maar ze leren er niks mee als jij dat zonder voorwaarden ophoest: geen budgetbeheer, niet sparen, geen prioriteiten stellen. Zoals we zeggen in ons boek Typisch Tieners: ‘Een beetje zwart zaad kan geen kwaad’.

Belangrijk is te achterhalen waarom het op is, waar het aan is besteed en waarom.

DO: Trainen op het terrein

Laat je tiener de verrichting met je bankkaart uitproberen, begeleid een overschrijving of een automatische opdracht, bekijk samen wat online bankieren of betalen met de smartphone inhoudt. Ben je zelf niet goed mee, vraag dan raad aan je bankier of zoek het samen uit.

DON’T: Angst aanleren

Voorzichtig zijn is oké, maar je kind moet wel nog geld durven uitgeven. Dat mag, meer zelfs, dat moet: anders kan hij niet leren hoé het (niet) moet.

DO: Leren sparen

Jong geleerd is oud gedaan… maar het is nooit te laat om het te leren natuurlijk. Spreek met je kind af dat een deel van ‘cadeaugeld’ moet gespaard worden (en eventueel hoe groot dat deel is). Ook sparen voor middelgrote tot grote uitgaven, zoals een gsm of festivalticket, kan via spaarprojecten zoals Yongo. Hier kan je als ouder ook een oogje in het zeil houden en grootouders, meters en peters kunnen mee projecten ‘sponsoren’.

 

Volg ons via Facebook, Twitter of word lid van De Gezinsbond. Onze voordelen? Klik hier.

Gepubliceerd op: 15/03/2017, laatste update op: 15/07/2019

Tags: , , , , , ,