Het is niet leuk als je kind met slechte cijfers thuiskomt: je bent teleurgesteld, maakt je zorgen over de toekomst, je had meer verwacht. Zo reageer je beter niet:

  • Roepen, tieren, brullen

Boosheid komt vaak voor bij een minder rapport: hoe is het mogelijk, waarom heb je niet wat harder gewerkt, ik had toch gezegd dat je eerder moest beginnen. Logisch, maar jouw boosheid duwt je kind in de verdediging… en daardoor luistert het niet zo goed naar wat je te zeggen hebt!

  • Cijfers vooropstellen: ‘Je moet 70 procent halen’

Dat lijkt motiverend (dan gaan ze wel harder werken!), maar dat is het niet. Het werkt stress en faalangst in de hand. Ook worden redelijk of zelfs goede resultaten niet erkend omdat ze de vooropgezette limiet niet halen.

Een cijfer is ook een momentopname. Het zegt niets over talent of inzet.

  • Vergelijken

Vergelijk je kind niet met andere kinderen, niet met broer(s) of zus(sen) en ook niet met klasgenoten. Wat telt, is of je kind is vooruitgegaan, heeft gewerkt en gepresteerd heeft naar zijn of haar kunnen.

De verleiding is groot, maar vergelijk ook niet met het klasgemiddelde. Het gemiddelde wordt te veel beïnvloed door enkele kinderen met extreem goede of slechte cijfers. Als je kind onder het gemiddelde scoort in een klas met enkele bollebozen, is dat niet noodzakelijk slecht. Omgekeerd evenmin: een kind dat boven het klasgemiddelde zit, in een klas waar veel kinderen worstelen, zegt niet dat je kind goed bezig is.

Wil je toch vergelijken, vergelijk dan met de mediaan van de klas. De mediaan geeft aan wat het middelste cijfer is en zegt dus wel iets over hoe je kind scoort tegenover de middelste.

  • Emotionele druk zetten

‘Wat doe je ons aan’, ‘Hoe kan je dit doen’, … zulke opmerkingen kunnen al eens je mond ontsnappen. Het is verleidelijk om te denken dat die druk ervoor gaat zorgen dat een kind in gang schiet, maar het werkt omgekeerd: niet motiverend en het haalt het zelfvertrouwen helemaal onderuit.

  • Te veel hopen of verwachten

Dit is echt een valkuil, want je denkt dat je een positief toekomstbeeld schept, iets hoopvol, iets aangenaam dat het kind ook wil bereiken. Maar meestal ziet het kind niet in hoe het dat kan halen, met stress en druk tot gevolg.

  • Straffen

Een slecht rapport is al een straf op zich. Bovendien gaat straffen de motivatie en het zelfvertrouwen van je kind niet verbeteren. Integendeel: het denkt dat het ‘toch niets goed kan doen’ of voelt zich onbegrepen (‘ik kan dat niet, dat is toch mijn schuld niet?’)

Wat kan je dan wél doen?

Het gesprek met je kind aangaan, op een rustige manier. Je leest er alles over in ‘Je kind heeft een slecht rapport: wat nu?’

 

Meer weten? Hou onze Facebookpagina in de gaten.

Laatst bewerkt op: 22/11/2017

Tags: , , , , ,